'Ik ga waar 'het water gaat'

Henk Roozendaal (53) beschilderde de muren van het reclamebureau, waarvan hij anderhalf jaar eerder directeur was. Hij woont op Bonaire....

'Reclamewerk is ontzettend leuk, maar wel een constant gevecht. Ik heb onder druk van opdrachtgevers vaak dingen gemaakt die niet goed waren. Dingen waarvan ik bij voorbaat wist dat ze niet zouden werken. Reclame is een vak waarover iedereen kan meelullen en waarvan iedereen verstand denkt te hebben. Ook de zogenaamde productmanagers, de heao'ers die je aanspreekpunt zijn als je geacht wordt een tv-spotje of campagne te bedenken. Ze zeggen niet: "O, jij bent de man die al die prijzen gewonnen heeft? Ga jij dan maar lekker je gang." Uit angst voor hun bazen willen ze alles eerst uittesten op proefpersonen en steevast komen de meest suffe ideeën als beste uit de bus.

Dat je het volhoudt komt doordat je toch ook regelmatig de kick hebt dat een klant enthousiast is over wat je hebt gemaakt. Dat iedereen in schateren uitbarst als je een commercial laat zien. En we hebben met ons bureau, Result DDB in Amstelveen, aardig wat prijzen gewonnen, zoals de Ster-publieksprijs voor het It kin net-Sonnema-spotje, waarin twee yuppen uit de Randstad door het ijs zakken terwijl ze nog zo gewaarschuwd zijn door de Friezen.

Ik was 16, 17 toen ik mijn eerste baantje bij een reclamebureau kreeg. Hoewel ik communist was - dat ben ik vrij lang geweest, op het laatst tegen beter weten in - had ik daar geen ideologische bezwaren tegen. Zolang het communisme niet gerealiseerd was in de maatschappij waarin ik leefde, was het mij om het even of ik nu bij Philips lampjes maakte of dat ik reclame voor die lampjes maakte. Niet dat ik visioenen had van een communistisch paradijs, maar ik heb wel jarenlang al mijn vrije tijd geïnvesteerd in het verheffen van de arbeidersklasse en de strijd tegen het imperialisme.

Ik ben opgegroeid met het communisme, als met een geloof. Mijn vader is heel mijn jeugd journalist bij De Waarheid geweest. Toen ik halverwege de jaren zeventig het gevoel kreeg dat de partij een doel op zich werd in plaats van een middel om idealen te verwezenlijken, heb ik er een punt achter gezet. Hoewel ik nooit iets spectaculairs gedaan heb - geen molotovcocktails gegooid, wel bijvoorbeeld actieposters ontworpen - had ik in '88 de grootste moeite een visum voor Amerika te krijgen toen ik voor McDonald's naar Los Angeles moest.

Na tien jaar had ik het eigenlijk wel gezien in de reclame en zon ik op een manier om iets heel anders te kunnen gaan doen. Ik had wel beeldend kunstenaar willen worden, maar kwam niet in aanmerking voor een overheidstoelage. Contraprestatie noemden ze dat destijds. Ik heb ook geprobeerd romans te schrijven, in de hoop op die manier aan de reclame te ontsnappen. Maar toen ik merkte dat ik daar niet goed genoeg in was, besloot ik op mijn 40ste dan maar zo veel mogelijk geld te verdienen, zodat ik me op m'n 50ste uiteindelijk helemaal vrij zou kunnen maken. Die tien jaar waren simpelweg de uitkomst van een rekensom: "Welk bedrag moet ik verdienen om de rest van mijn leven onafhankelijk te zijn en niets meer te hoeven doen voor het geld?"

Ik vestigde me als allround-creatief en nam alles aan wat ik krijgen kon, zolang het maar opdrachten boven de 10.000 gulden waren. Ik draaide vier ton in een jaar. Dat was ook mijn aanvangssalaris toen ik directeur werd van Result. Overigens wist iedereen daar dat ik te zijner tijd zou vertrekken, maar dat heeft me nooit belemmerd in mijn functioneren. Uiteindelijk ben ik nog wat langer gebleven om de fusie met een ander bureau, DDB, te begeleiden, maar anderhalf jaar geleden ben ik gestopt met werken en sindsdien woon ik met mijn vrouw en zoontje op Bonaire.

Hoewel ik anti-koloniaal ben opgevoed, riep ik als tiener al: "Jammer dat Indië niet meer van ons is, anders was ik er zeker naartoe gegaan." De tropen hebben me altijd getrokken. De zwoele hitte, het onbekende. Avon tuur, gevaar. Heel wat aangenamer om te trotseren dan grijsheid, kou en regen. Bo ven dien is duiken al dertig jaar mijn grote passie. Het is de ervaring om gewichtloos te zijn, te zweven in een waanzinnige wereld die echt ongerept is. Het liefst rook ik voor ik ga duiken een joint, dan is alles nog mooier.

Natuurlijk had ik al veel eerder mijn biezen kunnen pakken en naar een warm land kunnen vertrekken. Misschien komt het doordat ik in mijn jeugd met relatieve armoede ben geconfronteerd, maar ik wilde eerst mijn schaapjes op het droge hebben voor ik naar het paradijs ging. Op mijn 16de heb ik nog een paar weken zonder geld door Europa gelift. Daarna reisde ik toch liever met genoeg travellercheques op zak.

Het heeft even geduurd voor ik op Bonaire mijn draai vond. Ik heb weer geprobeerd te schrijven, een thriller dit keer. Herma, mijn vrouw, vond het niets. Ik zat maar in mijn computerkamertje met dat mooie weer van ons. "Wil je dat nu de rest van je leven doen?", vroeg ze. "Stel dat je een succesvolle thrillerschrijver wordt, dan moet je elk jaar weer een nieuw boek schrijven." Schrijven is zombie-arbeid, in zoverre had ze gelijk. Ik ben er dan ook mee opgehouden.

Afgelopen juni is het schilderen begonnen. De school van mijn zoontje zocht mensen om het ontwerp van een muurschildering uit te voeren. Ik merkte dat ik het leuk vond en dat het me goed afging, die grote vlakken. Daarna heb ik in ons eigen huis de wanden gedaan. Water, lucht en alles wat daarin rondzwemt en -vliegt. In de stijl van de Klare Lijn. Als er niet toevallig vorig jaar een verffabriek op Bonaire was gekomen - ze hebben heel goede kwaliteit acrylverf, in wel tweeduizend kleuren - was ik er trouwens nooit aan begonnen.

Toen ik een paar maanden geleden in Nederland was, zag mijn opvolger bij het reclamebureau een paar fotootjes van het schilderwerk bij me thuis. Hij vroeg of ik niet de wand van de kantine wilde doen in hun nieuwe gebouw. Zo stond ik anderhalf jaar nadat ik was vertrokken Adam en Eva in het onderwaterparadijs te schilderen tussen mijn lunchende ex-collega's, die nu eens een heel andere kant van me zagen. Dat gaf wel een kick. Ik zag en hoorde hoe ze bezig zijn, en was niet een moment jaloers, hooguit bang dat zij jaloers op mij zouden zijn.

Het reclamewerk heb ik echt geen dag gemist. Ik heb beloofd voor het dierenasiel op Bonaire een fondsenwervingscampagnetje te bedenken, en daar zie ik nu al als een berg tegenop. Mijn ego heeft ook nergens last van. Ik ben nooit tevreden geweest met een identiteit als - uitsluitend - reclameman. En status heb ik er genoeg aan beleefd. Waarom zou je doorgaan tot die status daalt? What goes up, must go down. Mensen uit mijn vak gaan vaak veel te lang door. Dan heb ik het over creatieven die, terwijl ze over hun hoogtepunt heen zijn, nog steeds zelf willen concipiëren en de competitie aangaan met jong talent. Daarvan worden ze uiteindelijk dood ongelukkig.

Sommigen vinden mij een gespleten persoonlijkheid. Dat begrijp ik wel, want enerzijds ben ik filosofisch en contemplatief ingesteld, en anderzijds schrik ik er niet voor terug mijn leven jaren vooruit te plannen. De kunstzinnige, wietrokende ex-communist tegenover de handige zakenjongen. Zelf zie ik het niet als een tegenstrijdigheid. Ik denk dat het twee kanten van dezelfde medaille zijn. Ik ben gewoon iemand die geduldig zoekt naar de "makkelijkste" weg, zonder zaken of mensen te forceren, in het vertrouwen dat de juiste gelegenheid zich vanzelf voordoet als de tijd rijp is. Ik ga waar het water gaat.'

Meer over