'Ik, Betty Friedan, ben professor'

BETTY FRIEDAN (77), de goeroe van het Amerikaanse feminisme die met haar eerste boek in 1963 de mythe van de tevreden huisvrouw doorprikte, trekt nu door de wereld om de mythe van de zielige ouderdom onderuit te halen....

INEKE JUNGSCHLEGER

'IEMAND vertelde me dat er in Nederland mannen zijn die vier dagen werken om de zorg voor hun kinderen te delen. Is dat waar?' Op het bevestigende antwoord gaan de geloken ogen in het vermoeide gezicht wijd open. 'Dat is fantastisch' bast haar hese stem, verbazend krachtig voor de kleine gestalte, fragiel door ouderdom.

'Dat zouden ze in Amerika ook moeten doen. Maar bij Amerikaanse mannen is niet het geringste spoor te bekennen van zo'n streven.' Terwijl het toch zo goed voor hen is om actief - haar handen grijpen in de lucht een denkbeeldige baby vast - mee te doen aan de verzorging. 'Het verlengt hun leven. Mannen die daadwerkelijk voor kinderen gezorgd hebben, worden ouder. Dat is uit onderzoek gebleken.'

Waar is dat onderzoek gedaan? 'Dat weet ik niet, ik heb het ergens gelezen.' De vraag hoe er achter dat interessante onderzoek te komen is, wekt haar irritatie. Net als de vraag of zij, als 77-jarige, nog steeds college geeft aan de Cornell University in de staat New York. 'Waar slaat dat nou op?' Haar ogen schieten vuur.

'Weet u niet wat ik doe? U heeft uw huiswerk niet gedaan. Ik ben Betty Friedan, ik heb vier boeken geschreven en ik ben professor aan Cornell University.'

De uitleg dat hoogleraren in Nederland, net als alle andere werknemers, op hun 65ste verjaardag met pensioen gestuurd worden en dat het wellicht interessant is om over dat verschil in opvatting te praten, slaat niet aan. 'Ik was over de zestig toen ik begon met doceren. Het is niet aan leeftijd gebonden of je wat te vertellen hebt. Je doet de maatschappij te kort als je mensen verplicht op te houden met werken op grond van hun leeftijd.'

In Amerika beginnen mensen die uit een baan geschopt worden om plaats te maken voor een jongere, vaak een tweede of derde carrière, zegt ze. 'Wie niet genoeg gespaard heeft, is verplicht om te blijven werken en dat lukt meestal wel. Armoede is in de Verenigde Staten vooral het probleem van de alleenstaande moeders. Niet van de oudere vrouwen.'

Wat opleiding betreft is de gelijkheid van mannen en vrouwen in de VS nu bereikt. 'Maar vrouwen verdienen met dezelfde opleiding gemiddeld 74 dollarcent en mannen een dollar. De vrouwen raken achterop bij de geboorte van hun eerste kind. Het is nog steeds zo dat vrouwen verantwoordelijk gesteld worden voor de opvoeding. Dat moet veranderen.'

In haar laatste boek, Beyond Gender (1997), bepleit ze vooral economische hervormingen die het mannen en vrouwen mogelijk maken om, zonder schade voor hun loopbaan, samen kinderen groot te brengen. Ze noemt zich nog steeds feministe ('Wat dacht u, dat ik mezelf ontrouw was geworden'), maar de tegenstelling tussen de belangen van mannen en vrouwen is uit de tijd. Voor de oude issues hoeft niet meer gestreden te worden.

Ook niet voor abortus? Er is in de VS pas weer een arts neergeschoten omdat hij aborteerde. 'Dat is een incident', zegt ze. 'Abortus is gelegaliseerd, alle Amerikaanse vrouwen hebben er recht op. Helaas grijpen rechtse groeperingen het onderwerp steeds weer aan om stemming te maken. Het is emotioneel, daar kunnen ze makkelijk mee scoren. Maar ze krijgen geen brede steun. Ik maak me daar niet ongerust over.'

De titel van de lezing waarvoor het Nederlands Instituut voor Gerontologie haar uitnodigde, suggereert dat zij het zal hebben over de feminisering van de armoede. 'Ik ben geen specialist op het gebied van armoede', zegt zij. 'Ik wil het hebben over de nieuwe mogelijkheden van de levensfase die ouderdom heet.'

In The Fountain of Age (1993) verzet zij zich tegen de karikatuur van hulpbehoevende oudjes. De leeftijdgenoten die ze voor dit boek interviewde, zijn daadkrachtig en willen resultaat van hun werk zien. Ze stellen eisen, ook aan het vrijwilligerswerk dat ze na hun pensionering aanpakken.

'Je bent niet oud geworden om je tijd te verdoen' zegt ze. 'Je moet zoveel mogelijk dingen doen waar je plezier in hebt. Een vriend van mij heeft net een toneelstuk geschreven, alleen maar omdat hij dat eens wou proberen. Hij heeft een cursus toneelschrijven gevolgd en toen een stuk geschreven.'

Ze lacht uitbundig: 'Een cursus volgen is altijd goed.'

Ineke Jungschleger

Meer over