'Ik ga bouwen. Zelfde plek, mooier guesthouse'

Galle heeft nog één rijkdom over, en die is puur Hollands. Het Dutch Fort, in 1640 door de Hollanders gebouwd, ligt op zijn landtong hoog genoeg om de tsunami te hebben doorstaan....

Sri Lanka, en Galle in het bijzonder, heeft het Fort hard nodig om weer overeind te kunnen krabbelen. Het toerisme is een van de grootste inkomstenbronnen van het land. Het watergeweld heeft die bron doen opdrogen. Driekwart van het kustgebied is vernield.

Overal liggen daar hotels, guesthouses, restaurants en winkels in puin. Maar nergens was de hel zo groot als in Galle, zo leert een inspectie van een dag langs de hele zuidelijke kust tot bij Hambantota. Het Fort kan als trekpleister een rol spelen in de wederopbouw van Galle.

Hoewel, wederopbouw? Voorlopig worden op een pleintje naast het Old Dutch House nog kleren uitgedeeld aan de ontheemden, en voorlopig is Galles politiechef Ariyasena nog op zoek naar zeker tweeduizend vermisten. Enkele van de reeds gevonden verdronkenen heeft hij ter identificatie laten uitstallen op het schootveld voor het Fort, in een gruwelijk tableau.

Acht volwassenen en twee kleine kinderen. Armen in verstarde hoeken. Tongen als ballonnen naar buiten geperst tussen bizar dikke, omgekrulde lippen. Inwoners van Galle lopen zwijgend om de expositie des doods heen. Vermoedelijk staat hun hoofd niet naar het herstel van het strandtoerisme.

Langs de hele kust hetzelfde beeld: mensen die maar wat rondstruinen tussen de resten van hun huis, pension of restaurantje, hier een paar planken weghalend, daar een beetje vegend met een bezem. Overal ook busjes met hordes mensen er omheen die zakjes rijst en ander voedsel kijgen.

Sri Lanka zit nog volop in de fase van de noodhulp, het lenigen van de allereerste ellende. 'We hebben niets meer', is wat alle getroffen mensen zeggen, alsof men heeft afgesproken overal hetzelfde antwoord te geven. 'Alles is weg. Hoe moeten we verder? Hoe moet ik een nieuw huis bouwen? Wie geeft me geld?'

Voedsel wordt dezer dagen verspreid door zowel overheid als vrijwilligers, en opgehaald bij burgers overal in het land. Het kustgebied overleeft door nationale burenhulp. 'Maar de lokale hulp zal na een paar dagen opdrogen', zegt Virakha Tillekeratne van het VN-voedselprogram (WFP). 'Het enthousiasme zal verminderen. Dan moeten de donoren het overnemen.'

Het WFP heeft 3500 ton voedsel klaar staan voor 540 duizend mensen in opvangkampen. Goed voor twee weken, zegt Tillekeratne. 'Daarna komt een noodoperatie op gang van zes maanden, waarin ook al wederopbouw zit.'

Wederopbouw? Voorlopig zijn de mensen nog doodsbang voor wéér een tsunami. Langs de zuidkust gonst donderdagmiddag het gerucht: het water komt weer! Zuid-India staat al onder! In Matara en Tangalle trekken mensen met zakken eigendommen voor de zekerheid landinwaarts.

Angst voor een nieuwe vloed is voor velen hier een extra belemmering spoedig terug te keren naar hun werkplek: de oceaan. Langs het midden van de zuidkust is visserij de voornaamste inkomstenbron. De huizen van de vissers staan, - beter: stonden - dicht langs de kust. Ook talloze boten zijn vergaan.

Indrani Pathmasiri helpt in een opvangkamp dat is ingericht in de Shnaramaya-tempel. De sadhu, monnik Anomasara, coördineert de zorg voor de vissersgezinnen, 300 mensen hutje bij mutje.

Het toekomstperspectief strekt hier beduidend minder ver dan de zes maanden die het WFP heeft uitgestippeld. 'Het is moeilijk om de mensen allemaal hier te laten', zegt de monnik. 'Maar ik kan ze toch moeilijk wegsturen. Waar moeten ze heen? Misschien duurt het wel een jaar.'

Visser Sujit heeft huis, boot en netten verloren. Te eten heeft zijn gezin niet. 'Ik heb een boot nodig, dan kan ik geld verdienen.' Maar een boot met toebehoren kost al snel 5 lakh, 500 duizend rupees. Waar haalt hij dat vandaan? De vorige boot kocht hij samen met zijn broer, die als militair spaargeld had. Broer Rukman laat een gehavend been zien: afgekeurd na schotwonden.

Lang niet alle vissers hebben overigens een boot. De zuidkust kent de paalvissers, mannen die een paal in zee zetten en bovenin gaan zitten met visgerei. Een toeristisch object op zich, in menig Sri Lanka-gids staat hun foto.

De bootloze paalvissers hebben één geluk bij hun ongeluk: ze zijn ook geen boot kwijt.

Ongetwijfeld doelde Tillekeratne van het WFP mede op hen toen ze zei dat de armste slachtoffers minder slecht af zijn dan de meer bemiddelde. 'De armen zijn naar een iets lager niveau gezakt. Maar de middenklasse is ver naar beneden gedonderd.'

Middenklasse, dat zijn bijvoorbeeld de hoteliers en restauranthouders in plaatsen als Unawatuna, een stukje ten oosten van Galle. Drie maanden geleden nog vormden zij een strandcommissie ter upgrading van UnawatunaBeach. Het streven: minder afval op het strand. En meer gezinnen, in plaats van backpackers.

De Engelsman Roger Taylor, baas van hotel Villa in Paradise (gespaard gebleven, want op een heuvel), stelt vast dat de commissie waarvan hij lid is nu andere zorgen aan het hoofd heeft. Maar Unawatuna zal er bovenop komen. 'Twee dagen geleden waren de mensen ontredderd, nu is de geest helemaal terug. Srilankanen hebben veel veerkracht. Ze zijn goed in het regelen van dingen, iets maken uit niets.'

Collega Laxman Karunarathena, de 29-jarige ex-bezitter van Guesthouse Eden Garden (twee kamers), is vastbesloten. 'Ik ga geld lenen en herbouwen. Absoluut. Zelfde plek. Mooier guesthouse.'

Maar hoe dan ook is 2005 een verloren jaar. Het toeristenseizoen, begonnen in december, loopt tot april. Voorlopig heeft deze ondernemer volop tijd voor zijn hobby, het luisteren naar de radio. Oók Wereldomroep Nederland. 'Jan-Peter Balkenende!', roept hij grijnzend, om dat te onderstrepen. 'Wim Kok. Hans van den Broek. Bernhard, just died. Claus. Pim Fortuyn.' Bij 'Ruud Lubbers' maakt hij een schalks graaigebaar.

Nederlandse toeristen kunnen volgend jaar weer hun lol op in het guesthouse van Laxman Karunarathena.

Meer over