Bellen metVertrekkend recensent Frits van der Waa

‘Ik ben benieuwd hoe het is om bij een concert te zitten zonder iets te hoeven vinden’

Na 37 jaar stopt Frits van der Waa met recenseren voor de Volkskrant. Van alle recensenten deelde hij het vaakst vijf sterren uit. Was een album of een stuk goed, dan moest en zou je ernaar luisteren. Wat hij hierna gaat doen? ‘Ik vertaal al iets meer dan tien jaar Engelstalige non-fictie.’

Frits van der Waa. Beeld Pauline Niks
Frits van der Waa.Beeld Pauline Niks

Al jaren zei Frits van der Waa (67) dat hij er ‘binnenkort echt’ mee zou stoppen, maar er was niemand die hem geloofde. Al 37 jaar wees hij als recensent klassieke muziek op wat mooi en waardevol was. Maar op zondag 5 september was daar dan toch echt zijn laatste stuk: een recensie van Der Zwerg door De Nationale Opera.

Door collega’s en lezers werd Van der Waa geroemd om zijn uitdrukkingsvermogen en woordenschat, de precisie waarmee hij kon schrijven over muziek. Daar was het hem dan ook om te doen: randzaken als dirigentenbenoemingen interesseerden hem niet. In de concertzaal was hij een fly on the wall, wars van uiterlijk vertoon – musici wisten vaak niet hoe hij eruitzag.

En: van alle recensenten deelde hij het vaakst vijf sterren uit. Was een album of een stuk goed, dan moest en zou je ernaar luisteren. Maar als hij het gevoel kreeg dat iemand de kantjes ervan afliep, kon die het krijgen ook. Zo zal de pianist Yundi Li het minder leuk hebben gevonden dat Frits van der Waa in 2014 zijn recital in het Muziekgebouw Eindhoven bezocht. ‘Li heeft als mens het charisma van een potplant en als pianist de fijnzinnigheid van een klopboor’, stelde de recensent vast. ‘Gek’, zegt Van der Waa nu, ‘daar kan ik me niks van herinneren!’

Is de muziekkritiek sinds 1984 erg veranderd?

‘Dat denk ik niet. De krant zelf wel, vooral sinds we op tabbloidformaat overgingen. Vroeger belde je de redactie en zei je: het was een waanzinnig mooi concert, ik wil graag vijfhonderd woorden schrijven. Nu ligt de lengte op voorhand vast en dicteert de lay-out. Toch is de krant onmiskenbaar gevarieerder en spannender geworden.’

Wat is het mooiste dat je in die 37 jaar hebt gehoord en gezien?

‘Het eerste wat te binnen schiet, is Wagners Ring des Nibelungen in de regie van Pierre Audi. Dat was grensverleggend door de manier waarop hij Wagner dichtbij bracht. Het decor kwam de zaal in, het publiek en orkest zaten in het decor, alle afstand verdween. Ik was nooit zo’n Wagner-adept, mede door de manier waarop er vroeger werd gezongen: dat was brallen met een hoop vibrato. Er is echt een omslag gekomen in de zangcultuur. Er wordt veel nadenkender gezongen.’

Je was altijd meer van de oude én eigentijdse muziek.

‘Ik ben tot de moderne muziek gekomen door Frank Zappa. Ik ben dol op dingen die onbekend zijn en minder dol op de 19de eeuw.’

Toch heb je je vaak opgeofferd: ging je weer een Bruckner-symfonie recenseren, terwijl je daar dus niet heel erg van houdt.

‘Maar ik vond het wel altijd heel boeiend me erin te verdiepen! Alleen: als ik dan voor de hónderdste keer die Zevende van Beethoven hoor, komt die wel mijn strot uit.’

Ik herinner me een verhaal dat je een keer boos werd opgebeld door dirigent Reinbert de Leeuw.

‘Reinbert had Olivier Messiaen erg hoog zitten, en ik had het gewaagd om te schrijven dat Messiaen na Philip Glass de allervervelendste componist van de 20ste eeuw is. Dat schoot bij Reinbert in het verkeerde keelgat. Ik kwam net onder de douche vandaan, het was vroeg, toen de telefoon ging. Er volgde een tirade van Reinbert van veertig minuten, ik kon er geen woord tussen krijgen. Ik denk niet dat hij ooit heeft geweten dat ik daar amper droog met alleen een handdoekje stond.’

Toch voelde je je erg verwant aan De Leeuw.

‘En ook aan Louis Andriessen (de dit jaar overleden componist, red.). Ik identificeerde me met hen. Ik heb de opkomst meegemaakt van de Nederlandse ensembles voor nieuwe muziek, dat was grotendeels hun verdienste. Dat heeft tot ontzettend veel spannende projecten geleid. Helaas heb ik ook de aftakeling ervan moeten aanzien – vooral door toedoen van het eerste kabinet-Rutte. Nu zie ik dat door eisen aan diversiteit en inclusie de ensembles op elkaar beginnen te lijken. Ze doen allemaal crossovers en allemaal iets met een ud (Arabisch tokkelinstrument, red.).’

Wat ga je nu doen?

‘Ik vertaal al iets meer dan tien jaar Engelstalige non-fictie. Er komt weer een boek aan van Stephen Fry. Ik kan iets vaker naar mijn ouders, die zijn met 101 en bijna 97 nog vitaal en wonen zelfstandig. En ik ga veel muziek maken, klavecimbel en barokcello. Ik ben benieuwd hoe het is om bij een concert te zitten zonder daar iets van te hoeven vinden.’

Meer over