'Ik klamp me niet meer vast aan het bekende'

In de serie Jong sprak de Volkskrant tien jaar geleden met de zogenoemde generatie Nix. Hoe is het de geïnterviewden sindsdien vergaan?...

tekst anne-gine goemans; fotografie MARCEL MOLLE

Ze zegt het in haar tuin van een twee-onder-een-kapwoning in Veenendaal. De buurt is kinderrijk. Zij en haar man Werner hebben zelf drie zonen.

Ze trouwden van huis uit en gingen in dat piepkleine flatje wonen waar Janine heel veel zin in had. In de praktijk viel het vies tegen. 'Na een dag lesgeven zat er opeens niemand meer op mij te wachten. Werner was aio in Rotterdam en kwam laat thuis, terwijl ik gewend was dat mijn moeder klaar zat met een kopje thee. Ik kom uit een heel traditioneel gezin.'

In het eerste jaar dat ze samenwoonden, fietste Janine dagelijks na het werk naar haar moeder om thee te drinken. En toen hun eerste kind werd geboren, voelde ze zich weer onzeker. 'Het eerste halfjaar leunde ik erg op m'n ouders. De verantwoordelijk vond ik zwaar. Zodra Niels huilde, raakte ik in paniek. Dat afhankelijke ben ik door mijn zonen kwijtgeraakt. Ik klamp me niet meer vast aan het bekende. Ik durf nu meer, zou het bijvoorbeeld aandurven om uit Veenendaal weg te gaan. Werner is gezondheidseconoom en kan ook ergens anders aan de slag.'

Tien jaar geleden dacht Janine dat ze zou stoppen met werken zodra de kinderen kwamen. Maar toen ze eenmaal zelf moeder was, wilde ze haar baan niet opgeven. Ze geeft les op dezelfde christelijke basisschool, waar ook veel leerlingen zitten die niet christelijk zijn. 'Ouders kiezen bewust voor deze school. Normen en waarden worden bij ons iets strikter nageleefd, wat niet alleen met geloof te maken heeft. De kinderen noemen mij bijvoorbeeld juf Brouwer in plaats van Janine. Elke dag beginnen we in de kring met christelijke liederen en een gebed. De kinderen mogen zelf aandragen waarvoor ze willen bidden. Bijvoorbeeld een zieke opa. 'Lieve Here God, wilt u opa weer beter maken', bidden we dan. Maar ik vertel ook dat Hij geen superman of zo is. Dat het kan zijn dat opa weer beter wordt. Maar opa kan ook overlijden en dan bij Here God gaan wonen. Ik vind het belangrijk de leerlingen mee te geven om niet alleen te bidden met de vraag iemand beter te maken. Niet altijd gebeurt wat wij hopen.

'Er zijn veel punten in het geloof waar ik vragen bij heb. Neem de slang die spreekt. Als een paar jaar geleden iemand tegen mij zei: 'Maar slangen kunnen niet praten', dan twijfelde ik. Wat is dan nog wel waar? Wat moet ik nog geloven? Alles leek te wankelen. Werner en ik spraken hier veel over. Zijn geloof is minder vastomlijnd. Ik heb veel vragen losgelaten. Ze zijn vaak zinloos. Ik kan toch niet met bewijzen komen. Ik krijg geen antwoord op alle vragen. Het gaat me om de kern. Dat Hij ons in Zijn handen draagt. En dat wij anderen helpen, in harmonie leven met elkaar. Ik wil dat ook aan onze kinderen meegeven.'

Haar oudste zoon is inmiddels 6 en komt geregeld met vragen thuis. Zo vertelde een jongen hem over de evolutieleer en de apen. 'Niels wil weten hoe het zit, want ik vertel mijn kinderen het scheppingsverhaal. Ik leg hem uit dat er mensen zijn die geloven in de evolutieleer en dat ik geloof dat Here God de wereld heeft gemaakt. We vertellen Niels ook dat de meeste mensen op de wereld niet of in een andere God geloven, maar dat ze daarom niets minder waard zijn. Soms maakt hij er misbruik van. Met sport is hij heel competitief. Het gaat om het spelletje, zeg ik. Zegt hij: 'Ik kan er niks aan doen. De Here God heeft me zo gemaakt.' Vroeger was ik onbezorgder. Met de komst van de kinderen kwam de weemoed. Ik ben heel dankbaar voor wat ik heb. Maar soms loop ik door de wijk en zie iedereen zijn eigen toneelstukje opvoeren. We doen allemaal onze dingetjes, worden - hopelijk - ouder en gaan dood. Wat is de zin van dit alles?, vraag ik me op zulke momenten af. Als ik niet geloofde of het losliet, zou het leven mij zwaarder vallen.'

Meer over