'Ik had zelf in die tijd in Indië kunnen leven'

De literatuur van Nederlands-Indië is een zaak van mannen, het damescompartiment is nagenoeg onzichtbaar. Dat gaat veranderen. Tussen nu en tien jaar heeft Vilan van de Loo de Oost-Indische Vrouwenspiegel geschreven....

door Gijs Zandbergen

Stapels boeken, mappen, dossiers, foto's en papieren liggen op het bureau en op de grond. Zelfs de zitbank biedt door de paperassen plaats aan slechts één persoon. Volle boekenplanken aan de muur. Aan de enig overgebleven vrije wand van de volgestouwde studeerkamer hangen portretten van 'vriendinnen' als Mina Krüseman, Annie Foore, Melati van Java, Therèse Hove en anderen. Nooit van gehoord? Toch waren het eens schrijfsters, tamelijk beroemde zelfs, van wie sommigen worden genoemd in het standaardwerk over de Indische letterkunde de Oost-Indische Spiegel van Rob Nieuwenhuys. Waar de literatuur tegenwoordig ruim bevolkt wordt door vrouwen, was zij tot niet zo lang geleden vooral een mannenzaak. In de literatuur van Nederlands-Indië golden vóór de Eerste Wereldoorlog als grootste namen: Multatuli, P.A. Daum, Willem Walraven en Louis Couperus. Er waren geen vrouwen bij. Die kregen hoogstens een plaatsje in wat Nieuwenhuys enigszins badinerend 'het damescompartiment' van de Indische letterkunde noemde. Veel waren het er in de tempo doeloe niet. Vijf welgeteld. Naast de eerder genoemde vier, doemt ook nog de naam van M.C. Frank op.

Aan de muur in de overvolle kamer, naast de vrouwenportretten, hangt ook een aankondiging van het boek de Oost-Indische Vrouwenspiegel. Nóg een overzicht van de Indische letterkunde, maar dan uitsluitend met betrekking tot de vrouwelijke auteurs. Het zullen er tientallen worden, als het boek eenmaal geschreven is. De reeds verzamelde bouwstenen ervoor liggen in een ladenkast, die nog zal worden uitgebreid, want de studie is nog niet voltooid en elke map krijgt telkens weer een sub-map.

De schrijfster van dat aanstaande boek, en bewoonster van de volle etage in het centrum van Leiden, is Vilan van de Loo, drie keer in de week columniste van de Haagsche Courant - onlangs verscheen bij Bzztôh haar bundel Vrouw verdwaald in een moderne wereld - en zestien uur per dag werkend aan de poging haar 'vriendinnen' aan de vergetelheid te ontrukken.

Dat laatste doet ze als zelfbenoemd conductrice van 'het damescompartiment', zoals zij de internetsite heeft genoemd waarop de Indische vrouwenliteratuur een plek heeft gekregen. Vilan van de Loo: 'Het damescompartiment is een geuzennaam. Tussen nu en over tien jaar moet de Oost-Indische Vrouwenspiegel er zijn. Het is mijn ideaal. Maar een ideaal moet je concreet maken. Daarom heb ik er alvast dit plakkaat gemaakt, zodat ik elke dag kan zien waarvoor ik het doe. Dat heb ik nodig ook, want een ideaal navolgen klinkt hooggestemd en romantisch, de werkelijkheid is een stuk prozaïscher. In de praktijk betekent het dat ik 's ochtends vroeg achter mijn bureau ga zitten en vervolgens tik en werk tot 's avonds laat. Warm eten doe ik weinig, tenzij in een restaurant. Ik heb veel Hüttenkäse boven het toetsenbord gegeten.'

De website bestaat sinds Van de Loo in 2000 door een oorontsteking werd geveld en ze in haar dromen een idee kreeg dat door de koorts verhevigde, daarna in een visioen veranderde en uiteindelijk resulteerde in een passie. Ze was tijdens haar studie Nederlands aan de Universiteit Leiden al gefascineerd geraakt door de Indische damesliteratuur en was ook van plan erop te promoveren, maar mede doordat er in dat jaar (1993) meer mensen cum laude afstudeerden en er bijna evenveel mensen solliciteerden naar een promotieplaats, werd zij min of meer gedwongen tot het opzetten van een freelance-praktijk voor teksten over allerhande onderwerpen. Daarbij raakte ze van lieverlee steeds meer gespecialiseerd in de Indische vrouwenliteratuur. Met een stewardessenkoffertje op wieltjes reisde en reist zij per trein het land door om dialezingen te houden over het vrouwelijke element in de Indische letterkunde.

Tot die oorontsteking in 2000, waarna het gewone freelance werk steeds minder werd ten gunste van de inspanningen voor de vergeten vrouwen. De site bestaat uit zes steeds verder uitdijende afdelingen. De opvallendste afdeling is de Bibliotheek, waarin bijna elke maand een of meerdere gratis te downloaden romans van een Indische schrijfster verschijnt. De boeken zijn gescand, tekstueel gecontroleerd en ingevoerd door Van de Loo zelf, die zich daarvoor een ijzeren discipline heeft opgelegd van 25 pagina's of een uur per dag.

Van de Loo: 'Ik heb een grote drang naar het oude. Laatst heb ik nog een witte, bakelieten Jan des Bouvrie-telefoon gekocht, waarmee je niets anders kunt doen dan telefoneren. Dat is geweldig ouderwets, maar het is ook heerlijk. Dat wil overigens niet zeggen dat ik het nieuwe verafschuw. Vroeger tikte ik fragmenten uit de romans over, maar sinds ik de eenvoud van het scannen heb ontdekt, zet ik hele romans op internet. Het moderne staat in dienst van het oude. Een boek lezen in de originele uitgave is natuurlijk het mooist, maar veel reizigers in het damescompartiment wonen in het buitenland. Dat zijn geëmigreerde kinderen of kleinkinderen van oud-Indischmensen. In Australië, Canada of Amerika kun je geen antiquariaten aflopen waar je deze boeken kunt vinden. Dat doe ik dus voor ze. Het zijn boeken van schrijfsters die minstens zeventig jaar dood zijn. Dat moet wel, want dan pas komt het auteursrecht te vervallen. De beste van alle Indische schrijfsters, Maria Dermoût, is in 1962 gestorven. Dat wordt dus pas 2032. Maar haar boeken zijn gelukkig nog wel gewoon de koop in de winkel. Dat geldt niet voor bijvoorbeeld Melati van Java. Wat eigenlijk een schande is.'

Van de Loo noemt Melati van Java, pseudoniem van Marie Sloot (1853-1927) niet voor niets. Nog geen jaar geleden heeft zij met Josephine The-Postma een fanclub opgericht voor de vergeten schrijfster, die zo veel schreef en zo veel verkocht, dat zij samen met haar levensgezellin Lina Schneider en een inwonende dienstbode ruim van de pen kon leven. In 1893 werd zij in zekere zin officieel erkend toen zij als een van de eerste vrouwen werd aangenomen als lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, om later door de critici min of meer te worden weggezet als een humorloze schrijfster met een voorkeur voor romantische knaleffecten. Een kwalificatie waar het grote publiek overigens geen boodschap aan had. Nog in 1921 was haar roman Hermelijn het meest uitgeleende boek in de Nederlandse bibliotheken. Van de Loo gelooft heilig dat de revival van Melati van Java aanstaande is. De fanclub telt inmiddels zestig leden variërend van mighty (hoogleraar) tot modest (huisvrouw). En dat zullen er naar Van de Loo's stellige overtuiging meer worden als een toevallige lezer een van Melati van Java's boeken uit de bibliotheek heeft gedownload.

Een andere vergeten ster is Beata van Helsdingen-Schoevers (1886-1920), die eigenlijk meer columniste en voordrachtskunstenaar was dan schrijfster. Wereldberoemd in Indië voor de Eerste Wereldoorlog, is ze nu hoogstens een voetnoot in de pers- of toneelgeschiedenis. Over haar heeft Van de Loo een biografie in voorbereiding en publiceerde ze de gefingeerde interviewbundel Somewhere in Indië. Dit naar analogie van De geest van de dichter van hoogleraar letterkunde Marita Mathijsen, een bundel 'gesprekken' met elf negentiende-eeuwse schrijvers.

Om zich te laten inspireren wandelt Van de Loo wel eens door het Haagse Statenkwartier, waar in de deftige hoge huizen soms nog de geest van de oud-Indischgasten zweeft. Ze heeft door het hele land ontmoetingen met inmiddels zelf bejaard geworden kinderen en vaker nog kleinkinderen van Indië-gangers die de tijd hebben meegemaakt van vóór de Grote Oorlog, toen er in Indië nog geen auto's reden, zelfs niet voor de gefortuneerde planters, de administrateurs en residenten. Laat staan voor de veel grotere groep van lagere beambten. Van hun kinderen en kleinkinderen krijgt ze foto's, dagboeken, brieven, boeken en herinneringen en overschrijdt ze als het ware een tijdgrens. Vilan van de Loo: 'Ik heb van de nabestaanden een liber amoricum voor Java van Melati gekregen, met daarin een tekening van Jan Toorop en een brief van de oude Alberdinck Thijm, de vader van Lodewijk van Deyssel. Als ik dat lees, ben ik in mijn verbeelding heel dicht bij Indië.

'Ik heb erover gedacht om naar Indonesië te gaan. Maar ergens durf ik dat niet. Want hoewel het te zijner tijd voor archiefonderzoek misschien nodig is, weet ik zeker dat ik er niets zal aantreffen van het beeld van Indië dat ik heb opgebouwd. Ik denk overigens wel dat ik zelf in die tijd daar geleefd zou kunnen hebben en me daar ook met literatuur zou hebben beziggehouden. Niet als gouvernante of als onderwijzeres, want ik ben niet geschikt voor kinderen, maar wel als de inwonende zus. Een beetje afwijkend type, dat wel.'

Meer over