Profiel

'Ik ken de vraag: waarom ben ik hier? Het doodsverlangen heb ik niet'

Bijna net zo maniakaal als Herman Brood zelf was. Zo bereidde acteur Stefan Rokebrand zich voor op zijn hoofdrol in de voorstelling Chez Brood die op 4 februari in première gaat. Dat betekende praten, kijken, zingen én ontbijten als Brood: warme melk met een dubbele Grand Marnier.

Acteur Stefan Rokebrand is vanaf deze week te zien als Herman Brood in Chez Brood.Beeld Sanne De Wilde / de Volkskrant

Stefan Rokebrand, vanaf deze week Herman Brood in Chez Brood, kent de zelfmoordgedachte niet als wens, maar hij deelt de fascinatie dat je op dat punt komt. 'Ik ken de vraag: waarom ben ik hier? Het doodsverlangen heb ik niet.'

Donderdag 4 februari gaat Chez Brood in première, de voorstelling over Neerlands grootste rock-'n'-roll-legende, die vijftien jaar geleden verwoest door drank en drugs een einde aan zijn leven maakte door van het Hilton in Amsterdam te springen.

Rokebrand (38), bekend van zijn rol als Engelandvaarder Erik Hazelhoff Roelfzema in de musical Soldaat van Oranje, werd uit meer dan zestig kandidaten gekozen voor de hoofdrol.

Net als Brood heeft Rokebrand (38) iets maniakaals. Toen hij in een stuk van Camus ging spelen, heeft hij diens oeuvre verslonden. Nadat hij in oktober 2014 had gehoord dat hij de rol van Brood kreeg, heeft hij al zijn muziek gekocht en is alles gaan kijken en lezen wat hij maar te pakken kon krijgen over Brood.

Op YouTube kun je weken filmpjes kijken, Brood was niet bepaald cameraschuw. Het laatste half jaar heeft Rokebrand geen andere muziek beluisterd dan die van Brood.

Beeld Sanne De Wilde / de Volkskrant

Dubbele Grand Marnier als ontbijt

'Ik kan geen maat houden. Met niets. Ik kan niet één sigaret roken, maar ook niet één biertje drinken of één koekje eten. Het moet op', zei Rokebrand in Viva, vier maanden voordat hij werd gecast voor Herman Brood.

Hij heeft zijn haar zwart geverfd en de tattoo laten zetten die Brood op zijn linker bovenarm had: POP met een druppel. Nu en dan drinkt hij warme melk met een dubbele Grand Marnier, het favoriete ontbijt van Brood.

Het fluisterende praten van Brood, dat bijna kreunen, heeft Rokebrand zich eigen gemaakt. Evenals diens manier van kijken: blikken ontwijken en dan plotseling iemand recht aankijken.

Om het scherpe geluid van Brood onder de knie te krijgen, heeft hij zangles genomen. Brood zong niet hard, geluidstechnici moesten zijn microfoon helemaal openschuiven om te voorkomen dat hij zou worden overstemd door de band.

Brood zat onder de speed, hij gebruikte dagelijks twee gram, en was daardoor in zijn betere jaren extreem wakker. Rokebrand moet dat compenseren met adrenaline.

'Stefan doet alles grondig en vol overgave. Daar moet alles voor wijken', zegt zijn jeugdvriend Jurgen Troost.

'Hij kan zich totaal verliezen in het moment. Als klein mannetje liet hij de hond uit voor hij naar school ging en dan kon het zomaar gebeuren dat hij vergat dat hij naar school moest.'

Pure rock-'n'-roll

'Bij Pauw kreeg Stefan Hermans favoriete cocktail voorgezet: melk met een dubbele Grand Marnier. Die dronk hij in één teug op. Dat is de spirit. Als je verstandig bent, aarzel je, want je moet zo dadelijk nog zingen. Nee, gewoon doen. Pure rock-'n'-roll. Stefan is onverschrokken en heeft iets van dat magische en mysterieuze dat Herman zo bijzonder maakte. Hij heeft ook iets ongrijpbaars. Ondoorgrondelijke trekjes waardoor je hem niet een, twee, drie kunt duiden. Daarnaast is-ie ook nog eens een aardige gozer. Niet: kijk mij eens een interessant zijn.'
Bart Chabot, schrijver van Chez Brood

Tekst: nul

Rokebrands allereerste optreden was een dove herder in een kerstspel van de lagere school in het Bussumse theater 't Spant. Tekst: nul. Hij moet een jaar of zeven zijn geweest. Zijn moeder heeft daar vaak aan teruggedacht. Daar zag ze voor het eerst dat hij kan toneelspelen, besefte ze later.

'Ze hadden hem ingeprent dat hij niks mocht zeggen, ook niet als hij zijn ouders zou zien. Bij opkomst liep hij vlak voor ons langs en keek strak voor zich uit. Zijn oudere broer probeerde hem aan het lachen te krijgen, hij viel niet uit zijn rol, de hele voorstelling niet.'

Rokebrand, samenwonend met actrice Ilse Ott met hij een 2-jarige dochter heeft, is de jongste van drie en komt uit een onderwijsgezin. Vader was directeur van een pabo, moeder lerares geschiedenis en rector van een vrije school.

Geboren in Kortenhoef bij Hilversum, verhuisde hij op 10-jarige leeftijd naar het Brabantse Heeze. Hij was bij de jeugd marathonkampioen schaatsen van Zuid-Nederland. En is de eerste om dat te relativeren, want dan zijn er nog altijd dertig Friezen sneller.

Hij stopte met schaatsen toen zijn ouders hem voor de keus stelden: schaatsen of toneel. Zijn school ging eronder lijden, bleek toen hij bleef zitten in 3 vwo.

Toneelacademie

Zijn middelbare school had een rijk cultureel programma, aangevuurd door docent Rob van Otterdijk. Rokebrand deed fanatiek mee aan de musicals, Griekse klassiekers en eenakters. 'Stefan viel op door zijn stem en stevige uitstraling. Hij speelde vroeg groot', zegt Van Otterdijk.

'De besten zijn degenen die durf koppelen aan bescheidenheid. Dat ze willen leren en openstaan voor adviezen. Stefan was er zo een.'

Rokebrand speelde Dionysius in een tragedie van Euripides en na afloop kwam een vrouw op hem af met de vraag: zou jij niet eens auditie doen voor de Toneelacademie in Maastricht?

Het was voor het eerst dat hij besefte dat acteren ook een vak is. Hij was niet cultureel opgevoed en nog nooit in een theater geweest.

Na het eerste jaar gaf de Toneelacademie hem te verstaan dat hij iets anders moest zoeken, zijn achterstand was te groot. Hadden medestudenten al jaren geëxperimenteerd met improviseren, Rokebrand had er geen kaas van gegeten. Er vielen toneeltermen waarvan hij nog nooit had gehoord, voor de anderen was het gesneden koek.

'Als klein mannetje liet hij de hond uit voor hij naar school ging en dan kon het zomaar gebeuren dat hij vergat dat hij naar school moest.'

Roeping

Ervan overtuigd dat hij zijn roeping had gevonden, kneep Rokebrand er een jaar tussenuit. Nadat hij genoeg had gespaard met afwassen, vuilnis ophalen en de verkoop van Boeddhabeeldjes, ging hij reizen.

Bij terugkeer deed hij auditie voor de Toneelschool in Arnhem en Amsterdam, werd bij beide aangenomen en koos voor Arnhem. De auditie in Amsterdam ging hem te makkelijk af, in Arnhem moest hij ervoor vechten. Ze wilden meer zien dan de vorm die hij had ingestudeerd.

Met snel schakelen kun je indruk maken, na een woedeaanval meteen lachen, dat is techniek, dat zijn truckjes, daar kun je je achter verschuilen. Als je technisch vaardig bent, goed in teksten en geen schroom hebt, kom je een heel eind. Dat is iets anders dan goed spelen. Zoveel had hij nou ook wel weer opgestoken in dat jaartje Maastricht.

In Arnhem vroegen ze door om erachter te komen of Rokebrand stond te poseren, of probeerde hij iets uit te drukken, iets te vertellen? Had hij de zinnetjes thuis goed geoefend of meende hij wat hij zei?

24 uur per dag, zeven dagen in de week, vier jaar lang was hij in Arnhem bezig met theater. Leren, leren, leren; lezen, lezen, lezen; oefenen, oefenen, oefenen. De studenten hadden de sleutel van de school, dus konden ze er altijd in. Elke avond, alle weekeinden.

Waarom theater?, vroeg De Gelderlander hem zeven jaar nadat hij van de Toneelschool was gekomen. 'Omdat er gelachen moet worden. Omdat er gepiekerd, gemijmerd, gezucht, genoten, geërgerd, geschrokken, geprikkeld en gejankt moet worden.'

Eigen gezelschap

Na de Toneelschool kreeg Rokebrand met Teatro wat hij wilde: een eigen gezelschap. Alles zelf doen, alles in eigen hand. Hij bemoeit zich er graag tegenaan. Een stuk uitkiezen, bewerken en uitvoeren, en daarnaast alles aanpakken: van het aanvragen van subsidie, tot soms de verkoop van kaartjes.

Voor De Val van Camus, waarin Rokebrand een drankzuchtige filosoof speelde, correspondeerde hij in zijn beste schoolfrans met uitgeverij Gallimard over de rechten van het boek.

Teatro was een niet alledaags, experimenteel gezelschap in het kleine zalencircuit. Veel onbekend werk, stukken die nog nooit in Nederland waren gespeeld. Vijftien voorstellingen in zes jaar, Rokebrand speelde vaak de hoofdrol. Komedie, musical, drama, mime, ballet, kluchten - met Teatro werd Rokebrand allround.

Pittig, heftig en rauw schuwde Teatro niet. 'De rode draad in ons werk is dat personages vaak een destructieve kant hebben, maar dat ze juist een gevecht leveren om iets te voelen', zei Rokebrand in De Telegraaf in 2006 toen Teatro Crave opvoerde van Sarah Kane, de Britse toneelschrijfster die op jonge leeftijd zelfmoord pleegde.

Rokebrand speelde een jongeman die rookt, drinkt en verzot is op vrouwen. De vergelijking met Brood doemt hier in volle omvang op. Destructieve mensen hebben de moed de vraag of het leven de moeite waard is oprecht te stellen en oprecht te beantwoorden, vindt Rokebrand. Dan kom je tot wat echt van waarde is en wordt het theatraal interessant.

Beeld Sanne De Wilde / de Volkskrant

My Way

Voor de auditie voor Chez Brood had Rokebrand een flesje Grand Marnier bij zich gestoken en My Way ingestudeerd, in de uitvoering van Brood. Die vertolkte het nummer van Sinatra verontschuldigend, vindt Rokebrand: als ik iemand pijn heb gedaan, spijt mij dat, ik kon niet anders.

Hij voelde dat My Way een belangrijke rol zou spelen in Chez Brood. Onwetend dat Xandra (weduwe) en Lola (dochter) Brood er ook zouden zijn, stapte Rokebrand binnen. Moest hij tegenover hen de wise guy gaan uithangen en laten zien dat hij het allemaal wel begrijpt waar het over gaat?

Rokebrand is naar de wc gegaan, heeft in de spiegel gekeken, diep adem gehaald en besloten het te doen. No guts no glory.

Dat inlevingsvermogen herkent jeugdvriend Troost. De knuffel waarmee Rokebrand op de stoep stond bij de geboorte van zijn kinderen, werden hun lievelingsknuffels. Troost kent meer kinderen die hun lievelingsknuffel aan Rokebrand hebben te danken.

Met zijn bijna twee meter is Rokebrand dertig centimeter langer dan Brood. Helemaal goed, zegt Bart Chabot, Brood-biograaf en schrijver van Chez Brood. 'Herman was in uitstraling en charisma larger than life. Hij spatte je leven en je verbeelding binnen.'

Als het na de voorstelling in de foyer over zijn lengte gaat, weet Rokebrand dat hij iets niet goed heeft gedaan.

Goede bips

Eén keer heeft Rokebrand Brood ontmoet. In 1998, daags na Nederland-Argentinië waarin Dennis Bergkamp met een fabelachtig doelpunt Oranje naar de halve finale van het WK schoot. Brood trad in Eindhoven op en Rokebrand vroeg om een handtekening. 'Ik teken de bips van Bergkamp, want een goede bips doet wonderen', zei Brood en hij tekende een achterwerk op Rokebrands oranje overhemd. Ook diens verzoek zijn spijkerjack te signeren, willigde Brood op geheel eigen wijze in. Met grote letters en dezelfde watervaste stift kalkte hij 'Dutroux' op het jack. Het jack heeft Rokebrand weggegooid, het overhemd is gestolen tijdens een verhuizing.

Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Meer over