Interview

‘Ik ben een Rus, maar nu steun ik Oekraïne. Er is geen andere optie’

 De Oekraïense Dasha en de Russische Gleb met hun twee kinderen. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
De Oekraïense Dasha en de Russische Gleb met hun twee kinderen.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

De Russische Gleb en de Oekraïense Dasha wonen al jaren samen in Nederland. Het duurde wel even, voordat hij van de Russische propaganda loskwam. Nu zijn moeder in Rusland nog overtuigen.

Noël van Bemmel

Voor het eerst in zijn leven stond Gleb Popov (45) op een demonstratie tegen president Poetin, een week geleden op de Dam in Amsterdam. Met zijn 3-jarige zoontje Oscar op zijn schouders en een gele en blauwe ballon in iedere hand. ‘Ik ben een Rus, maar nu steun ik Oekraïne. Er is geen andere optie.’ Dat zijn vrouw Dasha Soroka (38) een Oekraïense is, staat daar volgens hem los van. ‘Bijna al mijn Russische vrienden in Nederland sturen spullen of stellen hun huis open voor vluchtelingen.’ Terwijl het Westen zich afkeert van Rusland, signaleert Popov, stelt de Russische diaspora zich open voor het lot van de Oekraïners.

Op de bank in hun doorzonwoning in Huizen domineert de oorlog van Poetin, die 2000 kilometer verderop wordt uitgevochten. De strijd bereikt op verschillende manieren de huiskamer.

Zo is er de Russische moeder van Gleb, die telefonisch vanuit Moskou uitlegt dat de Navo deze militaire inval heeft uitgelokt. En de Oekraïense moeder van Dasha, de 68-jarige Tatiana, die toevallig op bezoek was in Nederland, toen de oorlog uitbrak en net blini’s heeft gebakken. ‘Op dit moment bombardeert het Oekraïense leger mijn eigen stad Gorlovka’, verzucht zij. Dat zit zo: Gorlovka, een stad met 300 duizend inwoners, ligt in de oostelijke regio Donetsk, die sinds 2014 door pro-Russische separatisten wordt bestuurd. Tatiana: ‘Probeer dan je huis maar te verkopen. Ik moet daar wel blijven wonen.’

Oekraïens als voertaal

Met weinig liefde beschrijft dochter Dasha de provinciestad waar ze met haar broer opgroeide. ‘Een vuile industriestad met één gymnasium, waar leerlingen elkaar zes dagen per week de loef afstaken.’ Haar hele wereld was Russischtalig, totdat de regering in 2004 het Oekraïens aanwees als voorkeurstaal. ‘Ik zat toen op de universiteit, sommige leraren konden die taal nauwelijks spreken.’

Dasha Soroka vond een baan bij een Nederlands ICT-bedrijf in Kyiv, dat haar in 2012 naar Nederland haalde. Op een zeiltochtje met de Russisch sprekende gemeenschap in Nederland ontmoette ze Gleb Popov. Die groeide op in Moskou, vond na zijn studie een baan als IT-consultant en besloot in 2007 een vergelijkbare baan in Nederland te zoeken. ‘Ik was toe aan een nieuwe uitdaging en Nederland laat kennismigranten relatief makkelijk binnen.’ Dasha: ‘Ik vond het geen probleem dat hij een Rus is. Mijn opa is ook Russisch.’ Popov: ‘Mijn oma is Oekraïens.’

Het stel spreekt Russisch aan de keukentafel en Russisch tegen hun kinderen Oscar en de zeven maanden oude Leonard. Af en toe maken ze flauwe grappen over elkaars cultuur. Over die hebberige Oekraïners die liever knabbelen aan tien appels, dan één appel helemaal op te eten. Of over die dommige Russen die alles kapot of zoek maken.

De ochtend waarop de eerste bombardementen waren begonnen, liep Gleb terug naar de slaapkamer en gaf zijn Oekraïense vrouw een lange knuffel zonder wat te zeggen. Dasha: ‘Toen wist ik dat het mis was.’ De HR-manager barst sindsdien af en toe in tranen uit tussen zoomvergaderingen. ‘Mijn broer woont nog in Donetsk; mijn vrienden in Kyiv.’ Gleb treurt ook om Rusland, zegt hij. ‘De hele wereld verdoemt ons en dat gaat de gewone Rus pijn doen; Poetin en zijn vrienden blijven gewoon miljardair.’

Anders naar je land kijken

Na zijn komst naar Nederland, duurde het wel even ‘voordat ik van de Russische propaganda loskwam’, zegt Gleb, die lesgeeft in IT aan de Fontys Hogeschool. ‘Toen Rusland delen van Georgië annexeerde in 2008 dacht ik nog dat de Georgiërs dat wel verdiend zouden hebben. Maar zodra je emigreert en andere media gaat lezen – ik ging onder meer het blog van oppositieleider Aleksej Navalny volgen – ga je anders naar je land kijken. En naar je president.’

De meeste Russen in Nederland zijn volgens Gleb hoogopgeleid en ze ondergaan min of meer dezelfde ontwikkeling. ‘Een enkeling blijft in de Russische bubbel.’ Een nadeel is wel, stelt hij, dat gesprekken met thuisblijvers moeizamer verlopen. Dasha: ‘Je moeder stuurde nog een kalender met Poetin erop!’ Gleb: ‘Ik videobel haar dagelijks. Op de eerste dag van de aanval zei ze iets over de Navo en eigen schuld. Toen heb ik gezegd: mam, nou moet je ophouden met naar die propaganda te kijken. En naar je gehersenspoelde vrienden te luisteren.’ Sindsdien kijkt zijn 72-jarige moeder films op YouTube. Ze riep online op tot vrede totdat Facebook werd geblokkeerd door de Russische regering.

Maandag staat Gleb weer voor de klas en dan zal hij een blauw-geel speldje dragen – de kleuren van Oekraïne – voor het geval sommige leerlingen hem ter verantwoording roepen over de oorlog. Zijn schoonmoeder Tatiana: ‘Ik ben niet boos op gewone Russen. Zij blijven ons broedervolk. Deze oorlog is verzonnen door politici die alleen aan hun eigen belang denken.’

Meer over