'Ik ben zelf nooit kind geweest'

Dorothy Allison werd bekend door haar semi-autobiografische roman Bastaard uit Carolina. Daarin liet zij een 13-jarig meisje, Bone, vertellen over haar arme, blanke familieleden in het Zuiden van Noord-Amerika, voor wie het leven een aaneenschakeling van armoede, werkloosheid, geweld en incest is....

HOEWEL de gebeurtenissen in Holbewoonster zich in de jaren tachtig en negentig van deze eeuw in het Zuiden van Noord-Amerika afspelen, wordt de roman wel getypeerd als een Victoriaanse roman. En inderdaad: de omvang en het realistische karakter van de vertelling, de brede opzet ervan en de wijze waarop de levens van de personages zijn vervlochten, doen soms denken aan de boeken van George Eliot of Charles Dickens. Maar er lijkt ook nog een andere reden voor de vergelijking. Het verhaal is gesitueerd in een kleine gemeenschap van arme blanken, die eerder lijken thuis te horen in een boerensamenleving van enkele eeuwen geleden dan in de Amerikaanse maatschappij van nu.

'Dat geldt zeker niet voor het hele Zuiden, maar misschien wel voor een groot deel van het zuidelijke platteland', zegt Dorothy Allison. 'In dat deel van de Verenigde Staten is de depressie eigenlijk nooit voorbijgegaan. In mijn jeugd, in de jaren vijftig in Carolina, bestond de depressie gewoon nog. Pas in het afgelopen decennium lijkt sprake van enige verandering. Maar nog altijd is er een klasse die in diepe armoede leeft, die als het ware verschanst zit in haar armoede.

'Over die groep schrijf ik, over die cultuur in de marge, omdat ik daar vandaan kom. Het is inderdaad alsof wij niet in de moderne tijd leefden. Maar vergeet niet dat ik vooral schrijf over vrouwenlevens. Vrouwen zijn altijd al minder in aanraking met de moderne tijd, zeker arme vrouwen.'

Ondanks de overeenkomsten met de negentiende-eeuwse roman, wijst niets in Holbewoonster of eerder werk van Allison erop dat beroemde schrijvers uit die tijd inspiratiebronnen voor haar zijn geweest. 'Nee, in het geheel niet, geen enkele negentiende-eeuwer. Voor mijn ontwikkeling is het werk van Doris Lessing, Angela Carter en Toni Morrison van enorm belang geweest.' En het is waar, de manier waarop bijvoorbeeld Toni Morrison de geschiedenis van de zwarten in Amerika beschrijft, hun gevoelsleven onlosmakelijk verbindt met de slavernij en door de vervlechting van individuele verhalen hun gezamenlijke lot zichtbaar maakt, vertoont raakvlakken met de beschrijving van de blanke onderklasse door Dorothy Allison.

'Ja', zegt ze, 'hoewel Holbewoonster wel anders is dan het voorgaande werk en er deels ook een reactie op is - het is bijvoorbeeld niet vanuit één perspectief geschreven, maar afwisselend vanuit het perspectief van de moeder en van haar dochters - gaat het in mijn boeken in de grond van de zaak steeds over hetzelfde: ik probeer te laten zien hoe mensen overleven in onleefbare omstandigheden.'

Op de vraag of daar misschien door toedoen van de overheid op korte termijn verandering in te verwachten valt, antwoordt ze: 'Wij leven in een venijnig kapitalistische maatschappij en de overheid doet zo goed als niets. Er is wel wat veranderd, maar die veranderingen komen maar in heel geringe mate van de kant van de regering. Ook deze regering laat de bevolking ernstig in de steek. Nu wordt bijvoorbeeld het hele bijstandsstelsel voor de armen om zeep geholpen. Deels om zijn beloften op het gebied van de welfare heb ik op Bill Clinton gestemd, maar de Welfare Reform Act, die hij onlangs tekende, is eerder een Welfare Destruction Act.

'De meeste sociale veranderingen van de laatste jaren komen van de bevolking zelf. Ze zijn teweeggebracht door krachtige sociale bewegingen, zoals de burgerrechtenbeweging en de vrouwenbeweging. Voor de vrouwen uit mijn klasse is het feminisme van enorme betekenis geweest. Zelf was ik er zonder die beweging niet geweest. Ik ben weliswaar weggegaan bij mijn familie en gaan studeren, maar ik wist niet wat ermee te doen. Niemand in mijn familie had gestudeerd of zelfs maar een school afgemaakt. Ik was eenzaam, ongelukkig en suïcidaal. Mensen kunnen niet ineens van klasse veranderen. Maar toen ik in contact kwam met de vrouwenbeweging, begreep ik dat veranderingen wél mogelijk waren.

'Iets soortgelijks zie je bij Delia's dochter Deedee, die krankzinnig en zelfs moorddadig wordt omdat ze niets kan doen en weet dat ze vroeg of laat, maar waarschijnlijk vroeg, in de weinig benijdenswaardige voetsporen van haar moeder zal treden. Jonge vrouwen uit heel arme gezinnen hebben heel weinig te kiezen. Als er iets is wat de vrouwenbeweging heeft gedaan, is het dat ze vrouwen ervan heeft overtuigd dat ze de dingen die ze willen doen, kúnnen doen, dat niet alles vastligt.'

Holbewoonster is een opgewekter boek dan Bastaard uit Carolina, als die term al van toepassing is. In Bastaard klinkt naast compassie ook haat en een diep verlangen naar wraak door. Dat gevoel wordt sterk op de lezer overgedragen: wanneer de mishandeling door stiefvader Glenn, die het kind altijd heeft verzwegen, door een tante wordt ontdekt, is de gewelddadige manier waarop Glenn wordt afgestraft ook voor de lezer bijzonder bevredigend. In Holbewoonster ontbreekt het bepaald ook niet aan ontberingen, maar er is meer ruimte voor humor en vergeving en er is sprake van een ironische omkering. Waar de redding van de hoofdpersoon van Bastaard bestaat uit het achter zich laten van het milieu van herkomst, gaat Delia's vrijheid juist over terugkeer naar haar vroegere leven, naar de provincieplaats waar niemand haar haar wandaad ooit heeft vergeven.

'Holbewoonster is inderdaad heel anders. Bastaard is een buitengewoon wreed boek, zo moest het zijn. Ik wilde dat mensen aan het eind van dat verhaal buiten zichzelf zouden zijn van verontwaardiging. Maar met Holbewoonster heb ik een verhaal willen schrijven over verzoening, over de vraag: hoe vergeef je iemand iets onvergeeflijks? Wat Delia gedaan heeft is immers niet te vergeven: ze heeft haar kinderen, twee baby's, achtergelaten. Voor haar eigen gevoel had ze geen keus, maar het blijft onvergeeflijk en ze kan het zichzelf ook niet vergeven. Ze vindt vergeving door terug te gaan, en daarmee redt ze ook haar dochters.

'Het verhaal is om zo te zeggen gedeeltelijk buiten mij om ontstaan. Het begrip verzoening ligt me niet zo, en vergeet niet dat ik er als feministe natuurlijk juist tegen ben dat vrouwen hun hele leven opofferen voor hun kinderen, en toch is dat wat Delia doet, en het is goed.'

De roman ontleent zijn titel aan Cissy's fascinatie voor speleologie. Haar afdalingen in de grotten en haar lange gevaarlijke zwerftochten ondergronds behoren tot de spannendste delen van het boek. Het is niet zomaar een hobby van Cissy. Door dit te doen wórdt ze iemand, onafhankelijk. Allison: 'Door haar verlangen te volgen en haar angst te overwinnen, ontstaat een gevoel van macht en van verantwoordelijkheid, van een vermogen zelf richting aan haar leven te geven, precies datgene wat zozeer ontbreekt in de levens van de klasse waartoe zij behoort. Daardoor wordt zij ten slotte de spil van het verhaal.'

De waarde van een boek als Bastaard uit Carolina is dat het zo zonder omhaal en met een verbijsterende eerlijkheid een heel precies beeld geeft van een gruwelijk kinderleven. Dat een dergelijk verhaal deprimerend is, behoeft niet te verbazen. Bijzonder is dat zo'n verhaal ook een bevrijdende werking heeft. 'Dat effect heeft het schrijven ervan ook gehad, mede door de liefde die ik zelf voor dat meisje, Bone, kon gaan voelen. Ik ben zelf nooit een kind geweest. Waar ik opgroeide waren de kinderen geen kinderen.'

Meer over