'Ik ben de makelaar tussen verslaafde en instanties'

In 1996 begon bij de GGD in Den Haag de eerste 'casemanager' zijn werk. Nu zijn er vier persoonlijke begeleiders die drugsverslaafden helpen bij het zoeken van onderdak, werk, een uitkering of de weg naar een afkickkliniek....

Paul is gevonden. Met blote voeten en helemaal in de war. Hij kwam zijn geld halen bij de Sociale Dienst.' Casemanager Martine van Melkebeke verontschuldigt zich en gaat direct naar de telefoon als ze deze mededeling krijgt. Paul is één van haar cliënten. Ze was hem dagenlang kwijt.

Tijdens het gesprek zal ze nog een paar keer naar de telefoon moeten vanwege Paul. Of zij de verslaafde naar de Riagg kan brengen, wordt haar gevraagd. 'In het belang van Paul zou ik dat wel willen doen, maar daar ben ik niet voor.

'Dat heb ik wel geleerd in de anderhalf jaar dat ik dit werk doe: mijn grenzen stellen. Want zowel de verslaafden als veel instellingen willen je voor hun karretje spannen. Maar ik ben geen hulpverlener. Ik ben de makelaar, tussen de verslaafde en de instanties waar hij mee te maken krijgt.'

In 1996 begon bij de GGD in Den Haag de eerste casemanager. Inmiddels zijn het er vier, één voor elke wijk waar veel drugsverslaafden wonen of rondhangen. Reden om de functie van casemanager in het leven te roepen was het terugdringen van de overlast die drugsverslaafden veroorzaken. 'Maar niet alleen de overlast voor de buurtbewoners, ook de overlast die de verslaafden van zichzelf ondervindt is reden voor ons om actief te worden', benadrukt Van Melkebeke. 'Wij richten ons vooral op verslaafden die hun eigen leven niet kunnen managen.'

De Haagse casemanagers zien het niet als hun eerste taak de cliënten van hun verslaving af te helpen. Ze worden ook niet aan een verslaafde toegewezen als deze een kliniek verlaat om dan als persoonlijk begeleider te voorkomen dat de persoon in kwestie weer in het oude gedrag vervalt. 'Wij krijgen wel eens cliënten via de Riagg of de verslavingszorg. Maar het eerste contact met veel van onze cliënten wordt gelegd in de huiskamer van het Drugspunt of die van de heroïnehoertjes op de Waldorpstraat.'

Daar houden de casemanagers wekelijks spreekuur. 'Dat is heel laagdrempelig. Wij zitten daar gewoon koffie te drinken aan de grote tafel, praten met ze over het weer of wat ter sprake komt. Als iemand ons nodig heeft, merken we dat wel.'

Meestal gaat het over de uitkering. 'Hoe vaak ze niet hun plastic zak met persoonlijke eigendommen kwijt zijn. Geen papieren, geen uitkering. Ik bel dan meteen de sociale dienst en maak een afspraak voor ze. Bekijk of ik met ze mee moet of niet. Vaak geef ik alleen een briefje mee. Wel wil ik ze dan de volgende dag terugzien. Ik ben hun coach, niet degene die alles voor hen doet.'

Jan is ook zo'n cliënt van Van Melkebeke die regelmatig zijn papieren kwijt is en dus ook zijn uitkering. 'Toen we twee jaar geleden voor de eerste keer contact met hem kregen, bleek dat deze man al vijftien jaar verslaafd was. Maar hij stond bij geen enkele instelling als zodanig bekend. Hij was dakloos, leefde in kraakpanden, bleek alleen wel eens in de soepbus te komen 's nachts, maar daar blijf je anoniem.'

Toen Jan een keer niet op een afspraak kwam nadat Van Melkebeke zijn uitkering weer had geregeld, kreeg ze een telefoontje. Lag hij in het ziekenhuis. 'Nu wil ik van de speed af', had hij tegen haar gezegd. Zijn casemanager regelde toen een dak boven zijn hoofd, overlegde met hem over afkicken in een kliniek, maar dat was volgens hem niet meer nodig, dat zou hij op eigen kracht doen.

'Ik was de rode draad voor hem. Ik hield het overzicht op al zijn afspraken met de vele instanties die zich met hem bemoeiden. Ik voorkwam dat dingen dubbel gebeuren of worden vergeten.'

Jan leek op de goede weg. Maar ineens, afgelopen kerst, zei hij tegen Van Melkebeke: 'Ik red het niet meer.' En hij verdween uit het opvanghuis. 'Ik ben hem kwijt geweest tot juni. Toen zag ik hem ineens weer bij het Drugspunt. We hebben toen een klein praatje gemaakt. Het raakt me wel dat hij is teruggevallen in zijn oude gedrag, maar het is zijn leven. Wij kennen ook geen sancties of schorsingen, zoals andere instellingen. Als hij weer hulp nodig heeft van me, krijgt hij dat.'

Van Melkebeke weet zeker dat Jan voor de zoveelste keer zijn uitkering kwijt is. 'Maar als hij niks vraagt, ga ik niks voor hem regelen. Jan steelt nu weer koffie en kaas bij de Konmar. Die verkoopt hij aan zijn dealer in de ruil voor speed. Jan weet dat hij voor de diefstal van eten niet wordt gestraft.'

Terugvallen in het oude gedrag doen veel verslaafden. 'Toch zeggen ze in heldere momenten dat ze van elke terugval leren, ook al lijkt dat voor de buitenwereld niet zo. Voor hen is het soms zo moeilijk om bijvoorbeeld één week in een kliniek te blijven. Maar als ze dat één keer is gelukt, is het volgende keer weer iets makkelijker.'

Waaraan meet Van Melkebeke dan het succes van haar werk af als zoveel van haar cliënten terugvallen? 'Een verslaafde voor wie ik een uitkering kan regelen, steelt minder. Als iemand terugvalt en ik vind een slaapplaats voor hem, betekent dat ook minder overlast. En als iemand, al is het dan met vallen en opstaan, vatbaarder wordt voor therapie dan zien we ook dat als een succesje.'

Weer is er telefoon voor Van Melkebeke, weer over Paul. 'Gelukkig, ze hebben hem opgenomen in een kliniek. Niet helemaal volgens de regels, maar dat komt wel goed.'

Meer over