'Ik kom op en sterf, maar wel heldhaftig'

Een actrice uit Maastricht die de achterkant van een personage van Kroetz zichtbaar maakt; een acteur van Arnhem die met een paar lappen om zijn middel een geloofwaardige Elisabeth speelt; vier Amsterdammers die zelf een flitsende voorstelling maken....

HEIN JANSSEN

'JOEPIE! Mijn Toneelschuurproduktie gaat door! Ik zit bij Rieks Swarte! Pfff, dan moet ik wel de Gijsbregt afzeggen, nou ja, dat moet dan maar.'

Op het Nesplein in Amsterdam werd deze week carrière gemaakt. Het plein was het trefpunt voor het vijfde Internationaal Theaterschool Festival, waarin alle afstudeervoorstellingen van de Amsterdamse theaterschool te zien waren. In de Nes verzamelden zich producenten, programmeurs, hier en daar een castingdirector en natuurlijk veel opgewonden, net afgestudeerde acteurs.

Het meisje dat nu in Rieks Swarte's versie van Duizend en een nacht gaat spelen heet Sabrina van Halderen. Aan de Amsterdamse toneelschool is ze zojuist afgestudeerd met de voorstelling Antonius en Cleopatra. Zij was Cleopatra, een zwarte Cleopatra, stevig op d'r benen, een stem als een klok en op de tweede rij in de intieme rode zaal van De Brakke Grond hoorde je al dat ze straks moeiteloos het derde balkon van de schouwburg zal halen. Sabrina van Halderen is een groot, zinderend talent, klaar voor de grote zaal en de eerste zwarte actrice die een van Tsjechovs drie zusters zal spelen, en dan niet in een of ander allochtonen-project.

Sabrina is een geluksvogel, want ze heeft werk: twee rollen bij het RO Theater en nu dus ook bij Rieks Swarte. 'Ik zal er alles aan doen niet te vervallen in de stereotiepe rollen van gezellige Surinaamse vrouwen, want ik kom van Curaçao èn ik wil een allround actrice zijn.' Met haar 23 jaar lijkt ze al aardig op weg.

Vanavond krijgen op de vier toneelscholen in Nederland zo'n veertig jongens en meisjes het certificaat Gediplomeerd Acteur. Allemaal waren ze de afgelopen twee weken te zien in hun afstudeerprodukties. De leerlingen van Amsterdam en Utrecht speelden op het Theaterschool Festival, Arnhem bleef in eigen huis en Maastricht huurde een hal op het Prinseneiland in Amsterdam om daar de klas van 1994 te presenteren.

Vijf voorstellingen (Amsterdam maakte vanwege het grote aantal leerlingen twee produkties) die in de meeste gevallen lieten zien hoe kneedbaar dit prille talent nog is. Ze hebben zich voorbeeldig gevoegd naar de gastregisseur die de scholen hebben aangetrokken. Matthias de Koning van Maatschappij Discordia werkte met de zes leerlingen van de Arnhemse toneelschool aan Schillers Maria Stuart. Een van de meisjes had dat stuk ooit gezien met Anne-Wil Blankers en Will van Kralingen en dat is blijven hangen. Geheel in Discordia-stijl plozen ze het plechtige stuk uit elkaar en haalden er van alles en nog wat bij: teksten van Rijnders, Shakespeare en Rob de Graaf, een gedichtje, een eigen gedachte.

Zo ontstond een prachtige voorstelling, waarin de zes haast timide acteurs de grote gevoelens van dit koninginnedrama optuigden met de eigen sores. Jorn Heijdenrijk bond een paar lappen om zijn middel en werd meteen een zeer geloofwaardige Elisabeth. De Vlaamse Veerle van Overloop acteerde alsof ze al jaren bij Discordia speelt, diezelfde heldere terughoudendheid. Maar ze kan veel meer en als Toneelgroep Amsterdam het verlies van Chris Nietvelt wil goedmaken, dan nemen ze haar onmiddellijk in dienst.

Arnhem is een kleine school, nogal in zichzelf gekeerd, haast een kostschool. De leerlingen zijn op het aandoenlijke af bescheiden, maar wat ze aan spel laten zien is van een grote intelligentie. Van de lichting '94 is Jacob Derwig de ster: hij heeft al drie contracten op zak. Komend seizoen speelt hij eerst bij jeugdtheatergroep Stella, dan bij Carver en daarna gaat hij naar De Trust. In Arnhemse kringen wordt gefluisterd dat ook Ivo van Hove en Gerardjan Rijnders achter hem aan zaten.

Derwig is inderdaad een kanjer van een acteur, hoewel de lange, slungelachtige Maarten Boegborn wellicht net zo goed is en in elk geval authentieker. Maar hij past kennelijk niet in de trend van de tijd, een trend die vraagt om stevige, expressieve en een beetje gekke acteurs.

In het klasje van Maastricht zit Julia van de Graaff: een beetje rood gezicht, Hollands wit haar, klein, zeker niet het type fotomodel waar Maastricht bekend om staat. Julia speelde met haar zes klasgenoten in Nat Vlees, een collage die Hollandia-regisseur Johan Simons maakte van een aantal Kroetzteksten. Stukjes uit onder meer Thuiswerk, Boeren Sterven en Stallerhof, gruwelijk toneel over gruwelijke mensen die mank lopen, elkaar plat neuken, vervolgens met de breinaald ongeboren vruchten aborteren, knechten van het erf jagen, verkrachten en herdershonden doodschieten.

Kroetz schetst het leven op het platteland in groffe streken, zijn personages hebben geen ziel in hun binnenste maar een beerput. Als die stukken goed gespeeld worden, zit er een achterkant aan die mensen die mooier is dan hun voorkant. Die achterkant laat zien hoe eenzaamheid en het onvermogen daarmee om te gaan kan leiden tot bot geweld. Er zijn spelers die die achterkant tonen, en dat zijn heel goede spelers.

Julia van de Graaff bijvoorbeeld. Zij is in Nat Vlees de dochter uit Boeren Sterven, een wat apathisch meisje dat als vanzelfsprekend haar benen spreidt om het afval van de hele wereld binnen te laten. In een schokkende monoloog smeekt ze hortend en stotend, struikelend over haar woorden, naar adem snakkend om een God of om een moeder of om wat dan ook, in elk geval om iets of iemand die haar uit de hel verlost. Maar er is niemand en dat onbekende meisje van de Toneelschool Maastricht laat mooi zien hoe treurig dat is.

In het nieuwe seizoen heeft Julia van de Graaff geen werk, net als veel anderen die dit jaar afstuderen. Van de zeven van Maastricht heeft alleen Gabriëlle Hafkenscheid een vast contract. Bij Johan Simons, die natuurlijk deze hele klas had moeten adopteren want als Nat Vlees een Hollandia-voorstelling was, zou het een van de betere zijn.

Maastricht doet helemaal niets aan loopbaan-begeleiding, terwijl Arnhem nog wel leert hoe je een formulier voor het aanvragen van subsidie moet invullen. Julia: 'Ik heb nog niets in het vooruitzicht, soms raak ik in paniek, soms ook niet. Ik heb wel het gevoel dat het moet komen, ooit. Stapels brieven heb ik geschreven met foto's, maar je kunt ze niet dwingen naar je te komen kijken.' Een klasgenoot: 'In Amsterdam hebben ze het veel makkelijker, daar treffen ze Gerardjan Rijnders in de kroeg. Die krijg je echt niet zo gek om vijf uur in de trein te gaan zitten om bij ons op school een uurtje te komen kijken.'

De tijd dat de artistiek leiders van de grote gezelschappen naar de scholen kwamen met contracten in hun zak is al lang voorbij. De leerlingen zouden het niet eens meer willen. Ja, Toneelgroep Amsterdam is natuurlijk prachtig en Ivo van Hove scoort ook hoog, maar de grootte van dergelijke groepen schrikt af.

Sabrina: 'Ik heb stage gelopen bij het RO Theater en daar hebben ze op de eerste leesrepetitie al een maquette van het decor en een tekening van je kostuum. Je hebt daar zelf niets meer over te zeggen, je staat als het ware in een klaar concept. Dat vind ik jammer.'

Martijn Nieuwerf: 'Het vooroordeel tegen Amsterdam is dat het een school is voor outcasts met een spraakgebrek en het voordeel is de autonomie. Je moet die school zelf maken.' Martijn speelt na de zomer een rol in Ilias van Toneelgroep Amsterdam. 'Een heel klein rolletje hoor, ik kom op en ik sterf, maar wel heldhaftig.'

Vier jaar op elkaars lip en dan ineens de wereld in, sommigen vinden het doodeng, de meesten hebben er simpelweg geen notie van. Daarom kruipen ze na school bij elkaar in eigen groepjes met namen als De Troupe, Dood Paard en Het Barre Land. Of ze kiezen voor een van de theaterwerkplaatsen met regisseurs als Paul Feld, Koos Terpstra en Lidy Six. Opvallend veel net-afgestudeerden vertrekken naar het kindertheater, daar lijkt op dit moment het meeste emplooi te zijn. Van televisie of film liggen ze niet wakker.

Waar de leerlingen van de Faculteit Theater uit Utrecht terecht komen, is vooralsnog een raadsel. Vier jaar geleden is deze nieuwe opleiding van start gegaan met 'de fysieke beeldtaal van de acteurs in de theatrale ruimte als uitgangspunt'. 'De acteur kan deze beeldtaal ontwikkelen door zijn eigen authenticiteit te gebruiken als bron voor het spelen. Aan de basis van deze pedagogiek staat het werken met het neutrale masker', lezen we. Arme kinderen. Tot overmaat van ramp werd deze eerste lichting van twaalf spelers toevertrouwd aan Marieke van Leeuwen die de afstudeervoorstelling Zondebokken schreef èn regisseerde. Van Leeuwen was ooit een begenadigd actrice bij Art & Pro en haar Hedda Gabler vergeet je niet gauw, in tegenstelling tot Zondebokken. Een mallotig verhaaltje over het meisje Maria dat in de steek is gelaten door haar geliefde en terechtkomt in een wereld van zwart en duisternis. Veel tamtam en trommelgeroffel, veel bezwerende rituelen en maskers (allesbehalve neutraal), hysterisch geschreeuw en foeilelijke symboliek. En wat in jaren niet meer is vertoond: de megafoon terug op het toneel.

Op de creatieve afdeling van gezinsvervangende tehuizen of in pretparken, daar is misschien nog werk voor deze leerlingen. Of ze moeten zich zo snel mogelijk van hun maskers ontdoen en gewoon acteur worden in plaats van verlengstuk van een regisseur die hoognodig een jaartje of wat op wereldreis moet.

In het Theaterschool Festival stond ook Tevengebroed, waarmee Casper Gimbrère, Daniël Boissevain, Ruben Lürsen en Martijn Nieuwerf afstuderen aan de Amsterdamse toneelschool. Ze zitten al zo'n beetje vier jaar met elkaar in de klas en samen met regisseur Bart Klever hebben ze de roman Het dikke schrift van de Poolse schrijfster Agota Kristof bewerkt. Het is een stuk over jongensverdriet, ontluikende erotiek, verbazing over de grote mensenwereld en over de oorlog en de onmogelijkheid daarin een held te zijn. Een mondvol, maar allemaal mooi en helder gemonteerd in een voorstelling die meteen het kleine zalencircuit in kan en in Haarlem, Groningen en Rotterdam voor volle zalen kan zorgen.

Tevengebroed is geen schooltoneel, maar helemaal klaar en professioneel, op het gladde af soms. Een voorstelling die wil behagen met flitsend spel, prachtige a capella zang en een aanstekelijke, jongensachtige bravoure.

Casper, Daniël, Martijn en Ruben hebben inmiddels besloten na de zomer bij elkaar te blijven en zijn op zoek naar een producent voor Tevengebroed. Dat is het aardige van zo'n festival, dat je de ene avond die fakkels van Utrecht ziet en meteen daarna Tevengebroed.

En dat je iemand hoort kirren van geluk als ze ter plekke hoort dat ze een rolletje bij Rieks Swarte kan krijgen, terwijl je achter haar al een Martha en Medea ziet. Ze zou misschien gelukkiger worden als ze zou trouwen en zes kinderen krijgen en heerlijk wandelen in de zon op Curaçao, waar Sabrina's moeder nu al zit te wachten op een envelop uit Holland met daarin lovende krantestukjes over haar dochter. Maar ja, als actrice heb je geen keus: je moet spelen.

Meer over