Ik ben niet voor achterstelling van homo's

Ouderwetse deugden als zelfbeheersing, seksuele trouw en vrijheid van meningsuiting verdienen het verdedigd te worden, meent Gerry van der List....

OM ALS vakkundig journalist te worden gewaardeerd, heeft Martin van Amerongen weleens opgemerkt, moet je ten minste drie keer voor de rechter hebben gestaan.

'Zelf ben ik nu al tien jaar niet meer aangeklaagd, en daar maak ik me ernstig zorgen over. Heeft het versuffingsproces nu ook bij mij toegeslagen, vraag ik mij angstig af?'

Indachtig deze woorden van de journalistieke grootheid Van Amerongen zou ik wellicht blij moeten zijn dat het Meldpunt Discriminatie in Amsterdam mij voor de rechter wil slepen in verband met een stukje van mijn hand over de Gay Games (Forum, 14 augustus). Blijkbaar heeft de versuffing mij nog niet in haar greep.

Toch zit het mij allemaal niet zo lekker. Zo'n juridische procedure kost de betrokken partijen tijd en energie die beter voor andere doeleinden, bijvoorbeeld het voeren van een goed debat, kunnen worden aangewend.

Bovendien gaat, zo heb ik de afgelopen dagen gemerkt, de weergave van het conflict in de media gepaard met een simplificatie van geventileerde ideeën. Daarom lijkt het mij nuttig nog eens uit te leggen wat ik betoogd heb.

Het verwijt dat mij gemaakt wordt, is dat ik discrimineer. Nu is discriminatie een moeilijk begrip. Zodra je spreekt over homo- en heteroseksuelen, discrimineer je in feite, omdat je onderscheid maakt tussen mensen. De Gay Games, vooral gericht op homoseksuelen, is goed beschouwd een discriminerend project. De stelling van Harvey Fierstein dat homoseksuelen 'extraordinary' zijn, is een discriminerende uitspraak.

Kwalijk wordt discriminatie pas als zij gepaard gaat met een onbillijke achterstelling van een bepaalde groep. Ben ik voor achterstelling van homo's? Nee, dat ben ik - en dat spreekt voor een liberaal welhaast vanzelf - niet.

In de gewraakte column van vorige week vrijdag heb ik er dan ook mijn vreugde over uitgesproken dat we in Nederland niet de achterstelling van homoseksuelen kennen die zich helaas in veel andere landen voordoet. Een opmerking die weinig aan duidelijkheid te wensen overlaat, dunkt me.

Wat heb ik dan misdaan? Ik heb, op een wat plagerige wijze, onder woorden gebracht dat ik niet zo erg gecharmeerd ben van nichterig gedrag en van travestieten. Dat is een kwestie van persoonlijke smaak. Ik ben ook niet zo gek op macho's en corpsstudenten, maar het uiten van zulke emotionele vooroordelen waaraan geen enkel politiek standpunt wordt verbonden, lijkt mij geen reden voor juridische stappen.

Verder - en dat vormde de hoofdmoot van mijn betoog - heb ik mijn staf gebroken over het exhibitionisme en het hedonisme waarmee we tijdens de Gay Games geregeld werden geconfronteerd. Voor mij staan dit exhibitionisme en hedonisme symbool voor een decadente cultuur, gericht op oppervlakkig genot. Als brave burgerman heb ik ook enige moeite met de promiscuïteit, die in de gay scene relatief veel ten toon wordt gespreid en zelfs wordt gepredikt.

Deze cultuur die ik in negatieve zin besproken heb, zien we op meer terreinen oprukken. Ik had ook een kritisch stukje kunnen schrijven over de ranzigheid van veel commerciële tv-programmas of de dance parade in Rotterdam.

Maar op de zoveelste aanval op Menno Buch zit niemand te wachten en omdat de berichtgeving over de Gay Games wel erg positief van toon was, leek het me zinvol eens de aandacht te vestigen op een mijns inziens minder aantrekkelijke kant van het hele gebeuren.

Van het Meldpunt Discriminatie heb ik persoonlijk nog niets vernomen, maar in de krant las ik dat het beweert dat ik verband leg tussen homoseksualiteit en kinderporno, een verband dat niet wetenschappelijk bewezen is.

Een krankzinnig verwijt. Wat ik heb gedaan, is mijn bevreemding uitspreken over het feit dat weinigen een verband leggen tussen 'het oprukken van een decadente, hedonistische cultuur waarin het schaamteloos achterna lopen van je geslachtsorgaan het hoogste goed is' en de uitwassen in Zandvoort.

Wetenschappelijk bewezen is het niet, maar het zou mogelijk zijn dat de combinatie van commercie, exhibitionisme, genotzucht en seksuele schaamteloosheid waarvan we de afgelopen weken in Amsterdam voorbeelden hebben gezien, een voedingsbodem vormt voor zoiets afschuwelijks als kinderporno.

Die combinatie zien we zowel in de hetero- als in de homowereld, bij een kleine groep. Als ik pleit voor een terugtocht naar de darkroom, doel ik op het exhibitionistische vertoon van die kleine groep en uiteraard niet op de doorsnee homoseksueel.

Heb je er nou spijt van dat je die column hebt geschreven, wordt mij wel gevraagd. Ja en nee, luidt het antwoord. Ik heb er spijt van vanwege de heisa en opwinding waarvan ik niet houd. Vanwege de door sommige mensen gelegde associatie met mijn werkgever (de Teldersstichting), die niets wist van het op persoonlijke titel geschreven stukje en zich geenszins kan verenigen met de inhoud. Vanwege het ongemak voor de Volkskrant, die uiterst correct heeft gereageerd op de onzinnige eisen en aantijgingen van het Meldpunt Discriminatie.

Tegelijkertijd heb ik er ook geen spijt van, omdat ik, zij het op wat polemische en daardoor ongenuanceerde wijze, een redelijk standpunt heb uitgedragen. Het kan geen kwaad publiekelijk maatschappelijke deugden als gematigdheid, zelfbeheersing, zedelijkheid en (seksuele) trouw te verdedigen. Het zijn, zo geef ik toe, wel enigszins ouderwetse deugden. Net zo ouderwets als het ideaal van vrije meningsuiting.

Gerry van der List is werkzaam bij de Teldersstichting en columnist van de Volkskrant.

Meer over