'Ik ben toch eigendom van het publiek'

Hoe zien we onszelf, en wat denken anderen? Deze week André van Duin (58). Van 14 juni tot 3 juli staat hij in Carré met zijn André van Duin Jubileumshow....

We waren u zo voorbijgelopen.

'Ik ben het niet helemaal, hè? Tekenen is ook niet mijn sterkste kant. Ik zal mijn haar oranje kleuren, dat helpt.'

Drie weken Carré volgende maand.

'Het begint alweer aardig vol te lopen, ja, fantastisch.

Na tien jaar alleen televisie verbaasde het me om mijn publiek te zien. Ik dacht: mijn fans zijn nu allemaal op een leeftijd, die gaan de deur niet meer uit 's avonds.'

Echt?

'Ja, dat verraste me - ook zoveel jónge mensen in de zaal.'

Wat vinden vrienden uw beste eigenschap?

'Ik ben een sociaal mens. Hou van gezelligheid. Ik heb ook een bar in de kamer, zoals je ziet. Avonden met dertig, veertig man zijn hier geen uitzondering.'

Ook weleens een avondje alleen op de bank?

'Hm, ik ben niet zo van de stilte.'

Zit er een groot verloop in uw vriendenkring?

'Nou, als mensen overleden zijn, laat ik ze wel gaan, hoor. Maar verder, nee, ben ik erg trouw. Het worden er alleen steeds meer.'

Wat is het grootste misverstand over u?

'Ach, wat alle komieken zullen hebben: het idee dat we de hele dag door leuk zijn. Ik ben normaal vrij serieus, relativerend, laat me niet snel meeslepen door dingen.'

Uit de documentaire over Toon Hermans laatst bleek weer hoe ernstig het kan zijn, humor maken.

'Ja, wat een worsteling. Dat lees je ook in de dagboeken van Wim Kan.'

Herkent u dat?

'Absoluut niet. Zo zou ik niet kunnen werken, niet kunnen leven. Voor mij is de lol en het familiegevoel bij het maken van televisie of theater heel belangrijk. En de gelijkwaardigheid van iedereen die erbij betrokken is.

Ik heb ook veel klankborden: mensen die me vertellen wanneer iets leuk is en vooral ook wanneer niet. Van ja-knikkers word je eenzaam.'

Kunt u nog ongestoord de straat op?

'Mensen signaléren je, maar meestal lopen ze zwijgend voorbij, zeker in Amsterdam. En zo niet: handtekeningen uitdelen, fotootje maken, ja, daar ben ik heel gemakkelijk in. Ik ben toch eigendom van het publiek, zo zie ik dat.'

Tot aan de voordeur bent u van iedereen?

'En daarachter ook. Ik ben altijd een beetje André van Duin. Mensen verwachten iets van je - ik geef ze dat.'

Wat gebeurt er als u ergens binnenkomt?

'Niks. Gezelligheid. Ik ben joviaal, vind gemakkelijk aansluiting bij iedereen - of het nou een professor is, melkboer...'

De garderobejuffrouw van het theater.

'Zeker, heel belangrijk. Toen Joke Bruijs Lee Towers daar eens op aansprak - 'Leuk dat je dat doet, Leen' - antwoordde hij: 'Dat doet alleen de top, Jo.' Ha ha.'

Daar zit ook iets in, toch?

'Jawel, alleen de kleintjes maken veel drukte en lawaai. De groten hebben dat niet meer nodig.'

Hoe bent u zo'n grote geworden?

'Ik heb de wind mee gehad. Op een goed moment begonnen, in 1964, toen er weinig concurrentie was. Onderweg de juiste mensen tegengekomen.'

Zit dat gemak uit uw werk ook in uw leven?

'Dat denk ik wel. Er zijn me vervelende dingen overkomen, zoals iedereen. Maar over het algemeen: weinig zorgen, geen dips. Ik heb ook nooit het idee gehad dat het een jaar niet meer ging of zo. Nee, erg relaxed. Ik klop dit wel even af, trouwens.'

Hoe zou u het liefst overkomen op anderen?

'Ik praat te veel en te snel, ook in dit interview weer.

Doe eens rùùùùstig, denk ik dan.'

Misschien heeft het een functie.

'Het zal een stukje zelfbescherming zijn. Zolang ik aan het woord ben, kun jij geen vragen stellen. Zeg nou zelf.'

Meer over