Ik ga niet als een loser weg

Zijn vader neemt het hem kwalijk dat hij zijn verhaal vertelt; zijn collega’s van het Korps Mariniers vinden hem een verrader....

‘Mijn psychiater pakte me bij de knie en zei: denk je dat jij de enige bent die problemen heeft door de rechtsgang van Eric O? Op de gang van de Sociaal Medische Dienst kwam ik voor het eerst een lotgenoot tegen. Hij had twee meter naast Eric gestaan toen die het schot loste. Daardoor werd een Irakees getroffen

‘Zijn vader bleek ook marinier. Hij kon het thuis óók niet vertellen. Want je valt je eigen korps toch niet af. Mijn vader neemt het mij nu kwalijk dat ik het vertel. Het is niet leuk, ik doe het liever niet. Maar die tweespalt die er nu in het korps is, daar moeten we vanaf. Op alle niveaus heb ik intern geprobeerd mijn kennis van feiten neer te leggen. Er wordt niets mee gedaan. Ik doe dit uit loyaliteit aan het Korps Mariniers.

‘Ik ben geboren met een baret op. Mijn vader is als marinier veel uitgezonden, onder meer naar Nieuw-Guinea en Korea. Ons gezin telde zes jongens, die allemaal zijn gekeurd voor de mariniersopleiding. Drie zijn er doorheen gekomen. We zijn streng opgevoed. Als we herrie maakten op onze slaapkamers, kwam mijn vader met de gummilat de orde herstellen

‘De waarden die ik thuis heb meegekregen, gebruik ik de rest van mijn leven als norm. Ik ben Nederlands en Duits commando geworden en in mijn opleiding geslaagd als beste onderofficier. Ik heb altijd geprobeerd dicht bij mezelf te blijven. Door uitzendingen naar Bosnië en Irak ben ik niet afgestompt geraakt. Ook niet, nu ik niet meer welkom ben, geen respect en waardering meer ondervind, omdat ik als verrader word gezien.

‘Het was psychisch zwaar, maar toch kan ik er tegen. Want thuis heb ik een stabiele basis. Tegen de korpstraditie in ben ik bij mijn eerste vrouw. Ik heb een motor en jaren ’50-auto’s. Ik heb geen Thaise vriendin, betaal geen alimentatie, hang niet aan de tap, hoef niet te hoereren, maar* laat me wel mijn werk doen. En dat pakken ze nu van me af. Met als hoger doel: liegen en bedriegen voor de trots van het korps mariniers.’

Sergeant-majoor John Hoekendijk (44) werkt een paar dagen per week om in het arbeidsproces te blijven. Het korps heeft hem niet in dank afgenomen dat hij heeft getuigd in het hoger beroep van het Openbaar Ministerie tegen Eric O. De sergeant-majoor werd door de marechaussee opgepakt. Hij zou de geweldsinstructie hebben overtreden door op 27 december 2003 een Irakees te hebben gedood. Hij werd, met advocaat en ex-marinier Geert Jan Knoops aan zijn zijde, tot tweemaal toe vrijgesproken.

We zitten bij Hoekendijk in zijn jaren vijftig-keuken. Af en toe valt zijn vrouw Rina hem bij. Hoekendijk werkt na een reeks van represailles die hij gedocumenteerd kan laten zien, als sportinstructeur. Hij behaalde als marinier tientallen diploma’s, gebundeld in een zes centimeter dik plakboek. Met als hoogtepunt een functioneringsgratificatie van zijn commandant van het tweede mariniers detachement Irak, mr. G. Oppelaar over zijn presteren tijdens de uitzending Irak. Hij schrijft over Hoekendijk: ‘Hij hield nauwlettend een vinger aan de pols om te weten wat er leefde binnen zijn geweergroep (*) Normen en waarden staan hoog in het vaandel bij betrokkene. Deze draagt hij over aan zijn mariniers. In het operatiegebied liet Hoekendijk niets aan het toeval over. Iedere opdracht die hij kreeg, bereidde hij tot in de puntjes voor. De grondige voorbereiding resulteerde in een goede uitvoering.'

Nu gaat Hoekendijk met enige regelmaat naar de legerpsychiater. Tot zijn verrassing trof hij daar meer lotgenoten. Mariniers, die verstrikt raakten in de kwestie Eric O. De meesten worden gehoord door de Koninklijke Marechaussee naar aanleiding van de aangifte van Hoekendijk. Omdat er volgens de aanklacht sprake was van dwang, bedreiging en het achterhouden van bewijsmateriaal.

Hoekendijk is in een aantal opzichten een echte marinier. Hij spreekt in krachtige taal, verkeert het liefst de helft van het jaar op missie in onrustige gebieden. Hij is in staat te relativeren, met de nodige humor. En botst daarbij wel eens met de hiërarchie.

‘Mijn kernkwaliteit is dat ik oprecht ben, maar mijn valkuil is mijn rechtlijnigheid. Ik moet leren loslaten ten opzichte van een doel. Maar wat is in deze kwestie het doel? Ik kan het niet vinden. Je mag kennelijk iemand neerknallen, je wordt ook nog eens een held, veroorzaakt tweespalt binnen het korps en ook binnen defensie. Dat wordt gedoogd en normaal gevonden. Achteraf gezien heeft de korpsleiding voor de trots van de mariniers een aantal van haar eigen mensen geofferd.’

U bent een oudere marinier. Wat was uw rol binnen het detachement in Irak?

‘Op de compound Khdir was ik op drie na de oudste van 160 mariniers. Mensen namen me daarom in vertrouwen, liepen bij mij net zo makkelijk naar binnen als bij hun buddie.

‘De 27e december zit ik in de gezamenlijke tent voor alle rangen mijn krantje te lezen. Komt er een oud-leerling van me binnen. Begint zijn verhaal. ‘Wat denk je wat? Ze hebben net een tsjoller (lokale bewoner, red.) doodgeschoten.’ Goed joh, zeg ik, spannende film gezien? Maar hij begint het hele verhaal eruit te kotsen.

‘Hij stond naast de majoor (Eric O., red) en schrok van het eerste schot in de lucht. Wat doet hij nou? Hij ziet hem richten, door zijn kijker turen en de tweede maal gericht schieten op een Irakees die meer dan honderd meter verderop staat. Ik geloofde hem niet. Maar vervolgens kwam er een marinier en nog een marinier: allemaal hetzelfde verhaal.

‘Toen het nieuws van het schietincident doordrong in het operatiegebied, wisten we: dit is nooit gebeurd. Eric O. wordt hiervoor nooit gestraft en verantwoordelijk gehouden, dit is te erg, dan zijn we echt zuur.

‘Zes weken later staan er een sergeant en een korporaal voor mijn neus. Een van hen begint te huilen. ‘Ik kan er toch ook niets aan doen, ik heb alleen maar verklaard wat ik heb gezien en ik word uitgekotst op Camp Smitty.’ De meesten hadden verklaringen afgelegd die niet klopten.’

Wat klopte er niet aan de verklaringen?

‘Er waren twee eenheden van de Mariniers aanwezig bij het incident. De Quick Reaction Force (QRF) van de 23e compagnie van Al Khidr en de QRF van de 22e van Camp Smitty, de eenheid van Eric O. De ooggetuigen van de 23e verklaarden dat O. onnodig had geschoten en dat er geen dreiging was. Die van de 22e verklaarden dat er wel dreiging was en dat O waarschuwingsschoten had gelost. Later hoorde ik van de mariniers van de 22e, onder wie korporaal Ripson, dat zij van hun luitenant verklaringen, gekregen van Eric O, op papier moesten zetten. Zoals ‘mensen met stenen in de hand kwamen dreigend op ons af’.

‘Dreigend* Het was volgens de mariniers van de 23e helemaal niet dreigend. Er was een marinier die zijn geweer op z’n rug had. Een ander stond een shaggie te draaien, terwijl Eric schoot. Die Arabieren die op grote afstand waren en keken of ze wat konden halen, waren dat van ons niet gewend. Die dachten: gekkenwerk! Ze draaiden dus om. Waarna Eric zijn tweede schot vuurde en een Irakees raakte.

‘Deze mariniers vertelden mij ook dat er een Amerikaans konvooi stilstond bij onze jongens. Staan ook shag te draaien en te wachten. Ze horen dat schot en zien wat er gebeurt* Zeggen tegen onze jongens: What the fuck is happening man! Why is he shooting? That was not necessary! Nou, als een Yank dat zegt*

‘De vijand kwam het lichaam neerleggen bij onze jongens. Een ervan was een familielid, de rest keek op afstand toe. Kort daarop is er een verklaring van de compagniescommandant naar de familie gebracht. ‘Dear Sir, First of all my condolences for the loss of your brother. The involved marine is now in the Netherlands. The ministry of justice is holding an inquiry. Regards. M. Brinkman.’

‘Daarna zijn de onderhandelingen met die broer van de dode Irakees begonnen. Die man dacht: mijn broer is dood, die had nog twintig kinderen kunnen maken. Dus die vroeg twee vrouwen en een kudde kamelen van de onderhandelaars.

‘Wat schrijft de compagniecommandant in zijn weekly, een dag na het incident op 28 december 2003? ‘Het loopt in grossen ganzen goed. Ook na het schietincident van gisteren is het rustig gebleven. Bij de sjeiks en de City Council werd er gunstig op gereageerd. Hoe het ook zij, we werken mee aan het onderzoek van de KMAR.

‘Twee, drie weken na het incident komen de eerste berichten binnen uit Nederland. De man in de straat denkt: O. heeft niet voor niets geschoten. Wat mij zo’n pijn doet, is dat ik een geweergroep leid met zes jonge mariniers. We verlaten de compound en moeten doorladen. Zeggen die jongens tegen mij: ‘Zo sergeant, we gaan een tsjoller omleggen* kom ik ook in de krant. Krijg ik ook een lintje! Het deed wat met het rechtsgevoel van die jongens. Krom is recht en recht is krom.

‘De leiding weet dat er wel degelijk foto’s zijn gemaakt, in het ziekenhuis van Khidr, van de Irakees die is neergeschoten door Eric O. Die foto’s zijn, voor zover ik weet, buiten de rechtsgang gebleven.’

Hoe bent u in de hoger beroepszaak tegen Eric O. terechtgekomen?

‘Ik werd verplicht te verschijnen bij het Hof. Als je niet komt ben je strafbaar. Ik moest onder ede verklaren wat ik wist.’

Is het juist dat u net voor die echtszaak bent opgezocht door Eric O.?

‘Ik was als instructeur bezig met mijn klas mariniers toen Eric komt met een paar majoors naar me toe kwam. Ik zei dat ik bezig was, maar hij zei: ‘Je hoort toch wat ik zeg?’ Goed, we lopen met zijn vieren voorbij de glazen ramen en ik sta met mijn rug tegen de muur. Ze komen om me heen staan en Eric zegt: ‘Waar ben jij verdomme mee bezig, vuile verrader!’ Hij priemt met zijn vinger op mijn borst. ‘Ik heb alle stukken ingezien!’ Nou, dan zal het je wel bekend voorkomen, zei ik. En ik wurmde me tussen die drie uit.

‘Weet je wat me zo'n pijn deed? Eric was daar omdat hij de hoogste eer kreeg die je kunt krijgen als onderofficier. Hij mocht in het vaandel staan (de vlag dragen, red.) bij de commando-overdracht van generaal Prins naar generaal Zuiderwijk.’

U hebt opgetreden in de rechtszaal. Waarom komt u nu dan nog een keer met uw verhaal?

‘Ik heb nog geen 10 procent van mijn verhaal kunnen doen. Knoops begon mijn geloofwaardigheid als getuige-deskundige onderuit te halen en ik was niet voorbereid door mijn korps op het verhoor. Net als die jonge mariniers, die werden ook afgeserveerd door Knoops. Het Openbaar Ministerie stelde mij vervolgens geen vragen meer.’

Klopt het dat u door de advocaat-generaal was gewaarschuwd dat er represailles konden komen.

‘Dat was na de rechtszaak, hij waarschuwde me en vroeg me dat te melden. Ik heb dat tot vorige week donderdag nooit gedaan. Na de rechtszaak moest ik weg uit Rotterdam bij mijn mariniers in opleiding, waarvan ik klassecommandant was. Zonder opgaaf van redenen. Ik kwam in Den Haag, op een code vier functie. Dat betekent dat je op alles moet solliciteren en als het niet lukt binnen een half jaar, dan ben je ontslagen. Bij de KMAR wilden ze me hebben. Daar werd op het laatste moment iemand tussen geschoven.

‘Ik zocht mijn heil bij een burgerambtenaar in Den Haag, die vrij hoog was en tegen zijn pensioen aanzat. Hij hoorde mijn hele verhaal aan en belde met mijn generaal, die kende hij goed. Twee weken later was ik bevorderd tot sergeant-majoor. Maar wel op Erfprins in Den Helder, daar werd ik chef-sport. Wat een gat is dat als je de bossen gewend bent. Waar ik woedend om werd is dat ze Eric, die een cursus had, bij mij plaatsten. Drie keer per dag samen eten en sporten. En als ik binnenkwam, keken die sergeant-majoors me niet prettig aan. Dan krijg je het moeilijk. Ik deed wel flink, maar was het niet.

‘Mijn psychiater zei: begin nou eens met de verwerking. Wat staat je in de weg? Ik wilde nog een gesprek met mijn hoogst geüniformeerde baas, de generaal. Ik dacht: ik leg het bij hem neer, hij mag het weten. De generaal vertelde dat hij me liever niet bij de KMAR detacheerde, vanwege de confrontatie met mijn eigen mensen.

‘Ik vroeg hem of hij bij het proces was geweest waar ik getuigde. De generaal zei: ‘Ik heb me bewust afzijdig gehouden, want mijn voorganger heeft zich er nogal in gemengd. Ik heb geen mening over de zaak’. Na veertig minuten brak hij het gesprek af omdat hij een andere afspraak had.’

Waarom was het toen niet klaar?

‘Ik dacht zelf van wel. Ik sprak de generaal op donderdag. Ik praatte er vrijdag met Rina over en ik had toch iets van: nu heb ik gedaan wat ik kon doen. Ik kan het loslaten. Ik was vrolijk en had weer zin in het leven. Zaterdagochtend 14 januari 2007 ligt De Telegraaf op de keukentafel. Staat een verhaal in over de mariniers. Staat daar een citaat in van de generaal, dezelfde man die ik drie kwartier in de ogen had gekeken en die geen mening had over Eric O.’

Citaat: ‘Als we het over integer personeel hebben van uiterst hoge kwaliteit, zit daar zeker Eric O. bij. Op de dag dat Erics bataljon op missie gaat naar het buitenland, is de adjudant daar zeker bij!’

‘Toen werd ik zó boos. Ik zat helemaal te shaken.’

Rina: ‘We waren weer helemaal terug bij af.’

Waarom laat de hogere legerleiding dit gebeuren?

‘Als dit uitkomt van Eric, schamen ze zich hun ballen uit de broek. Het is pure trots. Maar nu weet ik dat er meer mensen onder lijden en dat sterkt me in het gevecht. Een kolonel van de mariniers heeft weleens gezegd ‘Het zwijgen om niet als verrader te boek te staan is een verkeerde opvatting van het begrip maatjesgeest.

‘Ik wilde niets naar buiten gooien. Maar mijn mails om het intern op te lossen zijn nooit beantwoord. Ik ga niet als een loser weg. Er is een hinderlaag gelegd om mij af te slachten. Er is maar één methode: agressief over de vijand heen. Keihard terugvechten.

‘Als ik de direct betrokken mariniers dat boek van Geert Jan Knoops laat lezen en hoe hij de jongens daarin belachelijk maakt, hebben ze niet de minste moeite de marechaussee te woord te staan. Nu zijn de andere slachtoffers van Eric aan zet. En nu ben ik dan geworden wat ze al twee jaar van me zeggen, de verrader, de klokkenluider.

‘Maar ik hoef me niet meer te verstoppen. Dit hebben ze zelf gewild. Tegen de militairen die dit onder de pet willen houden, zeg ik: de weg naar de bron is altijd tegen de stroom in. En ik blijf zwemmen.

Meer over