'Ik hoef niet meer te stelen'

De oplagecijfers van daklozenkranten schieten omhoog. De kopers betalen graag twee gulden voor een exemplaar. Niet alleen uit goedheid. 'Ze zien daklozen liever verkopen dan stelen', zegt Erik Lindenburg, hoofdredacteur van de Rotterdamse Straatkrant....

Wim zegt: 'Ik heb een tent. Die staat in Culemborg, twintig minuten onder Utrecht. Als ik echt heel moe ben, ga ik daarheen, met de trein. Dan ga ik zesendertig uur achter elkaar slapen.'

Wim is 25 jaar. Hij zwerft al elf jaar. Zijn moeder had tegen hem gezegd in een kwade bui van elf jaar geleden: 'En nu het huis uit' En hij was gegaan. Hij schreef haar een briefje: 'Jij hebt mij uit het huis gestuurd. Als je mij weer wilt zien, dan moet je het mij laten weten.'

Anderhalf jaar geleden is hij uit Enschede naar Amsterdam vertrokken. Hij heeft al die tijd gezworven. 'Soms zijn mijn vaste slaapplaatsen bezet en kan ik drie dagen achter elkaar geen plek vinden. Dan word ik heel moe. Dan loop ik de hele nacht. Af en toe ga ik op een bankje liggen slapen. Maar ik blijf nooit lang liggen. Ik heb een tas. Daarin zit alles wat ik bezit. Als ik slaap kan ik mijn tas niet in de gaten houden. Ik loop daarom de hele nacht. Over de Wallen, rond het Centraal Station, door het centrum. Ik loop rondjes. Daarna wordt het ochtend. Ik ben dan heel moe en ik verveel mij, terwijl de zon begint te schijnen. Maar sinds een week verkoop ik Z. Daardoor verveel ik mij minder en heb ik geld om eten en drinken te kopen.'

Om de Amsterdamse daklozenkrant Z te mogen verkopen, moet je dakloos of thuisloos zijn en geen uitkering hebben. Dakloos is een duidelijk begrip. Daklozen slapen onder de blote hemel. Maar thuisloos is een minder duidelijk begrip. Je hebt dan wel een dak boven je hoofd, maar het is niet als een thuis.

Z bestaat tien maanden. Het is een groot succes. Z verschijnt maandelijks. Van elk nummer worden er nu zo'n dertigduizend verkocht. Niemand had ooit gedacht dat het zo'n oplage zou worden. De hoofdredactrice Joke van Kampen zegt: 'Laten we wel wezen. De mensen kopen het blad niet alleen om de inhoud. Ze kopen het omdat ze iets goeds willen doen.'

De prijs van Z is twee gulden. Eén gulden gaat naar de verkoper. Echte goeddoeners geven vaak meer. Bijvoorbeeld een rijksdaalder, vijf gulden, of zelfs vijfentwintig gulden. Een bijzondere man gaf eens tweehonderdvijftig gulden. Een nog bijzonderder man gaf volgens iemand eens duizend gulden (maar dat gelooft eigenlijk niemand).

Er zijn tweehonderd verkopers van Z. De een neemt er genoegen mee om tien exemplaren te verkopen per dag, de ander stopt niet voordat hij er vijftig heeft verkocht of honderd, of nog meer.

De vaste slaapplaats van verkoper Wim is het Vondelpark. Hij slaapt op het gras, gewikkeld in een warme deken. Daarnaast heeft hij, voor als het regent, een overdekte slaapplaats bij het Ibis-hotel naast het Centraal Station. Bij het Ibis-hotel wordt hij 's morgens om vijf uur weggejaagd. Zo vroeg gaat het terras al open.

In het Vondelpark kan hij langer slapen dan bij het Ibis-hotel. Als hij wakker wordt staat hij op, net als iedereen, en zoekt een plek om zich te wassen. Eén keer per maand gaat hij naar het zwembad. 'Er zit daar chloor in het water, dat trekt alles goed schoon.'

Om tien uur gaat het distributiecentrum van Z open en kan hij kranten kopen voor een gulden per stuk. Ook kan hij er een kop koffie drinken en praten. Hoe meer geld hij heeft overgehouden van de vorige dag, hoe meer kranten hij kan kopen. Als hij geen geld heeft, moet hij eerst gaan bedelen om er een paar te kunnen kopen.

Wim staat bij de ingang van een Albert Heijn op de Nieuwmarkt. 'Daklozenkrant' roept hij nogal zachtjes. Er zijn veel mensen die hun zware tas, vol eten en drinken, op de grond zetten en hun portemonnee tevoorschijn halen om een krantje te kopen. 'Het loopt gesmeerd', zegt Wim.

Dit is de plek van zijn vriend Patrick, degene die hem een week geleden bij Z heeft gehaald en hem het vak van verkopen aan het leren is. Patrick is 21 jaar. Hij zegt: 'Ik heb de meeste ervaring van iedereen! Ik zwerf al twaalf jaar! Eerst negen jaar in Utrecht! Toen pleegde mijn vriendin zelfmoord! Toen ben ik naar Amsterdam gegaan! Ik ben de bekendste zwerver van heel Nederland! Ik weet hoe 't werkt! Ik ben niet bang! Ik timmer d'r op als 't moet'

Patrick is even weg en Wim bewaakt zijn plek. Als Patrick straks terugkomt, gaan ze met de metro naar de Amsterdamse Poort, vlakbij het nieuwe voetbalstadion van Ajax. Daar hebben ze gisteren in een luttel uurtje meer dan zestig Z's de man verkocht.

Het is belangrijk om een goede plek te hebben. Er zijn hele goede en hele slechte plekken. Er wordt gevochten om de goede plekken. Het is: wie het eerst komt, wie het eerst maalt. En ook: opgestaan, plaats vergaan. Dat leidt wel eens tot knokpartijen.

'De concurrentie onder de verkopers is groot', beaamt Erik Lindenburg, de hoofdredacteur van de Rotterdamse Straatkrant. Het is volgens Lindenburg niet alleen de menselijke goedheid die het huidige succes van de daklozenkranten verklaart, maar ook het menselijk eigenbelang: 'Lui die vroeger elke dag op het politiebureau zaten wegens inbraken en diefstal, lopen nu de straatkrant te verkopen. Dat weten de mensen, en daarom kopen ze. Ze zien ze liever verkopen dan stelen.' Onderzoek heeft uitgewezen dat mensen werkelijk geïnteresseerd zijn in de inhoud.

Lindenburg: 'Voor de daklozen is 't ook prettig. Ik zie echt een verandering. Ze zijn niet langer een 'kankerjunk', ze zijn nu straatkrantverkoper. Dat is een opwaardering van hun ego van honderd procent.'

De Straatkrant verschijnt een keer per twee weken en kost twee gulden, net als in Amsterdam. Elke week is er een vergadering in de Pauluskerk, het distributiepunt. De verkopers moeten verplicht één keer per maand de vergadering bezoeken. Zo houdt de organisatie een oogje in het zeil. Komen ze niet, dan worden ze geschorst en kunnen ze geen kranten meer verkopen. Je kunt ook geschorst worden omdat je kranten jat van collega's, omdat je drinkt of drugs gebruikt tijdens het verkopen, of op een andere manier de goede naam van de krant door het slijk haalt.

Deze week gaat de vergadering in Rotterdam over verkopers die teveel praten tegen de klanten en meer geld vragen dan twee gulden uit pure hebberigheid. Een verkoper zegt: 'Je moet niet zeuren dat je meer geld nodig hebt, zo verpest je het voor iedereen.' Een ander zegt: 'Zo is het. Kijk naar mij. Ik verkoop de krant met een mooi lied, maar daarvoor vraag ik geen centje meer. Hier is wat ik zing:

Dit is de Rotterdamse straatkrant

De thuis- en daklozenkrant

Helpt u de daklozen misschien een handje

Koopt u bij mij dan een straatkrantje

'Dat is inderdaad een mooi lied', zegt een derde. Een vierde stelt het volgende voor: 'We moeten eens in de zoveel tijd een dikkere krant maken. Dan denken de mensen: er zal wel veel nieuws zijn, want het is een dikkere krant. Dat zou goed zijn, dan verkopen wij meer. Wij kunnen dan roepen: EXTRA EDITIE! Dat trekt de kopers aan. En we moeten ook meer sport in de krant hebben.'

'Precies Rinus', roept een vijfde, 'een man die ik ken had nog nooit de krant gekocht, maar toen hij zag dat er een verhaal over Feyenoord in stond, toen kocht hij hem opeens wel. Sport verkoopt' En dan beginnen er opeens zoveel door elkaar te praten dat niemand er een touw aan vast kan knopen.

Achterin de zaal zit een man aan zijn handen te pulken. Er zitten allemaal witte schilfertjes op, die allemachtig jeuken. Het is Kenneth. Hij is erbij vanaf het allereerste begin. 'Ik vergeet het nooit meer die eerste zomer.' Hij verkoopt de krant en schrijft er in. Hij zegt: 'Ik zou niet weten hoe ik zonder de Straatkrant moest leven. De krant is mijn leven. Iedereen die mijn krant probeert te verzieken, die pak ik hard aan. Want eerst hadden we niks, en nu hebben we wat.'

Ook in Utrecht is het enthousiasme groot en is de verkoop deze zomer naar recordhoogtes gestegen. In juli moesten er tienduizend exemplaren worden bijgedrukt. De topverkopers staan twaalf uur per dag op straat. Als de krant net uit is verkopen ze 200 tot 250 exemplaren per dag. Een gulden mogen ze, net als in Rotterdam en Amsterdam, zelf houden. De beste plekken zijn op Hoog Catharijne. Er komen daar vele mensen en het is warm en droog. Sonja en en Andy verdienen er zoveel, dat ze wel een mooi huis kunnen gaan huren. Maar dat doen ze niet, want dan zijn ze niet dakloos meer en mogen ze geen kranten meer verkopen. Sonja is een mooi meisje. Ze slaapt met een heleboel mannen, plus Andy, op een grote zaal voor daklozen. De mannen vallen haar niet lastig, alleen hun gesnurk houdt haar elke nacht wakker. Lieve heer, wat een lawaai!

Het Utrechtse Straatnieuws was de eerste daklozenkrant van Nederland. Het eerste nummer verscheen in september 1994. Het was een idee van Constand de Jonge en Sylvia van Woudenberg die nu samen de eindredactie doen. Hun voorbeeld was de Londense daklozenkrant The Big Issue.

Straatnieuws-verkoper Henk: 'Vroeger ging ik uit stelen. Ik ging een winkel in waar weinig personeel was. Ik had mijn dikke jas aan. Ik stal koeken, krentenbollen en limonade. Maar nu hoef ik niet meer te stelen. 's Avonds geef ik mezelf vrij. Ik koop een joint bij de coffeeshop van het verdiende geld. Ik neem er een paar trekken van en dan val ik in slaap.'

Peter: 'Vroeger waren wij het onderste steentje uit de maatschappij. Nu worden wij steeds zichtbaarder.'

Meer over