'Ik heb geboft met mijn humeur, écht'

Hoe zien we onszelf, en wat denken anderen? Deze week Ivo de Wijs (59). Op 10 juli presenteert hij voor het laatst het radioprogramma Vroege Vogels....

Dag vogels, dag bloemen...

'Zegt u dat. Nog drie afleveringen, dan is het gebeurd. Twintig jaar Vroege Vogels - 't is mooi geweest.'

De knobbelzwaan.

'Niets om u nerveus te maken!/ Voelt volmaakt natuurlijk aan!/ Niets om in paniek te raken!/ (Dokter tegen knobbelzwaan). Jee ja, da's een oudje.'

U kunt nog terug.

'Nee zeg, ik word zéstig. En in zo'n programma leef je met het jaar mee, dus voor de twintigste keer een lentegedicht, een paasgedicht, een kerstgedicht... Ik heb het allemaal al eens gedaan, denk ik dan, en beter.'

Maar het vertrouwde Ivo de wijs-geluid dan.

'Een prille voorganger van me, Wim Hoogendoorn, zat er tot op zeer hoge leeftijd - tabletje onder de tong, terwijl het spreken langzamer en langzamer ging. Zo moet het maar niet.'

Trekt u de wei in of bent u een binnendichter?

'De gedichtjes worden meestal 's nachts geschapen. Maar voor inspiraties trek ik er wel op uit, hierachter, Waterland in. Daar staat vaak zo'n rijtje vogelspotters. 'Wat schaft de pot?', roep ik dan. 'Kemphaantjes, meneer De Wijs!', komt er dan terug. Soms kijken ze niet eens op - hebben ze me al aan mijn stem herkend.'

Een zachte g in Waterland.

'Ja, die Tilburgse g ben ik nooit kwijtgeraakt. 'Je kunt beter een houten been hebben dan een zachte g', schreef laatst iemand. Ik heb er niet zo'n last van.'

Inmiddels uitgetekend?

'Lang lijf - klein hoofd, maar wel rónd. Ik heb eens op een foto gezien dat mijn hoofd een ronde indruk maakt.'

En altijd straalt.

'Wel vaak, ja. Ach, ik smeed het tot een wapen, mijn vrolijkheid - als tegengif tegen het pessimisme dat ons omringt. Nee, hoor, ik heb geboft met mijn humeur, écht.'

Wat is een verwijt dat u vaak krijgt?

'Dat ik me serieuzer moet bezighouden met Grote Poëzie. Niet met die lichte wegwaaiverzen. 'Laat het maakwerk varen en wijd u geheel aan de hoge kunst', schreef iemand eens aan Tsjechov. 'Ik ken uw middelen niet, maar als het nodig is: lijd dan honger.'

U zucht dan en zegt...

'Ik heb er het zitvlees niet voor. En ik heb meer output nodig - omdat ik er anders niet van kan bestaan. Ik lijd inderdaad geen honger, sorry. Tsjechov trouwens ook niet.'

U bent nu vooral van de kindermusicals, hè?

'Pippie, ja, en Níjntje. Nijntje staat in Zagreb - mijn internationale doorbraak, eindelijk. Ik heb alleen nog geen zloty gezien. Betalen ze daar in zloty's?'

Wat vinden vrouwen aantrekkelijk aan u?

'Mijn humor, denk ik.'

U hebt voor alle theaterdiva's geschreven - dat geeft wel een voorsprong.

'Ik kan het nauwelijks benoemen, maar: ja, je ontwikkelt wel een zintuig voor hoe vrouwen dingen beleven, hoe anders ze tegen dingen aankijken.'

Van wie hebt u uw talent?

'Mijn vader schreef zijn leven lang liedjes voor bruiloften en partijen - vrolijke, geestige man. Mijn moeder had veel meer een literaire pen. Die schreef gedichtjes voor eerste communies, voor het vormsel; en ze had ook een gouden pen als het ging om condoleancebrieven.'

Zelf wordt u toch ook wel eens aangehaald in overlijdensadvertenties.

'Als ik ooit doodga, kom dan allemaal maar/ En hou je flink of snotter, alles mag,/ Vooruit, laat 't maar druk zijn en luidruchtig/Ik zorg wel voor de stilte op die dag. Ja. ik kan het ook.'

Hoe zou u het liefst overkomen op anderen?

'Kan me niks schelen. En als ik straks dit leven verlaat, kan het me nog minder schelen. Mensen die iets willen 'nalaten' Ha!'

Meer over