'Ik accepteerde dat we niet langer door één deur konden'

Cornald Maas in gesprek met kinderen van gescheiden ouders. Dit keer Sietse Bakker (26), manager communicatie en pr bij het Eurovisie Songfestival....

‘Het is al anderhalf jaar geleden dat mijn moeder en ik elkaar voor het laatst spraken, via msn, en dat liep meteen weer uit op een discussie. Mijn moeder en ik houden er een andere levensvisie op na. Daardoor botsten we geregeld. Zij concentreert zich vooral op wat in het leven níét mogelijk is, ik op wat er wél kan.

Zo was het niet altijd. Sterker: tot mijn 16de waren mijn moeder en ik vier handen op één buik. We hadden een vriendschappelijke vertrouwensband. We keken samen tv, we stonden op zondag samen te strijken. Als er vriendjes over de vloer kwamen die bleven mee-eten zeiden ze achteraf: ‘Wat een coole moeder heb jij.’

Ik ben na de scheiding van mijn ouders, toen ik anderhalf was, altijd bij mijn moeder blijven wonen, ook toen ze hertrouwde en voor de tweede keer scheidde. Met de man die ze daarna leerde kennen kon ik het niet goed vinden. Het klikte simpelweg niet, en dat had alles met zijn mentaliteit te maken. Ik was ambitieus, had allerlei plannen, maar mijn moeder en haar vriend zagen ze niet zitten. Ik was toen al met een internationale website over het Eurovisie Songfestival bezig, in de verwachting dat de European Broadcasting Union op een gegeven moment zou toehappen en me voor een functie zou benaderen. Maar mijn moeder en haar vriend zeiden: ‘Je gaat het niet halen, je verspilt je tijd.’

Steeds kreeg ik het gevoel dat ze geen vertrouwen hadden in wat ik kon. Mijn moeder werd daarin, denk ik, beïnvloed door haar nieuwe vriend. Beiden hebben ze tegenslagen gehad in hun leven. Daarvan word je misschien pessimistisch. In elk geval zagen ze van elke situatie vooral de gevaren en de risico’s. Wat ik alleen nooit heb begrepen is waarom dat ook op mij van toepassing zou moeten zijn. Ik denk dat mijn moeder na twee stukgelopen huwelijken haar vertrouwen in mensen is kwijtgeraakt. Ze veranderde. Na verloop van tijd herkende ik haar niet meer als de moeder die ze altijd was geweest.

Het kwam tot een breuk toen ik 19 was. Ik wilde een eigen bedrijf beginnen in communicatie en nieuwe media en besloot me in te schrijven bij de Kamer van Koophandel. Opeens zeiden mijn moeder en haar vriend dat ik daarvoor geen toestemming zou krijgen zolang ik bij hen woonde. Ik heb me toch ingeschreven; het bewijs ervan legde ik tijdens het avondeten op tafel. Het huis was te klein. ‘Óf je draait het terug, óf je kunt gaan’, stelde mijn moeder. Ik heb de dag erop voor het laatste gekozen. Ik denk niet dat mijn moeder had verwacht dat ik op zo’n manier voor mezelf zou opkomen.

Ik ging op mezelf wonen. Mijn moeder en haar vriend zijn één keer langs geweest, maar een gesprek over wat er was voorgevallen bleek niet mogelijk. Ze leken erop uit hun gelijk te halen, te vaak ook draaide het, als we contact hadden, uit op conflicten en ruzies. Het tastte mijn gezondheid aan: ik kreeg er stress van, raakte vermoeid, kreeg last van kwaaltjes die ik niet kon verklaren. Ten slotte besloot ik mijn moeder niet meer op te zoeken. Ik accepteerde dat we niet langer door één deur konden.

Het contact met mijn vader is vooral de laatste jaren stabiel. Hij is een paar jaar na de scheiding hertrouwd. Er kwamen geen kinderen: mijn vader en zijn vrouw zijn niet zulke kindermensen. Mij hebben ze altijd tamelijk volwassen behandeld. Soms moesten ze wennen aan de veranderingen die zich in mij voltrokken. Ze zagen me maar eens in de zoveel weken. Mijn vader heeft me nooit gestimuleerd bepaalde keuzen te maken, maar hij heeft me ook nooit iets afgeraden. Hij liet me simpelweg in mijn waarde.

Mijn eigen kinderen zou ik erg stimuleren in het realiseren van hun ambities. En ik zou samen met hen naar de risico’s kijken en die proberen zoveel mogelijk af te dekken. Ik zou ze een stabiel gezinsleven willen bieden. Ik heb al een paar vriendinnetjes gehad, en sinds vier maanden heb ik een nieuwe vriendin. Een flierefluiter ben ik niet; ik ben een relatiemens. Voor ik aan een gezin begin wil ik zeker zijn van mijn zaak, omdat ik niet de stress wil die onvermijdelijk bij een scheiding hoort.

Dat mijn ouders ooit uit elkaar gingen heeft me niet tot een slachtoffer gemaakt. Het heeft me op een positieve manier gevormd tot wie ik nu ben. Misschien zou ik wel nooit een eigen bedrijf zijn begonnen als mijn moeder en haar vriend het me niet moeilijk hadden gemaakt. Ik wil niet uitsluiten dat ik haar weer zal zien, maar dan zal er eerst grondig iets moeten veranderen in de manier waarop we met elkaar omgaan. Te vaak was ik in ons contact de snotneus en niet de volwassen jonge vent die zijn eigen keuzen heeft gemaakt. Niet altijd de juiste keuzen misschien, maar ik heb het toch niet slecht voor elkaar.

Mijn vader is trots op wat ik nu bij het Songfestival doe, al vindt hij het verschrikkelijk. Ik kan me voorstellen dat mijn moeder ook trots is, maar ik weet het niet zeker. Ze zat er toch behoorlijk naast met haar inschatting dat het met mij en het Songfestival niks zou worden.

Te vaak hoor ik dat mensen contact hebben met familieleden omdat het ‘toch je moeder’ of ‘toch je vader’ of ‘toch je broer’ is. Zo wil ik niet denken. Liever geen contact dan geforceerd het contact in stand houden. Niemand heeft om zijn familie gevraagd. En niemand is gebaat bij een bloedband die in de praktijk niks voorstelt.’

Meer over