'Ik heb het niet zo op memoires'

'De laatste jaren hebben veel uitgevers en andere mensen aan mijn hoofd gezeurd of ik mijn memoires niet wilde schrijven, maar daar heb ik het niet zo op....

Uitgeverij De Prom kwam een halfjaar geleden met het idee en na ampel overleg met mijn vroegere voorlichter, Piet van Tellingen, heb ik ja gezegd. Voor het boek heb ik afgelopen herfst de actualiteit gevolgd, daar commentaar op geleverd en verteld wat mij het meeste trof. Maar ik heb, zo was de opdracht, ook parallellen getrokken met wat ik vroeger allemaal heb meegemaakt.

Zo is het boek met de titel Maar de meeste van deze is de A tot stand gekomen. De A verwijst naar de A van appin CDA. Ik maak mij er wel eens zorgen over dat die A verdwijnt, de beweging staat en valt immers met de functie van app In het boek komen allerlei onderwerpen aan bod zoals de kerk, de psychiatrie, de bouwfraude, maar ook bijvoorbeeld de kabinetsformatie in 1973 en de rol van koningin Juliana daarin.

Dat het boek is uitgekomen in de week na haar overlijden is puur toeval. Ik heb wel getwijfeld of ik het stuk over haar kon publiceren zolang ze nog leefde, maar ik vond dat ik best kon zeggen hoe geweldig goed zij haar constitutionele positie innam tijdens die formatie.

Ik heb geen idee wat het boek mij financieel gaat opleveren, rijk zal ik er in ieder geval niet van worden. Dat is ook het laatste wat mij bezighoudt. Als ik hoor dat mensen het de moeite waard vinden om te lezen vind ik het al prima. Veel geld verdienen is nooit mijn doel geweest, maar ik was mij wel al jong bewust van het belang van geld om de dingen te kunnen doen die je graag wilt. Mijn moeder werd al jong weduwe en het was thuis geen vetpot, dus heb ik mijn rechtenstudie deels zelf moeten bekostigen.Mijn eerste baantje in 1952 als juridisch medewerker bij de Christelijke Aannemersbond leverde mij tweehonderd gulden in de maand op. Bij mijn start als Kamerlid in 1959 kreeg ik vijfduizend gulden per jaar, wat al snel tienduizend gulden werd. Daarna is dat natuurlijk verder opgelopen.

Nu heb ik zo'n drieduizend euro bruto per maand. Dat bestaat voor een deel uit politiek pensioen, uit AOW en uit een eigen pensioenvoorziening. Mijn tweede vrouw en ik hebben vrij laat nog een huis gekocht, dus een deel van mijn inkomen gaat op aan de hypotheek. Ik ben huisman en mijn vrouw, die een heel stuk jonger is, werkt fulltime als directeur van Passage, de Christelijke Maatschappelijke Vrouwenbeweging. Sparen is er niet meer bij, dat lukt niet meer.

Ooit heb ik een kleine effectenportefeuille van mijn ouders overgenomen. Die dateert nog uit de jaren dertig van de vorige eeuw. Ik heb er verder nooit iets mee gedaan. Ik heb wel geleerd dat het allerbeste is om ze gewoon te laten liggen. Het houdt mij niet bezig, ik ben elk jaar weer verrast als die paar honderd euro dividend worden bijgeschreven.

Verder geef ik niet zoveel geld uit. Af en toe een boek, een keertje uit eten of een vakantie naar het Sauerland of de Eifel. En soms een pilsje pakken in buurtcafrimus in Utrecht. Daar heb ik mooie ontmoetingen met Henk Westbroek en dominee Joop Spoor.'

Meer over