'Ik ben het gewend om te hollen'

Nederlanders moeten langer doorwerken. Niet iedereen vindt dat erg. Bep Kriek (90), gymjuf: 'Voor het geld hoeft het niet.'..

'Op maandag heb ik de dames. Op woensdag eerst een kleutergroep, dan dekinderen vanaf zes jaar en het uur daarna de grote jongens. En op zaterdageerst de kinderen tot twaalf jaar en daarna nog een kleutergroep. Sindsvijf jaar heb ik een lesassistent. Als de jongens in de ringen hangen, kanik ze niet meer vangen. Ze zijn zo groot tegenwoordig. Ik heb maatje 34,ik ben het kleinst van iedereen.

'Ik doe ook in kranten, voor de gymvereniging. De halve buurt brengtzijn oud papier naar mijn berging. Dat neem ik elke dag in mijnboodschappenkarretje mee naar mijn flat en dan sorteer ik het hier in dekeuken. Papier met etensresten en pizzadozen doe ik bij het vuilnis, deschone stapels komt een mevrouw elke vrijdag ophalen.

'Ik mag niet meer fietsen van de dokter. En ik loop te hard, vindt-ie.Op zondag loop ik naar de kerk aan de andere kant van Leiderdorp, en danbegin ik halverwege te hollen. Gaat vanzelf.

'Ik ben het gewend om te hollen. Ik ben er een van de twaalf, ik wasnegen toen moeder overleed. Toen ik veertien was, nam mijn oudere zus memee op sollicitatie voor een dienstje. Ze vroegen alles aan háár, ikhield mijn mond. Later kwam er een brief. Ik was aangenomen omdat ik zo'nmooi jurkje aanhad en vanwege die grappige tandjes op mijn lip. Ik vond hethelemaal niet grappig, ik geneerde me dood.

'Zeventien jaar ben ik bij die familie gebleven, als hulp voor dag ennacht. Hun eerste kindje was vier maanden toen ik kwam, en ze kregen eracht. Die heb ik allemaal opgevoed. Af en toe mocht ik op zondag naar huis.Dan wilden de kinderen mee, ik had ze altijd om me heen. Toen ik vriendjeskreeg, klaagden die daarover: wij zijn weer niet in tel! Ik had weinig tijdvoor de jongens. Ik ben ook nooit getrouwd, maar dat geeft niet.

'Later kwam ik terecht bij een pas bevallen moeder in Oegstgeest dieniet meer kon opstaan. Ik heb haar en haar zoontje twaalf jaar verzorgd.Weer later kreeg ik, via een van mijn opvoedkinderen, een baantje in dekantine van de universiteit. Daar kwamen al die hoge pieten koffie drinken.Eerst vonden ze me te oud, maar dat meisje zei: zij kan veel meer danjullie denken. Toen mocht ik komen. Ik werd al snel hoofd van de kantineen dat ben ik twintig jaar gebleven.

'Gymjuf ben ik altijd geweest. Als kind zat ik al op gym en wilde ikaltijd de meester helpen. Na een tijdje mocht ik zelf les geven. Datgroeide uit naar trainingen en wedstrijdbegeleiding op zondag. In de krantstond dan: juffrouw Kriek was er ook weer met haar perfecte groepje.

'Als ik om half vijf uit de kantine kwam, vloog ik op mijn fiets naarLeiden-west om drie gymlessen te geven. En dan fietste ik door naarLeiden-noord voor twee damesgroepen. En daarna moest ik langs despuitgasten in het centrum, want die bewaarden de sleutels van de gymzalen.Eten? Dat ging tussendoor. Ik had een trommeltje brood in kleine blokjes.Tijdens de lessen nam ik af en toe een blokje. Ik was altijd vóór halftwaalf thuis.

'Op mijn zestigste ben ik met pensioen gegaan bij de universiteit, maarals gymjuf ben ik nooit gestopt. Voor het geld hoeft het niet, ik vind hetgewoon heerlijk om te doen. Ik kan goed met kinderen overweg, ik ga nooitsnauwen. Kijk dit T-shirt eens? Dat heb ik laatst van een meisjesgroepjegekregen. Hun namen staan er allemaal op.'

Carien Overdijk

Meer over