Ik dam dus ik leef

Als terminaal kankerpatiënte is ze al zes keer opgegeven. In een rolstoel werd Nina Hoekman dinsdag voor de elfde keer Nederlands kampioen dammen. 'Mijn lichaam is kapot, maar mijn geest laat dit spel niet los.'

Op de deur van de kamer van Nina Hoekman in het verzorgingstehuis in Zutphen heeft het personeel een gouden medaille geplakt, als eerbetoon aan de recordkampioene dammen. Zittend op een stoel verspert haar 10-jarige zoon Oleg de ingang. 'Je moet wachten, mama wordt verschoond.'

Wanneer de verpleegster naar buiten komt, verspreidt een penetrante poeplucht zich over de gang. 'Door je mond ademen en niet door je neus, want het stinkt', zegt Oleg tegen de bezoeker. De 49-jarige Hoekman maakt het als terminaal kankerpatiënte niet mooier dan het is. 'Ik heb geen controle meer over mijn lichaam', zegt ze, als de kamer is gelucht en ze in haar rolstoel is gezet.

'Ik draag luiers, want ik laat alles lopen. Het is mensonwaardig, maar de boosheid over dat onrecht ben ik voorbij. Als het aan de doktoren had gelegen, was ik allang dood geweest. Ik ben uitbehandeld, zoals dat heet. En dan geven ze je in principe geen chemokuur meer. Ik zei: dus u wilt dat ik in mijn rolstoel ga wachten op de dood? Geen denken aan, ik heb nog wel de controle over mijn geest.'

Ze ziet haar strijd tegen kanker als een zakelijk contract, zegt Hoekman. 'Noem het een tweekamp met de dood, al is het een oneerlijke wedstrijd. Maar zeg me wat ik moet doen en ik ga het gevecht aan. Ik vond het verschrikkelijk dat ik vorig jaar moest afzeggen voor het WK in Mongolië. Ik had zelfs al een visum aangevraagd.

'Het ging niet, hoe moest ik reizen zonder me te kunnen bewegen? Ik was te verzwakt. Toch heb ik met mijn echtgenoot meteen een afspraak gemaakt. Ik zei: als ik in maart 2014 nog leef, zorg jij dat ik het NK kan spelen.'

Hoekman kan niet meer lopen en heeft nauwelijks gevoel in haar handen. Aan haar rolstoel is een blaaspijpje bevestigd. Zo kan ze met haar mond het alarm activeren, omdat ze de kracht mist om een knopje in te drukken. Als bouwvakker is Henk Hoekman wel wat gewend. Maar zelfs met zijn enorme handen kon hij zijn vrouw moeilijk naar de speelzaal dragen.

Met behulp van de thuiszorg in Zoutelande werd Hoekman tijdens de finaleronde van het NK dagelijks behandeld. Ze zat gemiddeld vier uur per partij in een speciale rolstoel en liet haar zetten uitvoeren door een medewerker, die ook de klok bijhield. In de slotronde passeerde Hoekman haar in Letland geboren rivale Vitalia Doumesh en werd ze voor de zevende keer op rij Nederlands kampioen.

Hoekman: 'Ik was echt verbaasd over mijn prestaties, ik had dit niet voor mogelijk gehouden. Ik speelde voor de club Dammers uit Oost alleen nog de thuiswedstrijden in de bondscompetitie, maar ik had vanaf mei geen partij gewonnen. Het was drie keer niks en ik besloot op het NK puur voor mijn plezier te spelen. Het was al een wonder dat ik kon meedoen.

'Voor mijn eerste partij tegen Rianka van Ombergen had ik iets bedacht. Zij dacht dat ik me niet goed voelde, maar trapte in mijn val. Drie zetten nadat ze een schijf had gewonnen, moest ze opgeven. Daarna versloeg ik Laura Timmerman en ik stond technisch gewonnen tegen Mei-Ji Whu.

'Maar het was de tweede partij van die dag. Ik was zo moe, ik werd misselijk en alles draaide voor mijn ogen. Het gebeurt helaas vaker tegenwoordig. Ik besloot een zet te doen om ervan af te zijn en nam genoegen met een plusremise. Hoewel ik verloor van mijn rivale Vitalia Doumesh, won ik daarna opnieuw twee partijen.

'Voor de laatste ronde hield ik geen rekening met de titel. Ik ben beter dan Jacqueline Schouten, maar Doumesh leek eveneens te winnen. Ik wist waarheen ik wilde, ik zag de weg naar de zege. Met allebei nog zeven schijven op het bord had Schouten nog 4 minuten op de klok. Het was een kwestie van tijd. Mijn tegenstander feliciteerde me al met de titel, terwijl ik nog niet wist dat Doumesh remise had gespeeld.'

Hoekman - in de voormalige Sovjet-Unie geboren als Nina Jankovskaja en in 1995 naar Nederland verhuisd - wilde per se een elfde nationale titel behalen om daarmee het record van Karen van Lith te evenaren. Een herkansing lijkt uitgesloten. In 2006 werd Hoekman succesvol behandeld voor borstkanker, vier jaar later keerde de ziekte terug.

In 2011 werd een tumor in haar hoofd ontdekt met 17 uitzaaiingen. Zes weken, luidde de diagnose. 'Ik vroeg om een statistiek', aldus Hoekman. 'Ik kreeg te horen dat die alleen voor de doden werden bijgehouden. De arts werd bijna wanhopig en zei dat ik volledige bestraling nodig had. Uiteindelijk gaf hij me zes maanden. Toen ik een jaar later terugkwam voor controle moest die arts toegeven dat ik een uitzonderlijk geval was.'

In 2012 werd Hoekman in Lille wereldkampioen rapid dammen en werd ze tweede op een internationaal toernooi in Cannes. Het was misschien wel het beste jaar uit haar carrière, terwijl ze wekelijks werd bestraald. Een jaar later verhuisde Hoekman naar het verpleeghuis, omdat ze niet meer kon lopen. Tijdens een oefening op de loopbrug brak ze bovendien haar beide benen. De gewrichten worden nu met een pen van 30 centimeter bij elkaar gehouden.

In september 2013 werd weer een uitzaaiing geconstateerd en werd Hoekman gezegd dat ze nog twee weken te leven had. Ze weigerde het zoveelste doodvonnis te accepteren. 'Bepaalt u dat?', zei ze tegen de chirurg.

Hoekman, met een triomfantelijk lachje: 'Ik ben niet achterlijk. Ik weet dat het elk moment afgelopen kan zijn. Maar mag ik alsjeblieft zo lang mogelijk leven? Zolang ik de kracht heb om te vechten tegen deze ziekte, ontneemt niemand mij het recht om dat te doen. Zo behoud ik mijn waardigheid.'

Ze zwijgt en Henk Hoekman uit zijn afschuw over de kille gesprekken in het ziekenhuis. 'Ik ben door een hel gegaan.' Begreep mevrouw Hoekman dan werkelijk niet dat ze een keer moest stoppen met de behandeling? Het had geen effect meer, dat wist ze toch? Hoekman schudt het hoofd over zoveel onbegrip. Een kampioene vragen om de strijd te staken?

Nina Hoekman: 'Als de chemotherapie ook maar 1 procent helpt, als het me een vleugje hoop geeft, wie durft me die dan te onthouden? Ik kreeg echt het gevoel dat ik naar de uitgang werd geduwd. Ik moest de dood maar accepteren, daar kwam het op neer. Het is ook letterlijk zo tegen me gezegd. Ik ben een topsporter, die diverse keren om de wereldtitel heeft gespeeld. Ik geef nooit op.'

Op oudejaarsavond twaalf uur zonderde Hoekman zich even af. Zonder iemand aan te kijken, zei ze tegen zichzelf: 'Ik heb 2014 gehaald. Ik heb mijn zoon 10 jaar zien worden en nu ben ik weer een jaar verder. Zie je hoe belangrijk het is om doelen te hebben? Zou die arts zich afvragen, wat hij me had kunnen afnemen?'

Toch vreesde Henk Hoekman in februari dat hij zijn vrouw moest laten gaan. Ze raakte onwel en werd in bed gelegd, de verpleegster zei dat Henk zich op het ergste moest voorbereiden. Twee dagen bleven haar ogen gesloten, via het infuus kreeg ze vocht en een paar hapjes eten binnen.

Zoon Oleg reageerde laconiek. 'De dokters hebben al zo vaak gezegd dat mama dood gaat', zei hij tegen zijn vader. 'Maar ze is er nog steeds.' En hij speelde verder op zijn Nintendo.

Nina Hoekman herstelde opnieuw en herinnerde Henk aan zijn belofte om haar het NK te laten spelen. 'Misschien was ik zonder het dammen al dood geweest', zegt Hoekman. 'De sport heeft me geleerd om grenzen te verleggen en die mentaliteit helpt me nu te overleven.'

De radioloog en de verplegers bij de chemotherapie zijn haar grootste fans. Maandag zal Hoekman met gejuich worden ontvangen als ze aan een volgende serie begint. 'Ik hoorde dat een verpleger van de afdeling rende om ergens op Teletekst te kunnen kijken.

'Wat doe je, vroeg een arts, geschrokken. Even kijken of Nina heeft gewonnen, antwoordde hij. Je bent geen nummer bij de chemotherapie. Niemand vraagt me waarom ik daar ben. Ze vechten met me mee.'

Een concrete levensverwachting heeft ze niet. Hoekman beseft dat ze haar geboorteplaats Kiev niet meer zal bezoeken. Ze herkent zich niet in de huidige republiek Oekraïne. 'Er doen zoveel theorieën de ronde over de annexatie van de Krim door Rusland. Het zou me niet verbazen als de Russen zelf achter de opstand tegen Janoekovitsj hebben gezeten om Oekraïne zo te kunnen splijten. Ik weet niet wie in Oekraïne democraat is en wie niet. Het gaat vooral om geld.'

Elke dag geleefd is er één, zegt Hoekman als ze met haar zoon naar de eetzaal wordt gereden. 'De grootste voldoening van het NK is niet de titel. Ik heb gedaan wat ik het liefst doe. Mijn lichaam is verwoest, maar ik kon nog dammen.

'Nog zes weken te leven, nog twee; het kwam telkens hard aan als ik werd opgegeven. Toch zei ik dan: tot de volgende keer. Ik durf vooruit te kijken. Maar ik kan niet voorspellen hoe lang ik het nog volhoud. In augustus word ik 50 jaar, die verjaardag zou ik graag willen vieren.'

Of ze blijft dammen? Hoekman werd door het bestuur van de Nederlandse dambond tot erelid benoemd en hield als kampioene haar traditionele toespraak. 'Dat doe ik nu al zeven jaar achter elkaar en de speeches worden steeds lolliger. Mijn laatste zin was: tot volgend jaar, terwijl ik dat natuurlijk niet kan beloven. Leuk toch? Iedereen vond het prachtig. Je moet soms ook om de dood kunnen lachen.'

undefined

Meer over