`Ik ben wel grappig. Hoop ik. Soms¿

De eerste keer dat Catherine Deneuve (1943, Parijs) het script voor de feministische farce Potiche las, waarin ze een bourgeois huisvrouw speelt, moest ze aan Rocky denken, de bokser. 'Suzanne Pujol is een soort vrouwelijke Rocky', zei de actrice over haar personage tegen regisseur François Ozon (Swimming Pool,8 Femmes), die nogal opkeek van de vergelijking.


'Ze neemt wraak', verduidelijkt Deneuve in een secuur door beveiliging afgesloten ruimte in het Mariott-hotel in Gent. 'Suzanne heeft jarenlang haar best gedaan om alles goed te doen, om haar echtgenoot tevreden te stellen, haar dochter te begrijpen. Zoals veel vrouwen oordeelde ze nooit te hard over haar familie, omdat ze niks wilde verstoren. Nu gooit ze de boel om. Zonder geweld overigens.'


De Franse filmdiva doet de Vlaamse première aan van Potiche - letterlijk een decoratieve vaas, maar tevens een aanduiding voor trophy wife. Kort voor de persconferentie maakt ze tijd voor enkele korte interviews, onderwijl miniscule sigaretjes rokend. Koel en ongenaakbaar, dat zijn woorden waarmee Deneuve al decennia lang wordt omschreven, en zo oogt ze nog steeds. 'Dat is iets waar enkel journalisten zich mee bezighouden', zal ze afwijzend opmerken tijdens de persconferentie, wanneer iemand in de zaal stelt dat deze vrolijke, bijna warme rol een breuk is met haar imago. Als Suzanne neemt Deneuve de leiding over van een paraplufabriek, in het patriarchaal ingerichte Frankrijk van de jaren zeventig. Internationale filmcritici prijzen de natuurlijke wijze waarop de actrice haar geestige rol speelt. 'Komedie is uiteindelijk toch moeilijker dan drama', vindt Deneuve. 'Emoties overbrengen kan vrijwel iedereen, maar mensen laten lachen is moeilijker.'


Tijdens de eerste voorstellingen van Potiche, op het filmfestival van Venetië, reageerde het publiek ook wanneer Deneuve bijna niks deed. Het vermoeden van een opgetrokken wenkbrauw of een twinkeling in haar grote ogen waren al voldoende voor een lachgolf.


'Is dat zo?', vraagt Deneuve. 'Om de waarheid te zeggen: mijn vrienden, mensen die me kennen, zijn veel minder verbaasd dat ik grappig kan zijn op het filmdoek dan mensen die me niet kennen. Kennelijk doe ik in Potiche kleine dingen die ik ook in dagelijks leven doe.'


Is ze in het echte leven dan ook vrij grappig? 'Ik zou niet zeggen vrij grappig. Maar wel grappig, hoop ik. Soms. Maar meer met woorden dan met mijn gezicht, denk ik toch.'


Deneuve groeide op in een acteursfamilie, debuteerde als 13-jarige met een rolletje in Les Collegiennes (1956) en brak door als parapluverkoopster in Jaques Demy's musical Les Parapluies de Cherbourg (1964). Ze speelde inmiddels al in meer dan 100 films. 'Niet alleen maar goede films, maar ik heb wel geluk gehad in mijn keuzes. Wat daarbij helpt, volgens mij, is dat ik altijd meer geïnteresseerd ben in de films dan in de filmrollen.'


Toch kon ze nooit voorspellen welke films een succes zouden worden. 'Vaak werden de films waarvan ik écht hield toen we ze maakten helemaal niet zo enthousiast ontvangen. Mississippi Mermaid (1969, François Truffaut) bijvoorbeeld, wat ik beschouw als een van de belangrijkste films waarin ik speel. Mensen bleken niet tegen het idee te kunnen dat Jean-Paul Belmondo in die film een slachtoffer speelt. Zoiets kun je niet voorzien. Zoals ik ook niet kon voorzien wat Belle de jour voor me zou betekenen. Je moet weten dat de regisseur, Buñuel, destijds slechts bekend was onder cinefielen, niet bij het grote publiek.'


Er zijn ook nu nog regisseurs die, als ze Deneuve bellen, blind een toezegging krijgen. Arnaud Desplechin bijvoorbeeld, die haar onder meer vroeg voor zijn onorthodoxe kerstfamiliefilm Un conte de noël (2007). 'Maar met François Ozon zeg ik ook al praktisch ja voor ik het script lees. Ik ken hem natuurlijk al omdat ik een rol speelde in zijn film 8 Femmes, maar ook toen was ik snel om.' Soms laat ze scripts op haar verzoek herschrijven. 'Als het verhaal me bevalt, en het personage, maar ik het gevoel heb dat er iets mist, komt dat voor. Dan ga ik in discussie met de regisseur. Bij Potiche was daar geen sprake van, ik had niks op te merken.' Op internet viel te lezen dat Deneuve wel had meegeschreven aan het scenario. Onzin, volgens de actrice. 'Ik heb alleen voorgesteld dat iemand van Suzannes leeftijd inmiddels wel kleinkinderen zou hebben, niet alleen kinderen. Dat was alles.'


Hoogtepunt van de film noemt ze de 'Saturday Night Fever-dansscène in een discotheek, met haar tegenspeler Gérard Dépardieu, die een communistische burgemeester speelt waar Deneuves paraplufabriek-directrice heimelijk verliefd op is. 'Het verschil tussen een Amerikaanse en een Europese film is dat die scène hier heel ironisch is. Gérard en ik hoeven niet te bewijzen dat we kunnen dansen als professionals. Ik vind onze prestatie zelf ¿ aandoenlijk. Geen idee wat het publiek ervan vindt. We hebben er anderhalve dag over gedaan, in een echte nachtclub. Bloedheet was het daar. O, de hitte! Probeer dan maar te blijven lachen'.


Niet dat het Deneuve zwaar valt, acteren. 'Het moeilijkste aan mijn vak is elke keer weer onbevangen blijven. Dat vereist een speciaal soort concentratie. Verder acteer ik nu ook weer niet zoveel: gemiddeld in anderhalve film per jaar. Het denken over hoe ik een rol zal spelen doe ik ook pas op de set, met de andere acteurs en de regisseur erbij. Dat kan ik niet alleen.'


Meer over