InterviewWouter Koolmees

‘Ik begon elke dag met de mindset: Nieuwe problemen, wat gezellig dat jullie er weer zijn’

Wouter Koolmees, minister van Sociale Zaken in het vorige kabinet. Beeld Linelle Deunk
Wouter Koolmees, minister van Sociale Zaken in het vorige kabinet.Beeld Linelle Deunk

In zijn twee decennia als ambtenaar, Kamerlid en minister liet Wouter Koolmees vingerafdrukken achter op veel belangrijke politieke dossiers. Toch is de immer optimistische D66’er ‘een beetje sip’ geworden over de stand van de Nederlandse politiek.

Frank Hendrickx en Gijs Herderscheê

In de gang van Wouter Koolmees’ woning aan een Rotterdamse singel slingeren kinderschoenen rond en staan de stepjes tegen de muur. Op een van de fietshelmen die op een kastje liggen, zitten stickers van Feyenoord, Ajax én PSV. Het is een detail dat past bij het imago dat Koolmees zelf heeft opgebouwd aan het Binnenhof. Geen scherpslijper, maar een bescheiden, constructieve bestuurder die altijd uit is op samenwerking. Aan het einde van zijn loopbaan aan het Binnenhof kwam ook een andere kant naar boven: uit de geopenbaarde ministerraadnotulen over het ‘sensibiliseren’ van Pieter Omtzigt bleek dat Koolmees als minister zijn gal spuwde over al te kritische Kamerleden uit de coalitie.

Het was een koud kunstje geweest voor Koolmees (44) om aan te blijven als minister in Rutte IV. Hij had alleen maar ‘ja’ hoeven te zeggen. In plaats daarvan is de D66’er net vertrokken. ‘Ik was dinsdag op het ministerie om afscheid te nemen en kreeg een boekje, De wetten van Wouter. 192 wetten en besluiten! Dat is het echte productiewerk, hè.’

Zijn rol als informateur voor Rutte IV was zijn laatste klus in de Haagse binnenwereld waar hij twee decennia in verbleef, eerst als ambtenaar op het ministerie van Financiën met VVD’er Gerrit Zalm en daarna PvdA’er Wouter Bos als minister, toen zeven jaar als D66-Kamerlid en uiteindelijk als minister van Sociale Zaken.

‘Gek is dat’, zegt Koolmees aan het einde van het interview. ‘Maar op het moment dat je tekent voor de overdracht op het ministerie, voel je je meteen lichter worden. De verantwoordelijkheid valt weg. Je kunt niet meer aangesproken worden op alles wat onder jouw portefeuille valt.’ Een kenmerkende schaterlach volgt.

Koolmees wist wat hem te wachten stond toen hij in 2017 aantrad als minister. Als ambtenaar had hij van Zalm al geleerd dat de loodgieterstas met beleidsstukken zo snel mogelijk afgehandeld moest worden. Dan kan heel het ministerie weer vooruit.

Zo zagen zijn werkdagen er aanvankelijk uit: na het wegbrengen van de kinderen naar school – ‘Nee, dat was geen statement, dat deed ik als Kamerlid ook’ – liet hij iedere dag vanaf 9.15 uur dertien of veertien afspraken van een halfuur inplannen. ‘Die konden over van alles gaan: de arbeidsongeschiktheidswet Wia, het UWV, de WAB, pensioenen, verlof, uitvoering, ict, overleg met een oppositiepartij of coalitieoverleg. Ik at tussendoor altijd in Den Haag. Om tien, elf uur ’s avonds kwam ik thuis en dan nam ik die tas met stukken nog door. Zaterdag hield ik meestal vrij en op zondagmiddag kwam de weekendtas op tafel.’

Dat waren de rustige tijden. Vanaf november 2019 verving hij Kajsa Ollongren als vicepremier, begin 2020 brak de coronacrisis uit. Toen moesten in nauw overleg met andere ministeries en de sociale partners op stel en sprong grootschalige steunpakketten bedacht en ‘uitgerold’ worden om te voorkomen dat de economie zou bezwijken onder de pandemie. Tegelijkertijd onderhandelde hij met de sociale partners om na tien jaar gedoe een akkoord te sluiten over pensioenen, dat daarna in wetgeving moest worden omgezet; verdedigde hij een hervorming van de arbeidswetgeving, de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB), en loodste hij de inburgeringswet door de Kamer. ‘In die tijd kreeg ik allerlei vlekken op mijn ene wang. Ik probeerde ervoor te zorgen dat ik maar vanaf één kant in beeld kwam.’

Waar kwamen die vlekken vandaan?

‘Stress. Slaaptekort. Ongezond.’

Ooit gedacht: ik trek dit niet meer?

Heel beslist: ‘Nee. Maar we hebben wel heel rare, bizarre weken gehad, waarin we om ons heen zagen dat collega’s het niet meer trokken. Jullie kennen de namen. Het begon met Bruno…’ (Bruno Bruins, Tamara van Ark en Bas van ‘t Wout verlieten het kabinet om gezondheidsredenen, red.)

Koolmees’ vriendin, die uit haar werkkamer naar de keuken komt voor koffie, vult aan: ‘Meteen daarna ben je gestopt met roken…’

Koolmees lacht: ‘Ja, meteen na Bruno. Ik ben later wel weer begonnen. Maar ik ga weer stoppen.’

Hoe bent u overeind gebleven?

‘Toen ik minister werd, had ik een gesprek met Jeroen Dijsselbloem. Die zei: ‘Het gevaar is dat je heel erg geniet van de eerste dag, daarna heb je vier jaar lang problemen en dan is het opeens voorbij. Probeer ook de leukheid ervan te blijven zien.’

‘Dat heb ik me heel erg voorgenomen. Als minister krijg je alleen maar problemen voorgeschoteld. Alles wat goed gaat, komt niet op je bureau terecht. Ik ben elke dag begonnen met de mindset: Nieuwe problemen! Wat gezellig weer dat jullie er zijn! Hoe gaan we dit oplossen?

‘Dat klinkt een beetje Emile Ratelband-achtig, maar het helpt wel. Het alternatief is dat je gaat denken: o nee, nu komt dit er ook nog bij, dit maakt het allemaal nog ingewikkelder. Ik ben ook een optimistisch mens. Optimisme is een morele plicht.’

Aanvankelijk was er nog lof voor het coronabeleid van het kabinet, maar daarna ontstond de sfeer dat we het lachertje van Europa zijn. Hoe was dat?

‘Even los van de vraag of het beleid in Nederland nu echt zo anders was dan in andere Europese landen, was dat heel confronterend en heftig. De buitenwereld komt enorm binnen in zo’n crisis. Je hebt heel veel gesprekken, leest alle kranten, ziet de impact op je directe omgeving. Je wordt onzekerder. Vraagt je af of je de goede dingen doet. Zijn er alternatieven? Tegelijkertijd moet je door: er gaan mensen dood, de zorg loopt op z’n tandvlees, ondernemers zitten in de problemen.

‘We hebben de verwachtingen over de steunpakketten vanaf het begin getemperd. Daar ben ik nog steeds blij mee. We hebben heel bewust gezegd: we kunnen geen maatwerk leveren en er zal gefraudeerd worden, want we moeten het geld zonder controle vooraf uitkeren. Het moest lomp en simpel, anders zou het vastlopen in de uitvoering. Ik kom nog steeds ondernemers tegen die dankbaar zijn dat het de overheid gelukt is om snel geld beschikbaar te stellen. Die kant is er ook, maar dat weegt toch niet op tegen de huilende ondernemers die ik heb gesproken die al twee jaar dicht zijn en grote schulden hebben opgebouwd.

‘Kijk, mijn vriendin werkt al twee jaar thuis. Mijn kinderen kwamen door de schoolsluiting ook thuis te zitten. Ik heb gezien hoe lastig dat is met thuisonderwijs. Overigens kon ik door corona ’s avonds ook thuiswerken. ’s Avonds via de computer vergaderen.’

U neemt afscheid op een moment dat het vertrouwen in de politiek extreem laag is. Er lijkt een deken van negativiteit over Den Haag te hangen.

Peinst even. ‘Ik denk dat je gelijk hebt. Toch voelt het voor mezelf niet zo. Ik denk dat het wel verklaarbaar is waarom de sluier er hangt. Vanwege de perspectiefloosheid van de coronacrisis, vanwege de ellenlange formatie die heel lang niet over de inhoud ging, en door de kindertoeslagenaffaire.’

Dat zijn incidenten. Is het probleem niet structureler? De overheid is tekortgeschoten, bijvoorbeeld op het gebied van de arbeidsmarkt of bij uitvoeringsorganisaties als de Belastingdienst.

‘Bij de arbeidsmarkt zie je dat er eigenlijk al sinds 2005 discussie is over vaste en flexibele contracten. Dat verander je niet van de ene op de andere dag. Dat is echt een mammoettanker. Bij de formatie van 2017 kwamen de sociale partners er gewoon niet uit. Er was geen gemeenschappelijke agenda te maken.

‘Nu zijn we wel een goede richting ingeslagen. Het meest trots op dit terrein ben ik op de commissie-Borstlap die ik heb ingesteld en waar een heel goed rapport is uitgekomen. Dat heeft geleid tot een unaniem SER-advies om een einde te maken aan de tweedeling op de arbeidsmarkt. Dat advies is nu overgenomen in het coalitieakkoord. Dan kun je denken: jeetje wat duurt dat lang, maar na vijftien jaar hebben we nu echt wel een goede richting te pakken.’

Dan gaat het weer twee jaar duren voordat er een nieuwe wet is…

‘Veel langer. Voordat de uitvoering is geregeld, bijvoorbeeld bij het UWV… Dat gaat jaren duren, want er is daar achterstallig onderhoud. Maar er is een richting gekozen en de uitwerking gaat nu plaatsvinden.

‘Ik ben er ook trots op dat we meer nadruk zijn gaan leggen op de uitvoering. Twee jaar geleden ben ik me gaan concentreren op de vier grote uitvoerders: UWV, Belastingdienst, SVB en DUO. We hebben geconstateerd dat er te veel achterstallig onderhoud is, te weinig menselijke maat om af te wijken van de regels en verouderde ict-systemen. Als we zo doorgaan, loopt alles vast. Ik heb er acht rapporten over naar de Kamer gestuurd, maar er is geen vraag over gesteld. Ook niet door de media trouwens. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het een project van tien, misschien wel vijftien jaar gaat worden om dat te verbeteren.’

Is er een gevaar dat iemand die twintig jaar jaar onderdeel is van de bestuurlijke wereld zich er sneller bij neerlegt dat dingen in Den Haag nu eenmaal gaan zoals ze gaan?

‘Dat zou goed kunnen. Misschien kom ik daar later achter.’

Zijn er de afgelopen jaren momenten geweest waarop u dacht: dit kan echt niet. Dat er iets knapte?

‘Ik ben niet heel snel boos. Wel een keer bij de pensioenonderhandelingen. Als ik het gevoel heb dat mijn integriteit ter discussie wordt gesteld. Ik ben ook heel boos geworden toen die ministerraadnotulen over de toeslagenaffaire naar buiten kwamen en daarna werd gedaan alsof wij heel bewust dingen aan het traineren en tegenwerken waren. Dat is gewoon niet zo!

‘Er wordt dan gezegd: ze liegen daar allemaal. Maar mijn perceptie van de werkelijkheid is: er zitten in die ministerraad mensen die op een integere manier hun best doen om problemen op te lossen, om openheid te geven, om compensatie te zoeken voor mensen in de toeslagenaffaire. Als dan het beeld is: ze zitten daar dingen weg te duwen, dan raakt dat mijn integriteit en mijn gevoel voor rechtvaardigheid.’

Die kabinetsnotulen gingen over het sensibiliseren van Omtzigt, maar er stond ook in hoe u klaagde over toenmalig VVD-Kamerlid Dennis Wiersma. Daar sprak toch uit dat er vanuit het kabinet druk moest worden uitgeoefend op Kamerleden van de coalitiepartijen?

‘Wat ik heb gezegd in die notulen is dat ik me zorgen maakte over de dynamiek. Wiersma maakte een punt van de UWV-affaire over fraude met WW-uitkeringen. Dat kan dan weer tot een reactie leiden van een andere coalitiepartij. Vergelding. Zo van: jij pakt onze bewindspersoon aan bij een moeilijk uitvoeringsprobleem, dan ga ik wraak nemen op jouw minister.’

Maar moeten die Kamerleden van de coalitie dan steeds zeggen: Koolmees is goed bezig, laat hem maar?

‘Ik vind dat ik als bewindspersoon mag vragen: geef me even de tijd, ik probeer het op te lossen. Zeker als het gaat om problemen bij grote uitvoeringsorganisaties, waar het gewoon tijd kost om informatie op tafel te krijgen. En misschien kun je dan iets meer begrip verwachten van coalitiepartijen dan van oppositiepartijen. Dat doet niks af aan de controlerende taak van de Kamer, dat doet niks af aan het dualisme.

‘Ik heb ook afspraken gemaakt met GroenLinks en PvdA over pensioenen. Dan mag ik van de Kamerleden van PvdA en GroenLinks vragen: jongens, we hebben een afspraak met elkaar, dat betekent dat je niet elke avond vrij mag schieten op dit onderwerp, want dan gaat het bouwwerk wankelen.’

Maar wil ligt de grens dan?

‘Als er echt iets fout gaat, moeten er consequenties zijn. Maar de Kamer is niet alleen controleur, maar ook medewetgever. Dat wordt de laatste tijd wel een beetje vergeten. De coalitiepartijen zijn ook de hoeders van het regeerakkoord. Een meerderheid van de Tweede Kamer gaat een samenwerking aan om gezamenlijk een agenda uit te werken. Dan ontkom je niet aan afspraken en overleg.’

null Beeld Linelle Deunk
Beeld Linelle Deunk

U was verkenner toen bleek dat Rutte bij de formatie toch had gesproken over de positie van Omtzigt, terwijl hij dat eerder nog glashard ontkende. Wat dacht u toen?

‘Shit, dacht ik toen. Maar daarna kwam ook al weer snel de nuance. Rutte had het er bij de verkenners over dat Omtzigt misschien minister moest worden, terwijl eerder toch het beeld was geweest dat Omtzigt weggestuurd moest worden. Ik vond de reacties op de opmerkingen van Rutte te zwart-wit, te absoluut.

‘Als het aan mij had gelegen waren al die gespreksverslagen ook niet openbaar geworden. In die gesprekken geven partijen vertrouwelijk aan op welke punten ze bereid zijn om af te wijken van hun verkiezingsprogramma’s. Als je dat openbaar maakt, heb je een probleem. Dan gaan de hakken in het zand. Dat is ook gebleken. Dat debat van 1 april heeft een deken over heel het jaar 2021 gelegd. Dat heeft eigenlijk tot oktober geduurd. Toen kon er pas weer over de inhoud gesproken worden.’

Maar zonder openbaarmaking van die stukken was de leugen van Rutte altijd geheim gebleven?

‘Nee, ook dat is weer te zwart-wit. De Kamervoorzitter of een speciaal aangewezen afgevaardigde, iemand als Kees van der Staaij (SGP), had als nestor van de Kamer die verslagen namens de hele Kamer kunnen lezen. Dan was je er ook achter gekomen wat er was gezegd over Omtzigt, zonder de onderhandelingsposities van alle partijen op straat te leggen.’

Uw reactie was meteen: we moeten verder kijken.

‘Ik denk altijd: wat gebeurt er hierna? En wat betekent dat voor het leven van mensen, voor de jeugdzorg, het onderwijs, de sociale zekerheid, de polarisatie in de samenleving?

‘Nederland is een polderland met coalitieregeringen. Je hebt samen te werken met elkaar. Niet onbeperkt en onbegrensd, maar uiteindelijk moet je de verantwoordelijkheid nemen om samen het land te besturen. Je hoeft als oppositiepartij toch ook niet altijd overal tegen te zijn? Tegen zijn om het tegen zijn? Rutte I met de PVV vond ik een verschrikkelijk kabinet. Maar met Rutte II hebben Alexander Pechtold en ik veel onderhandeld, nota bene met de ChristenUnie en SGP, om het beleid bij te sturen.’

Hoe kijkt u nu naar premier Rutte?

‘Hij is een premier die onder hele lastige omstandigheden en in politiek ingewikkelde situaties toch kon samenwerken met partijen om eruit te komen. Overall is dat knap. Hij heeft soms natuurlijk heel rare standpunten (schatert), en als ik kritiek heb, vertel ik hem dat persoonlijk en niet via de krant.’

Is Rutte te lang doorgegaan?

Zucht. ‘Het objectieve antwoord: hij heeft de verkiezingen ruimschoots gewonnen, met zo’n twee miljoen stemmen op hem persoonlijk.’

Waarom vertrekt u?

‘Ik ben ook gewoon moe. Het is push en pull. Ik ben 44 jaar, nog relatief jong, en wil ook graag nog een keer iets anders gaan doen. Aan de andere kant speelt mee dat ik af en toe een beetje sip word over de politieke cultuur, het gebrek aan nuance, de compromisloosheid, de beperkte vrijheid om openlijk te kunnen delibereren zonder dat je kop er meteen wordt afgehakt. Ik voel niet meer de energie om dit nog een keer vier jaar te doen.

‘Ik heb debatten gehad waarvan ik dacht: gadverdamme, dit gaat hard op hard, op de persoon, niet gericht op samenwerking of oplossingen, maar op de leukste quote voor sociale media en het stukje in de krant. Ik wil juist wel samenwerking. Het afbrokkelen van de constructieve krachten binnen de politiek is eerlijk gezegd mijn grootste zorg.’

Is het verontrustend dat relatief jonge politici zoals u en Klaas Dijkhoff kiezen voor een ander leven?

‘Ik wil het niet op mezelf betrekken, maar het is wel zorgelijk. Toen Dijkhoff zijn besluit kenbaar maakte, heb ik ge-appt dat ik hem heel goed begreep. Ik had dezelfde worsteling. We hebben allebei jonge kinderen, dat is ook ingewikkeld. Vier jaar lang word je voor rotte vis uitgemaakt op sociale media. En het heeft geen zin om te reageren, want dan geef je alleen maar meer brandstof aan de kritiek en creëer je de volgende golf. Maar soms voelde ik me een laffe haas dat ik niet meer tegenspraak heb gegeven.’

Wat gaat u nu doen?

‘Het kan van alles zijn. Misschien ga ik wel iets heel anders doen. Ik mag nog 25 jaar werken en ik wil nieuwe energie vinden.’

CV Wouter Koolmees

Geboren 20 maart 1977 Capelle aan den IJssel

1996-2001 Studie economie, Utrecht

1999-2003 onderzoeker NEI (Nederlands Economisch Instituut)

2003-2010 ambtenaar ministerie van Financiën

2010-2017 lid Tweede Kamer voor D66

2017 - 2022 minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

2021 met Johan Remkes (VVD) informateur in aanloop naar kabinet Rutte IV

Koolmees woont samen en heeft twee kinderen.

Meer over