'Ik kom niet nichterig over, toch?'

Hoe zien we onszelf, en wat denken anderen? Deze week couturier Frans Molenaar (64), die aan de vooravond van zijn 45-jarig jubileum aan zijn 79ste collectie werkt....

Zijn dat de wenkbrauwen van een modeontwerper die net een slechtgeklede journalist binnen ziet komen?

'Ach, journalisten. Nee hoor. Ik zie het, ik signaléér het, maar ik zeg er niks meer van. En die hoog opgetrokken wenkbrauwen heb ik altijd gehad. Als jongetje al. Daar kreeg ik ook altijd commentaar op.'

Kolletje?

'Ja, ben ik dol op. Kollen en polo's. Die laatste heb ik ook in alle kleuren.'

Frans Molenaar: 45 jaar couture in foto's.

'Dat is de overzichtstentoonstelling die ik over twee maanden in het Centraal Museum in Utrecht krijg. Ja, geweldig. In 1960 begon ik in Parijs, als kleermaker op het atelier van Guy Laroche.'

En nooit de zucht van 'daar-gaan-we-weer', als de rokjes weer even kort mogen als in '68?

'Ik zal het je sterker vertellen. In september maak ik mijn tachtigste collectie, en ik zie nu al dat het de komende winter strak getailleerd en klokkend wordt: 't New Look-silhouette. Daar werd Dior in 1948 wereldberoemd mee. Maar nu draag je er laarzen onder met een hoge hak, of je zet er een petje of zonnebril bij op. Het komt toch altijd anders terug.'

Hoe kijken collega's naar u?

'Wel met respect, denk ik. Als je ziet wat ik allemaal gedaan heb en nog steeds doe.'

Ze kunnen nog steeds niet om u heen?

'Nou ja, ik ben wel Nederlands bekendste couturier. Als je ziet wat ik neerzet: tweemaal per jaar een show in het Amstelhotel, met topmeiden. Vierhonderd man in de zaal. En geen soapies of voetbalvrouwen, zoals je bij sommigen weleens ziet, maar de crème de la crème. Dat heeft wel allure, hoor.'

Is er een artistiek verwijt dat u weleens krijgt?

” Daar heb je Frans weer met zijn biesjes.” Nou ja, goed, dat is mijn stijl, denk ik dan.'

Wat is het grootste misverstand over u?

'Ik straal iets serieus, bijna iets chagrijnigs uit. ” Kijk niet zo ernstig”- dat hoor ik heel vaak. Terwijl: ik ben bijna altijd vrolijk, écht. Alleen mijn gezicht wil moeilijk mee.'

Geniet u van uw status en bekendheid?

'Laat ik het zo zeggen: als ik kan kiezen tussen de PC Hooft en het Jan Luykenstraatje dat er parallel aan loopt, neem ik de laatste. Ik ben wel een bijdehandje, maar liever op de achtergrond.'

U gaat toch niet zeggen dat u verlegen bent?

'Misschien een beetje onhandig als ik plotseling in the spotlight sta. Ik heb het ook moeten léren, het applaus in ontvangst nemen op de catwalk. In het begin vond ik dat vreselijk.'

Wat vinden mannen aantrekkelijk aan u?

'Ik kom niet nichterig over, toch? Ik zie er goed uit - niet echt een beauty, maar ik verzorg me goed. Wel iemand van vandaag, vind ik.'

Omschrijf de kleine Frans eens?

'De op een na oudste van een heel gelukkig gezin van vier. Vader was verkoopdirecteur van een groot confectiebedrijf op de Keizersgracht. Moeder maakte alle kleren zelf, vooral net na de oorlog. En als het even kon, kroop ik ook achter het naaimachien. Ik herinner me dat ik op mijn achtste, na de inhuldiging van koningin Juliana, een lap rood fluweel aan mijn moeder vroeg om ook een koningsmantel te maken. Paar plukjes watten erop.'

Vader vond dat ook prima?

'Die knipte dan uit bordkarton een gouden kroon - hij had huisnijverheidsschool gehad. Was ik compleet.'

Hoe zou u het liefst overkomen op anderen?

'Als iemand die graag mensen aan zich bindt, en het die mensen ook naar de zin wil maken. In april word ik 65 en geef ik een diner voor 250 man. Alles en iedereen door elkaar. Ja, dat vind ik nou enig.'

Meer over