'Ik ben eigenlijk nooit tevreden'

Christijan Albers (27) is dit seizoen de enige Nederlander die meerijdt in de Formule 1. Hij wordt wereldkampioen, zegt hij, maar nu nog niet....

tekst Aimée Kiene|foto's ilya van marle

Dit is je tweede seizoen in de Formule 1. Je hebt inmiddels drie races gereden bij je nieuwe team Midland F1 racing. Hoe vind je het gaan?

'Het gaat goed, maar het kan altijd beter. Sommige mensen vinden dat het al geweldig gaat, omdat ik op een twaalfde en een tiende plek ben geëindigd. Maar ik ben nog lang niet tevreden. We moeten kijken hoe ver we kunnen komen met dit team en met deze auto. Ik weet dat ik niet kan winnen in de auto waarin ik nu rijd, maar ik wil er wel het uiterste uit halen.'

Is dat niet raar, dat je al weet dat je auto nooit snel genoeg zal zijn om vooraan mee te rijden?

'Zo werkt dat in de Formule 1. Het gaat erom welk team het meeste budget heeft. Dat ontwikkelt de snelste auto. Ik kan wel van alles willen van zo'n auto, maar als er geen geld is, dan kom je niet verder.

'Ik reed hiervoor in de Deutsche Tourwagen Masters, een Duitse competitie. Daar mocht ik rijden, puur vanwege mijn talent. Ik kreeg een auto, ze betaalden me een vast salaris. Ik was in dienst. Weggaan bij DTM was een behoorlijke stap, dat realiseren veel mensen zich niet. Ik heb alle vastigheid opgegeven om de stap te wagen naar de hoogste competitie. Maar het had ook kunnen mislukken. En dan had ik niks. En zie dan maar eens terug te komen in de DTM. Alle stoeltjes zijn daar dan weer bezet. Dat is ook erg moeilijk aan de Formule 1. Ik zit er nu in, maar achter mij staan tientallen jongens te trappelen die op mijn plaats willen zitten.

'Ik rijd nog achteraan, maar ik wil naar de top. Ik doe eigenlijk hetzelfde als wat ik in 2001 deed in de DTM: in een oude auto en bij een minder team toch proberen op te vallen, in de hoop dat er uitnodiging zou komen van een betere ploeg.'

Dus je doel is niet winnen, maar opvallen?

'Nou ja, als ik zou kunnen winnen, dan zou ik dat natuurlijk doen. Maar dat is niet reëel in deze auto. Ik moet me vooral in de picture rijden. De teambazen van de topteams als Ferrari moeten mij gaan bellen. En tegelijkertijd moet ik sponsoren vinden die hun naam aan Christijan Albers willen verbinden, want die sponsoren heb ik nu nog heel hard nodig. Dat is het grote verschil met voor een topteam rijden. Denk maar niet dat Michael Schumacher nog aan tafel zit met bedrijven om sponsorcontracten te regelen. Hij heeft alle tijd om zich te richten op het racen. Dat is uiteindelijk ook mijn doel.'

Maar voor het zo ver is?

'Christijan Albers is een merk dat we moeten verkopen. Als Nederlander is dat extra moeilijk. Je hebt je nationaliteit niet mee. Het land is te klein. Mercedes kan in Duitsland aan 70 miljoen mensen een auto verkopen, daar is de afzetmarkt veel groter. Ik heb een heel bedrijf om mijn marketing heen gebouwd, gr8 Industries in Breda. Ik ben bij veel dingen betrokken. Het moet gewoon goed zijn. Als je een cap maakt met je eigen naam erop, moet er ook wel iemand zijn die hem wil dragen.

'Ik krijg ontzettend veel aanvragen per week, voor heel verschillende dingen. Ik kan maar op 10 procent ingaan, want ik heb gewoon geen tijd. Maar als iemand een origineel verzoek heeft, dan probeer ik het te doen, ook al is het voor een spreekbeurt. Ik denk aan mezelf: ik wilde mijn hele leven al in de Formule 1 rijden. Dat was mijn grote droom. Als anderen mij niet de kans hadden gegeven, was me dat nooit gelukt.'

Je hele leven. Dat is nog niet zo heel lang.

'Nee. Toen ik klein was wilde ik brandweerman worden, net als iedereen. Pas later wist ik dat ik wilde racen. In 1996. Hoe oud was ik toen? Vijftien, denk ik. Ik ging karten, voor de lol. En ik werd meteen Nederlands kampioen. Daarna ging ik naar Engeland om in de Formule Ford te rijden. Naast mijn school, want die moest ik afmaken van mijn ouders.'

Wat doen je ouders?

'Mijn ouders hadden een autobedrijf in Laren, gespecialiseerd in luxe auto's.'

Heeft dat invloed gehad op jouw keuze voor de autosport?

'Mijn moeder liet me al op mijn negende in een auto rijden.'

In een mooie auto?

'Nee, in een Peugeot 206. Ze zette me op een kussentje, zodat ik bij het stuur kon.'

Welke opleiding moet je hebben om coureur te worden? Moet je alleen hard gas kunnen geven, of moet je ook de technische kant begrijpen?

'De techniek is erg belangrijk. Alles wat ik daarvan weet, heb ik geleerd door er mee te werken. Je leert het door te doen. Met de teams waar je in werkt. Met elk rondje weet je beter hoe een auto in elkaar zit.

'School was niet echt een succes. Van mijn eerste middelbare school, het Willem de Zwijger College in Bussum, moest ik na twee dagen weer af. Ik was in Amerika op vakantie. Door een orkaan konden we niet op tijd terug. Ik was te laat voor de eerste schooldag, toen mocht ik meteen weer vertrekken. Daarna ben ik naar de Fontein Mavo gegaan in Laren. Die heb ik afgemaakt. Het laatste schooljaar zat ik in Engeland, omdat ik daar in de Formule Ford reed. Ik deed mavo op d-niveau, ik wilde daarna naar de havo gaan, maar dat is er nooit meer van gekomen.

'Na de mavo heb ik nog wel mijn middenstandsdiploma gehaald, een privé-opleiding. Dat deed ik naast het racen. Ook ben ik op Duitse en Engelse les gegaan. Die talen wilde ik perfect beheersen. Nederlanders denken vaak dat ze heel goed Duits spreken, maar het blijft toch een soort camping-Duits. Als je bij Daimler-Chrysler aan tafel zit met de directie is het belangrijk om op zakelijk niveau met ze te kunnen praten. Soms spreek ik het beter dan zij. Die naamvallen, dat weten ze soms niet. En het wordt erg gewaardeerd als je hun taal spreekt.'

Wat was je belangrijkste drijfveer om in de Formule 1 te rijden? Geld?

'Geld interesseert me niks. Ja, je hebt het nodig, maar het is niet mijn drijfveer. Formule 1 is het hoogste in de autosport, het is altijd mijn doel geweest om daar te rijden.'

Heb je dingen opgegeven voor de sport?

'Ik ben al jong volwassen geworden. Ik had geen tijd voor uitgaan, drinken deed ik niet. En ik moet al mijn hele leven aan mijn imago denken. Kijk, als ik op bezoek ga bij een groot bedrijf dat mij sponsort, kan ik daar niet als een punker met 26 tattoo's en met oorbellen binnen stappen. Niet dat ik moeite heb met punkers met tattoo's, maar ik kan er zo niet uitzien. Je bent toch de ambassadeur van zo'n concern. En ik kan niet lam in de hoek van een kroeg liggen met een JVC-petje op. Ik moet me gedeisd houden. Ik heb weinig tijd voor mijn vrienden. Dat was vooral in het begin, aan het eind van de jaren negentig, wel moeilijk. Ik denk dat mijn vrienden het na 2001 beter zijn gaan begrijpen. Zij hebben nu zelf ook een baan.'

Is de Formule 1 een teamsport?

'Binnen je team moet je met elkaar samenwerken, samen kun je een vuist maken, om te zorgen dat de auto harder rijdt. Als ik goed rijd, is dat goed voor het team. Maar uiteindelijk is dat vooral belangrijk voor mezelf. Aan het einde van het seizoen kan ik dan weer verder. Er zijn coureurs waar ik het best goed mee kan vinden, maar het blijven allemaal mijn concurrenten: als er ergens een stoeltje vrijkomt, dan wil ik die hebben.'

Wat waarderen teamgenoten in jou?

'Ik kan heel goed meedenken om de auto te verbeteren. Ik voel aan waar we nog aan snelheid kunnen winnen. In de balans bijvoorbeeld. Ik heb veel ideeën en die kan ik er soms door drammen. Daar ben ik wel eens mee op mijn smoel gegaan, als het uiteindelijk niet bleek te werken. Maar ik blijf het doen. Je kunt alleen vooruit komen en opvallen als je risico's durft te nemen.'

Wat vinden teamgenoten vervelend aan jou?

'Ik ben soms een klerelijer. Ik wil dat alles perfect is. Als dat niet zo is, laat ik het merken. Ik wil dat iedereen tot het uiterste gaat. Dat doe ik zelf ook. Ik moet zo goed mogelijk rijden, zodat een topteam me uitnodigt om een testronde te rijden. Als dat gebeurt, kan ik laten zien wat ik in me heb. Ja, dat weet ik zeker. Ik ga in de top mee draaien.'

Waarom weet je dat zeker?

'Ik vind dat je dat doel altijd moet nastreven. Anders moet je niet mee doen. En ik heb het doorzettingsvermogen ervoor. Ik train niet voor niks vijf dagen in de week. Dat moet. You have to commit in life.'

Is het zwaar?

'Ja. Dat wordt onderschat. In een bocht krijg je 25 g-krachten op je nek. Dat is alsof je op je zij ligt met een gewicht van 25 kilo op je nek en je je hoofd heen en weer moet bewegen. Met je linkerbeen geef je gas, dat is net zo zwaar als 125 kilo wegdrukken in de sportschool. Met één been.

'Daarom train ik zoveel. Niet op explosieve kracht, maar heel erg op uithoudingsvermogen. Die krachten moet je urenlang kunnen opbrengen. Maar ik mag niet te breed worden, want dan pas ik niet meer in de wagen. Mijn postuur is nu goed, al zou ik nog wat mogen afvallen. En ik zeg altijd: je bent nooit fit genoeg.'

Kun je werk combineren met je privéleven?

'Mijn werk ís mijn privéleven. Ga maar na: Van de 52 weken in het jaar, ben ik 32 weken aan het racen, tien weken gebruik ik voor alle aanvragen van sponsoren en journalisten. Ik hou niks over. Mijn hotelkamer is mijn huis. Mijn vriendin Liselore reist met me mee.'

Ik las dat zij haar studie heeft opgegeven voor jou. Was dat vanzelfsprekend?

'Ze heeft niet haar studie opgegeven. Ze is styliste, ze heeft haar carrière opgegeven om met mij mee te kunnen reizen. Dat was de enige manier om onze relatie te kunnen laten werken. Dat heb ik ook tegen haar gezegd. Het was een keus: een van ons moest iets opgeven. En ik ben er gewoon nooit. Als ze niet met mee zou gaan, zou onze relatie nergens op slaan. Dan kon ik beter de Eddy Irvine van het circuit worden, met overal vriendinnetjes. Maar dat wil ik niet. Ik vind het belangrijk, dat zij er altijd is. Dat geeft me rust.

'Het is bepaald geen glamoureus bestaan voor haar. Zeker niet als ik een race moet rijden. Mij ziet ze niet, want ik ben met mijn werk bezig. Ik ga om zes uur de deur uit, en ben 's avonds pas weer terug. Zij heeft haar plekje, bij het circuit. Het is soms saai. Maar voor ons is het een gewoonte geworden.'

Wat was je grootste succes?

'Ik ben eigenlijk nooit tevreden. Het kan echt altijd beter. Zelfs als ik in de DTM een race won, zat ik achteraf chagrijnig in de auto naar huis.'

Maar beter dan eerste worden bestaat toch niet?

'Tja. Dan kwam ik als eerste over de finish, maar was de nummer twee in het laatste ronde toch weer wat dichterbij gekropen. Daar baal ik dan van. Zo ben ik gewoon, dan kan ik niet blij zijn.'

Geniet je wel?

'Dat zegt mijn vriendin ook altijd: je moet ervan genieten! Misschien zou het beter zijn. Maar zo zit ik niet in elkaar.'

Jullie wonen in Antwerpen.

'Het is er schoon, ze hebben fantastische restaurants. En de Belgen zijn meer met zichzelf bezig. Zodra ik over de grens naar Nederland rijd, kijkt iedereen naar binnen in mijn rode Porsche.

'En het is dichterbij dan je denkt. Van Antwerpen naar Bussum? Een uur. Kippetje eitje.

'In Nederland sta je altijd in de file. Ik rij in hier eigenlijk nooit meer over de snelweg. Ik zeg tegen mijn navigatiesysteem: vermijd de snelwegen! Je weet niet hoe mooi Nederland dan is, af en toe.'

Wordt Christijan Albers wereldkampioen?

'Ja. Maar als je dat in Nederland hardop zegt, hakken ze je kop eraf. Toch zeg ik het. Daar doe ik het voor.'

Waarom lukt jou dat?

'Omdat ik er alles voor doe en er alles voor opzij zet. Weinig mensen weten dat ik vorig jaar bij mijn oude ploeg Minardi aan het begin van het seizoen ongeveer 2 seconden langzamer reed dan de Jordans. Aan het eind van het seizoen was die achterstand bijna weg. Een enorme verbetering. Er zit een stijgende lijn in. Jos Verstappen moest de Formule 1 ieder jaar bij een minder team gaan rijden, ik ga tot nu toe steeds naar een beter team. Maar voorlopig moet ik mijn mond houden: want hij heeft meer punten bij elkaar gereden dan ik.'

Wat ga je na de Formule 1 doen? Je kunt niet tot je 65ste blijven racen.

'Ik heb geen flauw idee. Ik heb ook helemaal geen tijd om daarover na te denken.'

Meer over