'Ik bepaal zelf mijn relatie met God'

Seculiere en religieuze partijen zijn het grondig oneens over de richting die Tunesië na de Jasmijnrevolutie op moet. De spanningen lopen op.

TUNIS/HAMMAMET - Op het Martelaarsplein in de Tunesische badplaats Hammamet, tussen het zandstrand, de Duitse biergarten en de Italiaanse snackbar Dolce Vita, demonstreren honderd Tunesiërs voor de scheiding van kerk en staat. 'Ik wil een burgerregering', staat er op hun borden. En: 'Ik bepaal zelf mijn relatie met God.'

Aan de rand van het plein staat een groep jonge mannen met een baard, het nieuwe - want voor de revolutie verboden - symbool van de vrome moslims. 'Allah Akbar', roepen ze af en toe pesterig naar de demonstranten, en ze joelen als Arabische vrouwen op een huwelijk. Een paar politieagenten stellen zich voor de zekerheid tussen de twee groepen op.

'De islamisten hebben niet deelgenomen aan de jasmijnrevolutie, maar nu willen ze de revolutie wel kapen', briest Sonya Bakry (36), de organisatrice van de kleine betoging. De lerares, met lang, geblondeerd haar en een grote zonnebril op de neus, is een felle tante. Opgewonden, bijna gillend, vertelt ze dat de religieuze extremisten in Tunesië steeds meer hun wil opleggen.

'Van mij mogen ze een sluier of een baard dragen, maar ik mag van hen niet in bikini op het strand liggen, of alcohol drinken en sigaretten roken. Ze willen dat ik een moslim ben zoals hen, iemand die niet discussieert over zijn godsdienst en alles klakkeloos overneemt. Waar bemoeien ze zich mee?'

De spanningen lopen op in Tunesië, waar zondag de verkiezingen plaatsvinden voor een grondwetgevend parlement. Het zijn de eerste verkiezingen sinds de jasmijnrevolutie van 14 januari, en de eerste verkiezingen ooit waarbij de uitkomst niet bij voorbaat vaststaat.

Integendeel, de uitkomst van deze verkiezingen is amper te voorspellen. Volgens peilingen zou de islamistische partij Ennahda winnen, met 20 tot 30 procent. De seculiere partijen PDP en FDTL zouden volgen, met allebei 10 procent. Maar peilingen zijn onbetrouwbaar, en de helft van de kiezers weet het nog niet.

Bovendien vindt sinds een week een heftige strijd plaats, die het hele politieke debat domineert. Het is de strijd tussen de aanhangers van religieuze partijen en van seculiere partijen. Die zijn het grondig oneens over de toekomstige rol van de islam in de Tunesische staat.

De seculiere Tunesiërs vrezen dat de islamistische partijen, die onder president Ben Ali verboden waren, het traditioneel gematigde Tunesië zullen veranderen in een religieuze staat. Ze zijn bang dat er een eind komt aan de gelijkheid tussen mannen en vrouwen, die Tunesië zo uniek maakt in de Arabische wereld.

Lange tijd bleef die angst onuitgesproken. Veel Tunesiërs gaven de islamistische partij Ennahda, die zich als gematigd en democratisch voorstelde, het voordeel van de twijfel. Bovendien wilden ze na al die jaren onder president Ben Ali, die aanpapte met westerse leiders, weer dichter komen bij hun eigen Arabisch-islamitische cultuur. Om die reden vermeden de meeste seculiere partijen het onderwerp religie, uit angst te worden gebrandmerkt als 'slechte moslim' of, nog erger, 'atheïst'.

Maar sinds een week is de strijd toch losgebarsten. Aanleiding was de uitzending van de animatiefilm Persepolis op de tv-zender Nessma. In die bekroonde tekenfilm, over de repressie na de Iraanse revolutie, komt een scène voor waarin een meisje praat met god, die zij zich voorstelt als een oude man met een lange baard.

Die afbeelding van god - verboden volgens de koran - schoot de islamisten in het verkeerde keelgat. Op 14 oktober organiseerden ze een grote betoging, die eindigde in rellen. Ennahda distantieerde zich van het geweld, maar gaf Nessma de schuld.

'Dat ging me te ver', zegt Rafet Abdelli (28) op het drukke terras van het Café du Théâtre in Tunis. De bioloog en internetactivist richtte vorige week met bevriende bloggers Aatakni (letterlijk: Laat ons met rust) op, een beweging die zich verzet tegen religieus extremisme.

'We hebben op 14 januari gestreden voor het einde van de politiedictatuur, maar niet om daarna over te gaan naar een religieuze dictatuur. Je kunt best tegen die animatiefilm zijn, maar dan kun je een opiniestuk schrijven of een rechtszaak aanspannen. Je reageert niet met geweld. We zijn niet in Afghanistan of Pakistan.'

Aatakni raakte een gevoelige snaar. Via Facebook, Twitter en allerhande weblogs verspreidde de boodschap zich razendsnel, en na één dag had de beweging op Facebook al elfduizend aanhangers. Nog een dag later hield Aatakni een betoging in Tunis, met meer dan vijfduizend deelnemers. En de voorbije week kregen ze navolging in bijna alle Tunesische steden, tot in de toeristische badplaats Hammamet toe.

De oprichters van Aatakni denken niet dat ze veel stemmen van Ennahda zullen afsnoepen, maar ze willen de seculiere Tunesiërs weer hoop geven en verenigen. Met een coalitie kunnen ze de seculiere partijen de islamisten immers wel verslaan.

'Ik begon te denken dat ik de enige was die zo over de islamisten dacht', zegt Sarah Shaiek, een 22-jarige studente en blogster, en een van de eerste aanhangers van Aatakni. 'Maar nu merk ik: het is nog niet te laat. We zijn met velen, en we zijn klaar om ons te verdedigen.'

undefined

Meer over