'Ik kon de loodzware last van de schaamte niet aan' BROER VAN AMERIKAANSE MOORDENAAR GEOBSEDEERD DOOR FAMILIE-ACHTERGRONDEN

'Ik heb me altijd buitenstaander gevoeld.' Mikhal Gilmore was de enige zoon in het gezin die niet door zijn vader werd mishandeld....

JARENLANG HAD hij zijn familie willen ontvluchten. Hij wilde er geen deel meer van zijn. Hij schaamde zich voor zijn achternaam, had er genoeg van voortdurend met argwaan te worden bekeken. Mikal Gilmore, de broer van. . . 'Dit is wel het laatste boek dat ik dacht te zullen schrijven. En toch. . .'

Mikal Gilmore, jongste broer van de beruchte Amerikaanse moordenaar Gary Gilmore, kijkt verontschuldigend. 'Je hebt gelijk als je stelt dat het leven van mijn broer al uitvoerig is gedocumenteerd. Norman Mailer heeft met Het lied van de beul uitstekend werk geleverd. Hij heeft een ingewikkeld en pijnlijk verhaal verteld zonder dat met zijn eigen visie te kleuren. Waarom ik dan zoveel jaar later nog eens het ellendige leven en sterven van mijn broer moet exploiteren? Misschien om te bewijzen dat niemand, maar dan ook niemand zijn familie kan ontvluchten, zijn verleden kan ontkennen.'

Hij zegt dat, toen de mediastorm rond zijn broer woedde, in 1977, hij zich bewust afzijdig had gehouden. 'Gary was een mediaheld. Hij had in koelen bloede twee onschuldige mannen vermoord en had zelf om zijn executie gevraagd. Tien jaar lang was er niemand in de Verenigde Staten terechtgesteld. Gary wilde dood. Hij wilde niet de rest van zijn leven in de gevangenis doorbrengen. Hij was ongelooflijk koppig, trots, wilde voor niemand buigen. Toen eerst de gouverneur van de staat Utah en later het Amerikaanse Hooggerechtshof uitstel van executie verleenden, probeerde hij zichzelf het leven te benemen. Hij toonde geen berouw, was zelfs zo stoutmoedig de rechten op zijn levensverhaal te verkopen aan literair agent Larry Schiller.

'Die agent en Mailer hebben iedereen in de omgeving van mijn broer geïnterviewd. Zij hebben mij ook verscheidene malen benaderd. Maar ik heb steeds mijn medewerking geweigerd. Het was zo'n pijnlijk verhaal. Ik kon de loodzware last van de schaamte niet aan. Ik was altijd gebukt gegaan onder de slechte reputatie van mijn broers. In Milwaukie, het voorstadje van Portland (Oregon) waar ik opgroeide, kon ik geen stap zetten of mij werd toegebeten: 'Wil je net zo eindigen als je broers'

'Op school werd ik gewantrouwd. Vaak werd ik gemeden als de pest. En mijn moeder hield me voortdurend voor - in wanhoop en vaak in tranen -, dat ik haar niet mocht teleurstellen. Dat ìk toch degene moest zijn die zou deugen in de maatschappij, die iets zou presteren. Al heel jong besefte ik dat ik dat nooit zou kunnen als ik bij mijn familie bleef.'

Niettemin bleek hij geobsedeerd door het familieverhaal. Hij was gevlucht in de muziek, schreef er ook veel over, onder meer als medewerker van Rolling Stone. Hij had geprobeerd boeken te schrijven over The Band, The Grateful Dead, The Allman Brothers. Gilmore: Altijd over echte of geconstrueerde muzikale families. En steeds was er dat latente verlangen naar een eigen familie. Toen een hele belangrijke relatie stuk liep en ik ging beseffen dat ik waarschijnlijk nooit in staat zou zijn een eigen gezin te stichten, ging ik verbanden leggen.

'Geen van mijn broers had een gezin. Mijn oudste broer Frank was - voor zover ik kon nagaan - nooit getrouwd, maar ik had hem uit het oog verloren. Gary was geëxecuteerd. Gaylen, de broer boven mij, had zichzelf te gronde gericht en was ook dood. Wat relaties betreft bracht ik er ook niets van terecht. Ik was diep ongelukkig en ging denken: wat zijn toch de duistere krachten van mijn familie? Wat is het gruwelijke geheim? Ik werd grenzeloos nieuwsgierig en ben gaan zoeken, gaan spitten in de archieven. Gary's geschiedenis, Het lied van de beul, is slechts een deel van het verhaal. Mede doordat hij in ons gezin opgroeide, werd hij dat monster dat uiteindelijk in januari 1977 door de staat Utah om het leven werd gebracht.'

Tijdens het onderzoek naar zijn familie, dat uitmondde in het boek Een schot in het hart, werd Mikal Gilmore vooral gekweld door de vraag of het kwaad bij Gary was aangeboren. 'Een helder antwoord heb ik daar niet op gekregen. Maar ik kan de gedachte niet loslaten dat - als ik in zijn plaats was geboren, als tweede van vier broers en niet als jongste - ìk wellicht voor dat vuurpeloton had kunnen staan. Hij heeft weinig kansen gehad op een normaal leven.'

In Een schot in het hart schetst Gilmore een verregaand dysfunctioneel gezin. De vader, Frank Gilmore, werkte ooit als goochelaar en leeuwentemmer in een circus. Zijn moeder was een helderziende die geesten kon oproepen. Hij was, zo luidde de familielegende, een buitenechtelijk kind van de boeienkoning Houdini. Hij had diverse identiteiten, was een gewiekst zwendelaar, altijd op de vlucht voor justitie of voor zijn op wraak zinnende slachtoffers. Hij dronk buitensporig veel, is diverse malen gehuwd geweest en had een onbekend aantal kinderen. Frank sr. was ook bijzonder gewelddadig. Hij ranselde zijn zonen om de geringste misstap af met een dubbelgevouwen leren riem, soms tot ze bewusteloos raakten en het bloed uit hun wonden stroomde. Rust had hij nergens en immer tartte hij het gezag: het schoolhoofd, de politieman, de gevangenisdirecteur.

Moeder Bessie Gilmore was het zwarte schaap van haar mormoonse familie. In haar jeugd rebelleerde ze tegen haar religie en de rigide wereld waarin ze werd grootgebracht. Ze geloofde heilig in spoken en was ervan overtuigd dat het gezin werd achtervolgd en ondermijnd door een hele kwade geest. Ze werd regelmatig afgetuigd en in de steek gelaten door haar echtgenoot, maar bleef tegen beter weten in dromen van een groot huis en een harmonieus gezinsleven, zoals haar deugdzame mormoonse zusters hadden in Utah. Ze was blind voor de fouten van haar zonen en van haar echtgenoot, voelde zich de underdog, slachtoffer van het systeem.

'Eigenlijk is er sprake van twee gezinnen', zegt Gilmore. 'Mijn vader was 61 toen ik werd geboren. Hij begon toen aan het betere deel van zijn leven. Hij had een succesvol bedrijf opgebouwd, voelde zich niet langer zo opgejaagd. Kennelijk had hij besloten dat hij toch in ieder geval van één persoon zou houden. Dat was ik. Hij hield me altijd bij zich. Als hij op reis moest, ging ik mee. Ik werd geregeld van school gehaald. Ik ben nooit door hem mishandeld. Ik heb me altijd een buitenstaander gevoeld. Was in zekere zin jaloers op de James Dean-romantiek die mijn broers beleefden en waar ik part noch deel aan had. Mijn broers waren met elkaar verbonden door hun rebellie, de drank, de gevechten, de haat van mijn vader die ze moesten ondergaan. Ze hadden leren jacks, mooie meiden en snelle auto's.

'Ik beleefde die romantiek van een afstand, was een kind van de jaren zestig. Onschuldige flower power. Mijn broer Frank, die mij veel heeft verteld over het gezin dat ik niet kende, vertelde dat hij geen seconde van zijn jeugd zou willen overdoen. Hij huiverde nog als hij aan terugdacht aan die periode, die op mij toch een zekere aantrekkingskracht uitoefende.'

Gilmore zegt dat hij door het schrijven van het boek ervan overtuigd is geraakt dat het juridische systeem in de Verenigde Staten niet deugt. 'Jonge delinquenten worden naar tuchtscholen gestuurd of in gevangenissen gegooid. Daar komen ze gehard uit, als geschoolde criminelen, overlopend van haat jegens de medemens en de maatschappij. Geen crimineel wordt door dat systeem bekeerd. Ik weet niet hoe de gevangenissen in Nederland zijn, maar in de Verenigde Staten zijn het gruwelijke plaatsen. Jongens worden verkracht, tot pulp geslagen. Wie niet sterk, brutaal en slim is, delft het onderspit.'

Toch, meent Gilmore, is de notie dat het systeem criminelen kweekt en dat geweld op de televisie en in films het geweld in de maatschappij veroorzaakt, de meest wijd verbreide misvatting. 'Die discussie over geweld op tv is een schijndiscussie. En het juridische systeem kweekt niet, maar scherpt wel de criminele geest. Hèt embryo van geweld en misdaad is het gezin, de hoeksteen van de samenleving, die heilige eenheid. Daar wordt veel kwaad uitgebroed. Er wordt zoveel geweld gebruikt in Amerikaanse gezinnen, je houdt het niet voor mogelijk. Kinderen die worden mishandeld en/of seksueel misbruikt, zijn enorm beschadigd. Zij raken vervuld van woede en haat, die zich meestal richt tegen buitenstaanders. En de maatschappij reageert daar verkeerd op. Ontspoorde kinderen worden geïsoleerd, gestraft, verder mishandeld. De haat groeit en groeit, tot hij explodeert en er uiteindelijk, zoals in het geval van Gary, in koelen bloede wordt gemoord.'

Hij zegt dat één moment tijdens het onderzoek voor zijn boek hem het meest is bijgebleven. 'Ik bezocht de tuchtschool waar Gary vele maanden van zijn leven had doorgebracht. Een desolaat, grauw gebouw. Ze vertelden me dat daar tegenwoordig jeugdige moordenaars zitten. Ik had verwacht een groepje van vijf of zes jongeren aan te treffen. Maar ik liep een lokaal binnen dat was volgestouwd met wel dertig jonge moordenaars, die me allemaal strak aankeken. Dertig paar moordenaarsogen. Later had ik een gesprek met de counselor. Zij vertelde het liefst met jonge moordenaars te werken, omdat met hen het meeste succes wordt geboekt.

'Jonge dieven en vechtersbazen gaan na hun straf terug naar het dysfunctionele gezin, dat hen slechts verder het moeras in trekt. Jeugdige moordenaars worden onmiddellijk uit hun omgeving weggehaald en hebben dus meer kans hun leven te beteren. Is dat niet cynisch?'

Gilmore zegt zich oprecht zorgen te maken over de 'verkeerde reflex' van de maatschappij, die denkt misdaad te kunnen bestrijden met het bouwen van meer gevangenissen, het versterken van politiekorpsen en het executeren van de zwaarste criminelen.

'Zo eenvoudig is het niet, vrees ik. Het verhaal van de misdaad is buitengewoon complex en ik ben tot de conclusie gekomen dat we er nog maar heel weinig van begrijpen. Zo'n moord in Engeland door twee elfjarige jongetjes op een driejarige peuter wordt beschouwd als een monsterlijke aberratie. Maar het is veeleer een profetie van iets waarmee we in de toekomt veel vaker te maken zullen krijgen.'

Janny Groen

Mikhal Gilmore: Een schot in het hart.

De Boekerij; ¿ 45,-.

ISBN 90 225 1776 4.

Meer over