'Ik ben een gedisciplineerde huismus'

Komende week verschijnt de nieuwe roman van Gerrit Krol (70), Rondo Veneziano. Hij heeft een volgende in petto, als hij die met zijn Parkinson tenminste nog kan schrijven....

Door Gijs Zandbergen

Sinds enkele jaren lijdt hij aan de ziekte van Parkinson, waarmee zijn door hem zelf uitgevonden en beschreven ziekte van Middleton ('mijn obsessie voor grote tieten') op de achtergrond is geraakt. Gerrit Krol: 'Door die Parkinson moet ik mijn lichaam voor de gek houden. Als ik bijvoorbeeld iets van tafel wil pakken, moet ik dat met een schijnbeweging doen. Ik moet eerst in beweging zien te komen, dan in beweging blijven en via een omweg bij het voorwerp geraken. Gek genoeg is mijn reactiesnelheid nog wel goed. Laatst zette ik een glas sinas op de rand van de tafel. Dat glas viel ervan af. Maar met mijn andere hand schoot ik naar voren en kon ik het zo opvangen. Dat gaat dus nog wel. De ziekte is progressief. Het wordt alleen maar erger. Gelukkig ben ik niet depressief van aard, zoals prins Claus dat was.'

Wat hem veel zorgen baart, is dat zijn handschrift steeds kleiner wordt, en zelfs voor hem onleesbaar aan het worden is. 'Ik schrijf alles met een balpen, liefst lekker vettig. Maar door die ziekte moet ik letter voor letter gaan concipin, ongeveer als een kind dat leert schrijven. Gelukkig ben ik als auteur altijd een diesel geweest. Ik ga gedisciplineerd en gestaag door, waardoor ik weinig tijd en energie verlies aan doorhalingen of het aanbrengen van verbeteringen. Al valt het natuurlijk altijd tegen als je na afloop het manuscript ziet. Dan heb je toch altijd meer veranderd dan je dacht.'

Als een boek gedrukt is, wil hij er wel graag aan prutsen. Volgende drukken van zijn boeken bevatten dan ook vaak verbeteringen en wijzigingen. Dat kan varin van een paar woordjes, enkele passages tot hele boeken. Zo krijgt de binnenkort te verschijnen vierde druk van zijn debuut De rokken van Joy Scheepmaker (1962) een luchtiger slot dan de eerste druk. Van De ziekte van Middleton (1969) en De weg naar Sacramento (1977) zijn zelfs geheel nieuwe versies verschenen: Middletons dood (1996) en De weg naar Tuktoyaktuk (1987). Krol: 'Ik voel het wanneer een boek af is. Dan wordt het wel gedrukt, maar in mijn hoofd gaat het nog door. Het schrijven, knippen en plakken in een tekst die al gedrukt is, vind ik ook fysiek erg prettig werk. Mijn vrouw Janna vindt het overigens maar onzin en tijdverspilling. Daarom vertel ik het haar meestal pas als het gedaan is.'

Volgende week verschijnt Krols nieuwe roman, Rondo Veneziano. Dat wordt een gebeurtenis van belang, want sinds hij in 2001 de PC Hooftprijs kreeg, is de schrijver officieel toegetreden tot het elitekorps van de Nederlandse literatuur. Een gezelschap waartoe hij naar eigen overtuiging overigens allang behoorde want aan zelfvertrouwen heeft het de Groninger nooit ontbroken. De schrijver in zijn schrijfhuis achter zijn woning in het Drentse Oudemolen: 'Tot de PC Hooftprijs was het gewoon de postbode die hier met zijn bestelling een feestje veroorzaakte. Nu gaan we naar het gebouw van de Gasunie in Groningen, waar toespraken worden gehouden en een documentaire wordt vertoond die Buddy Hermans over mij heeft gemaakt.'

Gerrit Krol is vanwege zijn 'wiskundige' boeken lange tijd een moeilijke schrijver genoemd. Hij had ook altijd een relatief kleine schare bewonderaars die zich liet meeslepen door zijn eigenzinnige, wat hoekige denkwijze en zijn on-Nederlandse (want niet ironische) gevoel voor humor. Krol, die aan een kanaal de voorkeur geeft boven een kronkelend riviertje, gold steeds als een writer's writer, enigszins verwant aan Willem Brakman, nog zo'n auteur die steevast lovende recensies krijgt, maar niet de erkenning van het grote publiek.

Sinds het verschijnen van zijn laatste roman, De vitalist (2002), lijkt daar bij Krol geen sprake meer van te zijn, want bij zes herdrukken kan moeilijk worden beweerd dat hij onopgemerkt is gebleven. De verwachtingen omtrent Rondo Veneziano zijn dan ook hooggespannen. Hij heeft er samen met zijn echtgenote Janna twee maanden voor in Venetiewoond, en het boek is dikker (260 pagina's) dan gebruikelijk. Krol: 'Rondo Veneziano is niet dikker omdat ik als gepensioneerde meer tijd heb om te schrijven. De reden is dat er twintig personen in het boek voorkomen. Die moet je toch allemaal een plaatsje geven, wat nou eenmaal onmogelijk is in honderdveertig bladzijden. Tenminste, als je het goed wilt doen. Nee, de voornaamste verandering sinds mijn pensionering is dat ik gezelliger ben geworden. Ik zie meer mensen en ik doe meer dingen met Janna. Ik ben in elk geval niet m gaan schrijven. Dat valt af te lezen aan de productiestaten die ik bijhoud. Ik mag graag diagrammen maken waarin staat hoeveel en wat ik in welke perioden schrijf. Daar kan ik lang naar kijken, want ik heb een soort productiedwang. Er moet elk jaar minstens een boek van me uitkomen. Gelukkig is er niemand die tegen mij zegt wat ik moet schrijven. Ik kan schrijven wat ik wil en het wordt altijd gedrukt. Dat is een groot geluk.'

Een van de redenen waarom Krol nooit tot het literaire wereldje heeft behoord, is dat hij naast zijn schrijverij altijd gewoon heeft gewerkt. Hij was systeemanalist bij Shell en de NAM. Daar meldde hij zich elke morgen bij de poort. In colbert met stropdas. Zijn werkkring was gevestigd in Amsterdam-Noord, Groningen, Assen, Caracas (Venezuela) of Lagos (Nigeria). In ieder geval niet op loopafstand van de cafin het centrum van Amsterdam.

Krol: 'Dat zou ik ook niet willen. Als ik moest beleven wat de bewoners van de grachtengordel beleven, dan zou ik nog voor zonsondergang mijn biezen pakken. Ik geloof dat ik te veel ambitie, eerzucht en discipline heb om me daar thuis te voelen. Dat wil niet zeggen dat ik zo'n kosmopoliet ben. Uit mijn curriculum vitae lijkt het wel alsof ik een avontuurlijk mens ben, maar in feite ben ik een huismus. Dat ik de wereld heb rondgereisd komt vooral door Shell en Janna, die mij hebben gestuurd of meegenomen. Ik ben een schrijver, en schrijven doe je binnenshuis. Dat kan ver gaan. Toen ik in de jaren zestig voor vijf jaar naar Venezuela werd uitgezonden, was ik daar de eerste maand alleen met mijn collega's. Die maakten na drie weken de afspraak om gezamenlijk een tocht door de bergen te maken. Dat is natuurlijk prachtig, want dan maak je iets mee. Alleen had ik al die tijd niet geschreven. Daar voelde ik me zo ongelukkig onder dat ik niet ben meegegaan en thuis ben gebleven.'

Krol heeft zich met zijn status aparte in zijn werk en in de literaire wereld nooit ongelukkig gevoeld. 'Op de middelbare school wist ik al dat ik schrijver ging worden. Toch koos ik niet voor de alfa-, maar voor de b-kant. Daar heb ik veel plezier van gehad, omdat ik daarvoor mijn figuren een echte baan kon geven. Bovendien, als Janna tevoren had geweten dat ze met een schrijver ging trouwen, was ze er niet aan begonnen. Ze wilde weg uit Groningen, bij voorkeur naar Amsterdam en liefst met een man die een vast inkomen genoot. Dat maakte mij tot een aantrekkelijke partij, zeker toen bleek dat ik een baan bij Shell in Amsterdam-Noord had gekregen. Pas daarna kwam als aap uit de mouw dat ik schreef, wat ik al die tijd had verzwegen. Janna vond dat maar niks. Maar toen er verhalen van mij in Elseviers Weekblad werden gepubliceerd en mijn schrijverij geld in het laatje bracht, sloeg ze om. Nu vindt ze me de beste schrijver ter wereld en regelt ze mijn afspraken en bezigheden.'

Een internationale doorbraak is er nooit gekomen. Zijn novelle De zoon van de levende stad (1966) is in het Russisch vertaald, zijn roman Het gemillimeterde hoofd in het Italiaans (La testa millimetrata, 1970). De roman werd in 1971 in Italienomineerd voor De Prijs van het Nieuwe Boek. Krol kreeg een uitnodiging om de prijsuitreiking bij te wonen, maar ging daar niet op in, omdat onzeker was of La testa millimetrata de prijs zou krijgen. Hij hoorde daarna niets, tot de PTT enkele dagen later een brief uit Italiezorgde, met een cheque van 150 duizend lire. Nadat Krol de cheque had verzilverd bij de plaatselijke bank, kwam een bankemploye volgende dag langs met het verzoek of hij het geld wilde terugstorten. Vanwege de slechte financi reputatie van Italin die tijd mocht de bank geen Italiaanse cheques uitbetalen. Jammer, maar het geld is op, zei Krol tegen de man. Enkele jaren later kreeg Krol een afrekening van het aantal verkochte exemplaren van La testa millimetrata. De stand was -12. Of hij die twaalf ontbrekende exemplaren maar wilde betalen.

Als hij fulltime schrijver was geweest had hij de Nobelprijs niet gekregen, als hij zich volledig op zijn carri had gestort was hij geen president-directeur van Shell geworden, zegt hij gedecideerd. 'Geen van beide. Ik heb de beste boeken geschreven die ik kon schrijven. En voor een maatschappelijke loopbaan miste ik de ambitie en het politieke gevoel. Ik wilde leuk werk doen. Dat kon bij Shell, dat groot genoeg is om buitenbeentjes als ik hun gang te laten gaan. Bij grote beslissingen telde ik niet mee, maar als er voor een moeilijk probleem een ongewone oplossing moest worden gezocht, stak ik mijn hand op.'

Over zijn loopbaan bij Shell en dochterbedrijf NAM schreef Krol het boek 60.000 uur, een broertje van Het Bureau. Een stuk bondiger, en minstens zo humoristisch. Arrogante techneuten worden opeens sympathiek, net als bazen die diagonale strepen zetten door rapporten, die met bloed en zweet zijn geschreven. Krols humor bestaat uit onverwachte observaties en zinswendingen. 'Ik voel mij verwant aan mijn vader. Die zei bijvoorbeeld dat zijn hoed te klein was. Dat vond hij lastig, om daar meteen aan toe te voegen dat het helemaal niet lastig was, omdat hij die hoed toch niet droeg.'

Veelbelovend lijkt het onderwerp van zijn volgende roman: zijn ervaringen in het Nederland van eind jaren zestig, toen Janna en hij na vijf jaar Venezuela terugkeerden in een land van flower power, hippies en open huwelijken. Vooropgesteld dat het schrijven van romans met de pen dan nog lukt. Het zijn romans die je meestal binnen een dag kunt lezen, zo tussen de honderd en 150 pagina's. 'Die lengte is letter voor letter nog wel te doen, zeker voor een gedisciplineerde huismus als ik.'

Meer over