'Ik hou er wel van de slome te zijn': De zomer van CHRISTIAAN HOFER

Clown Christiaan Hofer toert de hele zomer door Europa. Vakantie houdt hij 's winters in warme landen. In Kenya bijvoorbeeld, waar hij stuitte op watervlugge, supersoepele acrobaten....

ZIJN CARAVAN staat achter op het terrein, zegt de blondine achter de kassa. 'Een Whiper. Wit met een randje goud.' Het miezert. Achter een vergrendelde deur brult een olifant en in hun kooien hangen de tijgers lusteloos rond. Echt romantisch doet dit wagenpark niet aan. De bewoners kijken uit op het viaduct bij de RAI. Maar de Oostenrijker Christiaan Hofer voelt zich hier thuis. Hij is de jongste clown van Circus Renz.

Binnen, tussen de vitrages, gebloemde gordijntjes, pluchen kussens en dito tafelkleed, valt het Afrikaanse beeldje naast de televisie nauwelijks op. Meegenomen uit Kenya, twee winters terug. 's Zomers toert hij met het circus door Nederland en Europa. Elke twee dagen een andere stad. In december Parijs, de kerstweken in Haarlem. Daarna heeft hij anderhalve maand vrij.

'Waar is het warm in januari? Zo ben ik op Kenya gekomen. In een belachelijk luxe hotel met tweehonderd gasten en driehonderd man personeel. Schandalig, je voelt je daar niet echt lekker. Elke avond speelde er in dat hotel een bandje. Maar op een dag kwamen er acrobaten en dat moest ik zien. Zeven watervlugge mannetjes. Ze deden zo'n limbodans, daarna sprongen ze door hoepels. Zo snel en zo swingend op die muziek, dat ik verbaasd was. Tot slot de piramides, hun specialiteit. Meestal duurt zo'n nummer veel te lang. Maar zij stonden pijlsnel op mekaars schouders en ze stonden nog niet of ze doken al weer naar beneden.

'Ik dacht meteen: dit is iets voor ons. Toen ik terug was, heb ik met de directeur gesproken. Natuurlijk was het wel moeilijk om ze hier te krijgen. Dat gedoe met die visa kostte een jaar. Maar ze kwamen en ik zie ze nog komen: in zo'n Opel Corsaatje. Ze zaten er met zijn zevenen in. Die act deden ze met niks, ze hebben natuurlijk ook niks daar. Ze snijden een paar van die hoepels uit een olievat, een kostuumpje en daar gaan ze. Van hotel naar hotel. Ze hadden succes bij ons. Ze hebben die swing in hun bloed en in hun benen, geweldig. Maar blijven ging niet, ze hadden geen eigen transport, geen eigen wagen. En dan wordt het te duur. Ze hadden bovendien maar één nummer, een circus wil telkens iets anders.'

Alleen de paarden en de olifanten zijn eigendom van het circus. De overige dieren zijn van de dompteurs. 'We hebben nu een Amerikaanse jongen van twintig met elf tijgers, door zijn vader gedresseerd. Hij reist de hele wereld af met die dieren, deze winter is hij naar de Filipijnen geweest. Hierna gaat hij naar Spanje.' Zelf is Christiaan niet zo'n dierenliefhebber, hij heeft zelfs geen hond. 'Ik heb al moeite genoeg om voor mezelf te zorgen. Ooit had ik een nummer met een konijntje. Maar dat beest zat de hele tijd in zo'n hokje, dat vond ik zo zielig. Ik liet hem rondlopen. Hij heeft mijn hele caravan kaal gevreten.'

Clown worden was altijd zijn droom. Toen hij drie was, lachte iedereen daar vertederd om. Op zijn tiende ging men bedenkelijk kijken. En op zijn vijftiende werd het een probleem. 'Mijn hele familie is doodburgerlijk. Ik moest een fatsoenlijk beroep leren, Industriekaufmann. Ja, ik ben een burgermannetje. Maar in de vakantie werkte ik in een Frans circus, of ik hielp bij het Nationalzirkus van Oostenrijk. Alleen al meelopen bij de finale was voor mij werelds, net alsof ik zelf het grootste nummer had gemaakt.'

Voor alle zekerheid nam hij muziekles. Saxofoon, trompet, later trombone. 'Je moet toch muzikaal zijn. Als een clown zo'n mooi melodietje speelt, dat is prachtig.' Van het grove Amerikaanse werk houdt hij niet. Het moet wat subtieler. Nu heeft hij een nummer waarin hij achter een drumstel de - geplaybackte - aria van zijn partner Milko verstoort. Milko pakt hem zijn trommels af, maar hij drumt stiekem door op de stoel, op de rand van het podium, op Milko's rug.

'Milko is een dwerg. De augusten van vroeger - wit gezicht, rode mond en een puntmuts met drie rode ballen - hadden er altijd van die kleintjes bij. Die kregen de klappen. Bij ons is het net andersom. Toen we begonnen was hij de baas en dat is ie nog steeds. Ik was het bijlopertje. Ik hou er wel van de slome te zijn, ik praat niet zoveel, doe meer met mimiek. Dat is internationaal, niet aan leeftijd gebonden. Gisteren was er een mevrouw van negentig. Met stralende ogen. Dan denk ik, jij zit vast in zo'n vreselijk bejaardenhuis, net als mijn grootmoeder. Hier worden ze weer helemaal jong. Dan heb ik mijn werk goed gedaan.

'Kijk, een clown als Grock was een wereldster. Toen was er geen televisie, circus was alles. Dat kan niet meer, er zijn te veel andere media. Televisie bereikt veel meer mensen, maar als je daar werkt ben je gebonden. Hier zijn we helemaal vrij, we doen wat we willen. Alles kunnen we proberen. Je bespreekt het, zet alles klaar en hup, de volgende dag doen we het. Pas na een tijdje zie je of het wat wordt. Is het niks, dan gooien we het weg, als het aanslaat, bouw je het uit.'

Op zijn negentiende trok hij met een groepje bevriende Spaanse clowns naar Parijs. Meedoen in gala's - korte nummers op feesten en partijen - soms vier, vijf op een dag. Van een kennis bij het Oostenrijkse circus hoorde hij dat ze in Nederland een nieuw circus begonnen. Ze zochten nog een clown. 'Dat werd het eerste contract van mijn leven. Ik nam het mee naar huis als een trofee, las het duizend keer door. Nu is zoiets gewoon een stuk papier, toen was het iets heel bijzonders.

'In maart, vijf jaar geleden, zijn we begonnen in Eemnes. Vreselijk, een verschrikking. Ik sprak nauwelijks een woord Nederlands. Ik had niks en wist niks. Iedereen was te laat, er moest opgebouwd worden, haast, niemand had tijd. En ons nummer, ik had willen repeteren. Maar nee, zomaar de piste in. Het eerste halfjaar was moeilijk, maar nu hoor ik erbij.'

Inmiddels heeft hij zijn eigen caravan, zijn eigen auto. Maar hij leert nog, gaat zoveel mogelijk zien. 'Spanje en Italië, dat zijn mijn landen. Daar komt het vandaan, van de commedia dell'arte. Dat temperament, ik moet mezelf dat moeizaam aanleren, zij hebben het van nature. Als je die Spaanse clowns ziet, met instrumenten, saxofoons, ze spelen een paso doble en je krijgt kippevel, overal. Dan denk ik, dit moet jij voortzetten.'

Meer over