'Ik heb een vriend, dat klinkt alsof je melaats bent'

Suze (24) gaat samenwonen en heeft opeens grote aarzelingen, want ze weet dat ze aan één man nooit genoeg zal hebben.

Corine Koole
null Beeld
Beeld

'Ik ben 24, ken mijn vriend drie jaar, en nu ik op het punt sta met hem te gaan samenwonen, vraag ik me ineens af of ik daar wel goed aan doe. Nooit meer verliefd kunnen worden op een ander, nooit meer kunnen kiezen voor een heel ander leven. Nooit meer ingaan op de steeds sterkere avances van die andere, bijzonder intelligente jongen die nu in Japan studeert. Nooit meer kunnen spelen met de gedachte hem een paar maanden in Tokio op te zoeken. Het is niet dat het me benauwt, samenwonen, want ik verheug me echt op een plek waar mijn vriend en ik voortaan altijd samen zijn. Ik stel me voor hoe ik thuiskom van mijn werk en hij in de keuken op me wacht en me vraagt hoe mijn dag is geweest. Ik stel me voor hoe we binnenkort elke ochtend samen wakker worden, hoe hij me nog even naar zich toetrekt als ik wil opstaan - ook nu al een geliefd moment. Ik verheug me erop een basis te hebben waarnaar we iedere avond terugkeren, al is het nog zo laat en zagen onze bezigheden die dag er nog zo anders uit: dat huis is straks onze geliefde constante. Ik ben niet bang dat ik me ga vervelen of ergeren, dat is het allemaal niet.

Het is meer dat de beslissing met zijn tweeën onder één dak verder te gaan, talloze andere mogelijkheden uitsluit.

Nu al merk ik dat ik in de kroeg oogcontact met andere jongens vermijd. Ik vind het niet eerlijk om te flirten en dan te moeten zeggen dat ik een vriend heb. Die zin alleen al, 'Ik heb een vriend': je kunt in de kroeg net zo goed zeggen dat je melaats bent. Niet dat ik al die leuke jongens in mijn bed zou willen, het gaat om nieuwsgierigheid. Als ik in mijn hart kijk, zou ik behalve dat van mijn vriend zoveel meer levens van dichtbij willen leren kennen. Ik vind het lastig me nu al vast te leggen. Tegelijk wil ik voorkomen dat het eindeloze nadenken mij verlamt en me ervan weerhoudt de voor mij goede beslissing te nemen. In voorgaande verhoudingen was ik vaak 'het vriendinnetje van'. In die rol kon ik me goed verschuilen. Ik heb een verhouding gehad met een transgender en dan zeiden mensen: wat goed dat je dat kan. Op de een of andere manier ontleende ik daar een vreemde, niet onaangename status aan. Nu, met mijn vriend, mag ik voor het eerst zelf stralen. Hij vraagt aan mij wat ik wil en als ik zeg: 'Ik weet niet, wat wil jij?', dan zegt hij: 'Nee, ik wil jouw mening weten.'

Hij geeft me complimenten, ik ben veilig bij hem. Hij is grappig en lief, hij kan me zomaar ineens over zijn schouder gooien en zegt keer op keer dat hij van me houdt. Een jongen bij wie ik, in tegenstelling tot zijn voorgangers en trouwens ook die jongen in Japan, op de bank durf te liggen in een joggingbroek. En is dat niet de ultieme liefde, dat je je helemaal op je gemak voelt, en dat ik dat hyperbewust zijn, waarvan ik soms zo moe word, even kan uitzetten? Of probeer ik nu alleen mezelf te overtuigen?

Ik heb mijn vriend leren kennen op de universiteit, maar ik ben allang afgestudeerd, hij nog niet. Hij weet niet eens of-ie zijn studie wel wil afmaken, omdat het beroep waarvoor hij wordt opgeleid hem ineens niet meer aanspreekt. Soms kijk ik naar hem als hij zit te gamen met zijn broers en dan vind ik hem ineens zo jong. Meteen daarna denk ik: wat fijn dat we zo hecht zijn, wat heerlijk om samen met hem ouder te worden en later terug te kunnen kijken op een gezamenlijk verleden.

En dan, dwars daar doorheen, steekt weer die nieuwsgierigheid naar andere levens de kop op, naar andere jongens, andere landen, andere steden. En dan vraag ik me af: weet ik zeker dat ik deze stap wil zetten? Hij wil kinderen, ik nog lang niet, als ik ze überhaupt wil. Hij adoreert me, maar ik weet: zodra ik hem adoreer, kan ik niet meer ontspannen zijn. En kan een mens wel vijftig jaar monogaam zijn? Ik weet nu al dat er anderen zullen komen op wie ik verliefd zal worden, hoe gaan we daar straks mee om? Moet ik het soms nu al uitmaken, op mezelf gaan wonen en dan erachter komen wat voor moois ik heb weggegooid? Ik zou kunnen gaan rondscharrelen en flirten. Net als al mijn vrijgezelle vriendinnen die kunnen zoenen wie ze willen, al worden ze er niet gelukkiger op.

Ik wil heel graag dat het gaat werken met hem. En toch, ik weet het gewoon niet. Soms vraag ik me af waarom hij me niet verrast zoals ik hem, met een motorrijles voor zijn verjaardag en weekendjes weg bijvoorbeeld, waarom hij niet attenter is. Het zijn van die simpele wensen die ik niet eens hardop durf uit te spreken omdat ze dan zo kinderachtig lijken. Ik denk dat als ik onze liefde analyseer zoals ik bijna dagelijks doe, ik moet toegeven dat de warmte en geborgenheid het belangrijkst zijn tussen ons, niet de grote liefde en dat is precies hoe ik het nu graag wil. En wat betreft die nieuwsgierigheid naar anderen, misschien heeft iedereen dat wel. Misschien is het niet meer dan vanzelfsprekend dat ik die belangstelling voor andere levens niet zomaar kan uitzetten, omdat die nieuwsgierigheid, dat altijd maar willen weten wat ergens achter zit, maakt wie ik ben. In dat geval hoort onrust gewoon bij mij, is er niets aan de hand en maak ik me voor niets zorgen dat ik de verkeerde weg insla.'

Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Suze gefingeerd. Ook geïnterviewd worden over liefde en lust? Mail een korte toelichting naar lust@volkskrant.nl

Meer over