'Ik ben een allenig mannetje in Eindhoven'

Rond het veertigste levensjaar komen ze vanzelf op: vragen en twijfels over ambities en oude idealen, werk, vriendschappen en de zorg om ouders....

Nog twee dagen en dan is het gepiept. Zijn de opnamen van de zevendelige dramaserie Circus Waltz voorbij. En kunnen die bakkebaarden er eindelijk ook af. Een halfjaar lang was Theo Maassen Bruno, oudste zoon van een circusdirecteur. 'Een gevoelige jongen die verstandig is en vaak in vertrouwen wordt genomen. Maar niet hard genoeg lijkt om zijn vader op te volgen.'

Hij is is zeer te spreken over regisseur Norbert ter Hall, die hem zelfvertrouwen geeft, en over de collega-acteurs met wie het buitengewoon goed samenwerken was. En ook eerdere rollen in films en televisieseries - Minoes, Dunya & Desie en Mevrouw de Minister - inspireerden hem.

Maar toch lonkt het cabaret altijd meer - op 31 oktober speelt hij de eerste try-out van zijn nieuwe, vijfde voorstelling Tegen beter weten in. 'Als cabaretier heb ik een veel scherper bewustzijn over wat ik doe en wat ik kan. In een film of serie heb ik de blik niet op mezelf gericht, en doe ik net iets te weinig met mijn creativiteit. Acteren blijft voor mij ongrijpbaar.'

In Circus Waltz, dat najaar 2006 op Nederland 3 wordt uitgezonden, wordt de zaak op scherp gezet doordat de vader van Bruno aan een herstentumor blijkt te lijden. Maassen glimlacht - verzonnen verhalen halen de werkelijkheid soms in. In februari, toen hij net aan de opnamen zou beginnen, kregen hij en zijn zus Judith een telefoontje uit Thailand waar hun vader gedurende de winter bivakkeerde. 'Dat het mis was. Dat hij moest worden geopereerd. We zijn er op stel en sprong heengegaan. De definitieve diagnose werd gesteld toen we daar aan zijn bed stonden: slokdarmkanker, niks meer aan te doen.'

Bevrijdingsdag

'Natuurlijk schrok mijn vader, maar binnen vijftien seconden had hij zich hernomen: incasseren en uitgaan van de nieuwe situatie - hij heeft altijd gevonden dat je moet accepteren wat niet te veranderen is. Dat is geen pose, maar een overlevingsmechanisme: hij was werkelijk vastbesloten er nog het beste van te maken. Ik heb in de zes weken die hem restten niet één keer het gevoel gehad dat ik hem moest aansporen zijn verdriet te laten zien.'

Ze namen hun 71-jarige vader mee terug naar Nederland. Daar trok hij in in het huis van zijn zoon, aan de rand van het centrum in Eindhoven. 'Bijna magisch ook. Ik had dit huis nét gekocht. Ervoor woonde ik in een studentenkot waar mijn vader nooit had kunnen wonen. Pas sinds zijn dood ben ik hier alleen.

'De laatste week kon hij niet meer eten en drinken. Een arts had verklaard hem wel te willen helpen als hij niet meer wilde leven. Zo is het uiteindelijk ook gegaan: op maandag belde hij dat hij op woensdag dood wilde. 's Ochtends heeft hij nog zelf gedoucht, daarna ging hij aan het infuus. We waren erbij toen hij stierf. Hij had er vrede mee dat hij zou gaan. Hij noemde het zelfs bevrijdingsdag.'

Zijn vader was een survivor, zegt Maassen, zonder angst voor de dood - erfenis wellicht van zijn kinderjaren die hij, als zoon van een KNIL-militair, deels in het Jappenkamp doorbracht. 'Mijn wereld stortte niet in toen hij overleed. Dat komt ook doordat mijn vader zo enorm goed in staat was zijn lot te accepteren. De maanden na zijn dood maakte zich zelfs een gevoel van vrijheid van me meester, grenzend aan lichte euforie. 's Avonds, op de dag dat hij stierf, toen zijn lichaam er nog lag, heb ik aan de rand van zijn bed televisie zitten kijken, een Champions League-wedstrijd met PSV, het geluid uit - dát wel.'

Toch lijkt die berusting haast onvoorstelbaar. Temeer daar drie jaar geleden ook Maassens moeder aan een hersentumor overleed, nog maar 67 jaar oud. 'Een wees ben ik. Omdat ik geen kinderen heb voel ik mezelf soms zo'n plaatje uit een poëzie-album, het verbindingsstukje er nog aan, maar geen verbintenis met de rest. Een allenig mannetje in Eindhoven.'

Ook het levenseinde van zijn moeder was, behalve treurig, mooi, intiem en liefdevol. 'Ik heb haar gevoerd, we hebben haar in al haar kwetsbaarheid gezien. Maar mijn moeder was zeer gehecht aan het leven, ze kon veel moeilijker dan mijn vader accepteren dat ze dood zou gaan, ze heeft tot het laatst toe gevochten. Ook flirtte ze een beetje met godsdienst. Maar bij mijn moeder wist je nooit zo goed of ze zoiets meende.

'Mijn vader vond het allemaal maar poppenkast, religie. Beter zo. Als je niet gelovig bent kun je volhouden dat de dood geen bedoeling heeft, dat het willekeur is. Ik ben blij dat ik me niet druk hoef te maken over de vraag welke god het is die ons dit aandoet. Ik hoef geen gedachtekronkels te maken om een en ander te kunnen rijmen met mijn godsbesef.'

Er is geen woede, zegt Maassen, en nauwelijks verontwaardiging of verongelijktheid - dat heeft hij misschien dan toch van zijn vader geërfd. 'Hij was een aartsoptimist. Je zegeningen tellen, was zijn credo, en zeker in de laatste fase heeft hij ze meer dan eens opgesomd. Hij was dankbaar voor wat hij in zijn leven heeft meegemaakt. In die zin was hij nogal onthecht.

'De dood is onontkoombaar, heb ik ervaren. Het heeft weinig zin je daar druk over te maken. Ik ben me voor het eerst sterk bewust geworden van mijn eigen sterfelijkheid toen mijn broertje overleed aan leukemie. Hij was toen 16, ik 19, en ik vond het onbegrijpelijk, en was er ook boos over - maar ik ben er niet verbitterd door geraakt. Wat ik er vooral aan overhield: het besef dat ik mijn tijd niet wil verdoen met dingen die ik niet belangrijk vind.'

En wat betekende de dood van zijn broer voor zijn ouders? 'Ik geloof dat het mijn ouders dichter bij elkaar heeft gebracht. Mijn vader was daarvoor toch echt een zakenmannetje, zo'n echtgenoot die zich in zijn werk verloor en, als mijn moeder af en toe ongelukkig was, niet veel verder kwam dan: 'Maar je hebt toch een auto? En een wasmachine? Wat wil je dan nog meer? Wat loop je nou te zeuren?'

'Door de dood van mijn broer is hij gevoeliger geworden. We hebben er thuis veel over gepraat. Toch loste dat natuurlijk niet alles op. Mijn moeder heeft het er erg moeilijk mee gehad. Vaak stond ze voor het raam te turen als ik terugkwam van school. Ze leek heel extravert, maar als het op echte gevoelens aankwam was ze nogal gesloten.'

Persoonlijker

Hij legt zijn been op tafel, plukt aan zijn voet, en grijnslacht - 'Gezellige verhalen, toch?' Hij staat op om koffie te schenken en serveert een kwarkpunt. Maassen wil niet dramatiseren. 'De dood is voor mij niet zo'n thema. Misschien heeft het overlijden van mijn vader me wel definitief bevrijd van mijn doodsangst, voorzover ik die had.'

Dat zijn ouders kort na elkaar het leven lieten, zal ongetwijfeld een rol spelen in zijn nieuwe theaterprogramma - hij is, in de loop van de tijd, steeds persoonlijker geworden. Maar hoe weet hij nog niet precies. 'Ik denk dat ik er eerst een paar grappen over maak.' Afgelopen tijd heeft hij al een paar keer proefgedraaid, in het Amsterdamse stand up comedy-café Toomler, waar hij improviseerde en delen van zijn voorstelling speelde. 'Ik ga niet naarstig op zoek naar ideeën. Die komen op een gegeven moment vanzelf aanwaaien. Ik laat me overvallen en vervolgens probeer ik een connectie te voelen tussen de dingen die ik heb bedacht. Dat is een vrij organisch proces.'

Domme mening

Op het affiche van de voorstelling staat een foto van de cabaretier, met daaronder: 'Theo Maassen 1966-2006.' 'Dat is een provocatie van de angst of je nog kunt zeggen wat je wilt. Tegen beter weten in gaat over fundamentalisme, en over twijfel.

'Dat hedendaagse Nederlandse klimaat van zeker-weten en ferme opinies is verstikkend. Als er al eens een interessante mening wordt geformuleerd, wordt hij direct geneutraliseerd door een daarop volgende domme mening. Het zijn stembanden die even getrild hebben, het is de resonans van verplaatste lucht. Discussies op tv hebben vaak geen enkele impact meer. Dan is het theater misschien een veel krachtiger goedje.'

Maar Maassen leek het toch ook vaak zeker te weten. Met zijn zowat piemelnaakte protest tegen een reclamekaravaan in Eindhoven en zijn op cd uitgebrachte 'diss' Doodsbedreiging haalde hij veel publiciteit. 'Dat je je irritatie en woede omzet in daden is haast een kwestie van fatsoen. Al loop je het risico dat een provocatie al snel aandachttrekkerij lijkt.'

Hij wijst naar zijn tafel, een berg administratieve rompslomp, die ochtend in haast een beetje geordend. 'Ik kan beter met chaos overweg dan met orde. Dan heb je tenminste nog werk te verrichten. Bij een teveel aan orde heb ik de neiging de boel onderuit te halen. Chaos is voor mij constructiever.'

Hij blijft erbij: wie niet alles overziet en niet alles zeker weet is vaak interessanter. 'Naarmate ik ouder word neemt de twijfel toe.' En het is precies die twijfel die steeds meer de basis is van zijn voorstellingen.

'Hoe meer praktijkervaring je opdoet, hoe duidelijker het wordt dat je je meer dan eens vergist hebt. Ik ben al geregeld op mijn bek gegaan. Vroeger dacht ik: als je maar in alle openheid en in alle redelijkheid over dingen praat en begrip opbrengt voor de ander, kom je er wel uit en los je problemen op. Ik weet nu dat het lang niet altijd zo werkt.

'In het theater ben ik bezig met een zoektocht naar hoe het wél in elkaar zit. En dat formuleer ik niet in één enkele zin: daar doe ik anderhalf uur over, en dan kom ik er nog niet uit. Maar snappen dat je het niet snapt, da's ook al heel wat. Misschien mondt de frustratie over het onvermogen om iets te zeggen dat werkelijk zin of effect heeft wel uit in een hoop onzinnigheid. Ook goed, zolang het maar waarachtig en eerlijk is, en zolang ik maar streef naar iets veelbetekenends. Alleen maar grappig zijn is voor mij niet voldoende. Dan verlies ik mijn bestaansrecht op het podium.'

Grote woorden, puft hij. 'Wat ik maar wil zeggen: ik probeer te maken wat ik zelf graag zou willen zien. Maar ik wil ook communiceren. Anders wordt het masturbatie.'

Bevestiging

Hij heeft zich nog nooit zo ontspannen gevoeld als nu, zegt hij. De tijd van te grote wankelmoedigheid, van een uitgestelde voorstelling bijvoorbeeld, omdat hij last had van een depressie, lijkt voorgoed voorbij. 'Die zogenaamd onbevangen jaren rond je dertigste zijn zo gelukkig niet. Ik voel me nu veel zekerder. Heb ruimschoots de bevestiging gekregen dat ik het kán.' Maassen speelt hooguit nog drie voorstellingen per week. En boekt, anders dan in het verleden, geen theaters als hij nog nauwelijks iets heeft. 'Ik voel me op het podium veel vrijer dan vroeger. Ik doe niet langer dwangmatig mijn best om leuk en aardig gevonden te worden.'

Raar evengoed, dat hij zo ontspannen is nu beide ouders in een paar jaar tijd overleden zijn. 'Ik kan inmiddels terugkijken op mijn kind-zijn en op de relatie met mijn ouders - het verhaal is áf. Want hoezeer ik ook tot in lengte van dagen aan mijn ouders zal blijven denken: ze zijn dood, ik ga nooit meer met ze op vakantie, ik zal geen nieuwe avonturen meer met ze beleven, er zullen geen nieuwe ervaringen en verhalen bijkomen. Dat geeft ook rust en het stemt tot op zekere hoogte zelfs gelukkig, zeker als je bedenkt dat ik gezegend ben geweest met leuke ouders die mij alle ruimte lieten. Er zijn in mijn leven geen beperkingen die het resultaat zijn van hoe ze met mij zijn omgegaan. Ik kan ze niet aanrekenen dat ze mij nooit hebben aangehaald, of dat ze me niet serieus hebben genomen.

'Natuurlijk is het jammer dat ze mijn veertigste verjaardag niet zullen meemaken, en de première van mijn voorstelling niet, en dat ze Circus Waltz nooit zullen zien. De dingen die je doet doe je, haast onbewust, voor een bepaald percentage ook in de hoop dat je ouders trots op je zullen zijn. Dat is nu weg. Maar ik hoop dat het me nog autonomer zal maken in waarom ik de dingen doe.'

Wat ook helpt: dat hij een innig contact heeft met zijn zus Judith, die tevens zijn manager is. 'Onzalig zijn de gezinnetjes met maar één kind. Met haar kan ik alles bespreken wat ons is overkomen. Wij begrijpen elkaar heel goed.'

Samenkneuteren

Ook is hij gelukkig met zijn vriendin, met wie hij al vijf jaar een relatie heeft. 'Dankzij haar voel ik me geliefd en aantrekkelijk. Bij haar voel ik me het meest kwetsbaar. Dankzij onze relatie leid ik niet alleen maar mijn eigen leventje. Dat relativeert.' Ze wonen niet samen. 'Elk moment bij elkaar is zinvolle tijdsbesteding. En volgens mij wordt de seks er ook beter van, van niet-samenwonen. Best spannend als er opeens iemand naast je in bed ligt.' Hij gniffelt. 'Misschien gaan we straks, als we ouder en hulpbehoevend zijn, wél samenkneuteren.'

Kinderen hebben ze nog niet. 'Toch denk ik er sinds mijn vader is overleden meer over na. Ik ben nieuwsgierig naar wat het vaderschap inhoudt. En misschien zeg ik dat ook wel omdat ik op termijn niet dat mannetje wil zijn dat zonder ouders en kinderen eenzaam door Eindhoven rondsloft. De behoefte aan nieuwe verbintenissen is groter geworden.'

Theo Maassen wil niet te ver vooruit kijken. Al lijkt het hem mooi om zo tot zijn zeventigste voorstellingen te blijven spelen. 'Over gebrek aan inspiratie maak ik me geen zorgen. Tegen die tijd ga ik lekker mekkeren over mijn prostaat.' Zo zal zijn theaterwerk straks misschien een blauwdruk blijken te zijn van zijn levensgeschiedenis. 'Zolang ik maar niet in herhalingen val. Zolang ik maar hardop blijf denken.'

Maar eerst nadert hij, eind komend jaar, de veertig, met aanzienlijk meer rust dan vroeger, met genoeg werk, gezond, en in shape. Met grijnslach: 'Ik ben een gezegend mens, dat realiseer ik me terdege. Veertig is voor mij een abstractie. Ik ben niet kaal, niet grijs, ik heb geen buik. Ik voel me amper een man, laat staan een man van middelbare leeftijd. Mijn vriendin is gerontologe en werkt met oudere mensen. Sommige ouderen schrikken als ze in de spiegel kijken, omdat ze zichzelf amper herkennen. Zo zal het mij straks vast ook vergaan. Je loopt verschrikkelijk achter de feiten aan.'

Maassen zal de komende jaren zijn talent vervolmaken, weet hij. En hij zal in elk geval niet verzuren, zoals sommige mediamensen die van depressies hun beroep hebben gemaakt. 'Die hun sombere blik op de wereld uitventen tijdens openbare optredens. Dat wordt ook bijna koketterie.' Maassen-wijsheid: 'Identificeer je niet volledig met je verdriet. Ga er niet mee aan de haal. Want dan raak je het contact kwijt met wie je echt bent, en maak je een typetje van jezelf.'

Monter: 'Iedereen is verplicht zijn best te doen om er wat van te maken, en zo gelukkig mogelijk te zijn.'

Meer over