IJzige sfeer tussen Duitsland en Rusland over teruggave verdwenen kunst Bonn bezorgd om zijn 'laatste krijgsgevangenen'

'Buitgemaakte Kunst, prachtige naam voor een tentoonstelling', zegt de directrice van het Bonner reisbureau Baldes. Haar bureau, gespecialiseerd in kunstreizen, sloeg deze week onmiddellijk toe: voor een kleine tweeduizend gulden kunnen de liefhebbers in april naar het Poesjkin-museum in Moskou en de Hermitage in Petersburg voor het bewonderen van gestolen...

WILLEM BEUSEKAMP

Van onze correspondent

Willem Beusekamp

BONN

De reis is niet alleen voor particulieren bedoeld. Vooral galeristen worden via advertenties (Beutekunst!) en brieven opgeroepen zich te melden voor de reis, die in Rusland wordt geleid door een redacteur van het prestigieuze Duitse maandblad Art. Alsof er inmiddels niet de grootste problemen zijn gerezen tussen de autoriteiten in Bonn en Moskou.

De waarde van alle kunstvoorwerpen die het Rode Leger in 1945 uit het verslagen nazi-Duitsland meenam naar Rusland is nauwelijks in geld uit te drukken. Bedragen van honderd miljard en meer worden genoemd. De Duitsers hebben een omvangrijke lijst samengesteld van 'de laatste krijgsgevangenen', zoals de gestolen kunstvoorwerpen ook wel worden genoemd. Op die onvolledige lijst bevinden zich 200-duizend kunstwerken, anderhalf miljoen boeken en archiefmateriaal dat een lengte beslaat van drie kilometer.

Een greep uit de lijst: achtduizend gouden voorwerpen uit de Trojaanse Schliemann-voorraad; een paar duizend objecten uit de Bremer Kunsthalle; de autografische verzameling van de stichting Pruisisch Cultuurbezit; vrijwel het complete bestand van het museum voor Oostaziatische kunst in Berlijn; de gravureverzameling van de Saksenkoning August de Sterke; bijna de compleet verdwenen inhoud van de bibliotheek van Dresden; zesduizend boeken uit de bibliotheek van Gotha, waaronder een Lutherbijbel uit 1541; de wapenverzameling van de Wartburg.

De meeste kunst is bijna vijftig jaar verborgen gehouden in geheime opslagplaatsen van de voormalige KGB. Op 9 november 1990, een maand na de Duitse vereniging, sloten de Sovjet-Unie en Duitsland het zogenoemde 'verdrag voor goede nabuurschap, vriendschap en samenwerking'. Artikel 16 bepaalt dat 'verborgen en onrechtmatig verkregen kunstvoorwerpen' aan elkaar worden teruggegeven. In 1991 en '92 volgden nog twee culturele samenwerkingsverdragen en in maart vorig jaar kwam de gemeenschappelijke kunstcommissie voor het eerst bijeen in Moskou.

De sfeer was ijzig, herinneren zich enkele Duitse deelnemers. Nationaal getinte Russische media en politici waren een campagne begonnen tegen het terugbrengen van de kunst naar Duitsland. Als pleister op de wonde kreeg minister Kinkel van Buitenlandse Zaken vijf boeken uit de bibliotheek van Gotha mee naar huis.

Sindsdien zijn de onderhandelingen vastgelopen en presenteerden de Russen eveneens een lijst: nauwkeurig is in kaart gebracht welke cultuurgoederen door Hitlers Wehrmacht destijds zijn verwoest. Kathedralen, kloosters, hele steden.

De Russische vice-minister voor Cultuur, Michael Sjvidkoi, verklaart de gewijzigde opstelling van Moskou als volgt: 'Duitsland heeft in mei 1945 de onvoorwaardelijke capitulatie ondertekend en deed daarmee afstand van verschillende claims.'

Om de onderhandelingen niet nog meer te verzieken stemde Duitsland ermee in dat een deel van de kunst vanaf 30 maart onder de titel 'Buitgemaakte Kunst' in Petersburg wordt tentoongesteld.

Vorige maand mochten de Duitse media al vast een kijkje nemen. De bezoekers waren verbijsterd. Alle beroemde schilders waren vertegenwoordigd met deels onbekend werk: Van Gogh, Degas, Renoir, Picasso, Monet, Seurat, Cézanne, Gauguin, Courbet, Toulouse-Lautrec, enzovoorts enzovoorts.

Wat niemand wist, was dat in Moskou een tweede tentoonstelling werd voorbereid, dit keer zonder overleg met de Duitsers. Afgelopen maandag kwam onder de titel 'Voor de tweede maal gered' in het Poesjkin nog eens een lading Renoirs, De Goya's en El Greco's te voorschijn. 'Een schop tegen het scheenbeen', aldus Werner Knopp, president van de stichting Pruisisch Cultuurbezit in Berlijn. Minister Kinkel meent dat het vriendschapsverdrag van november '90 zwaar op de proef wordt gesteld.

Zo mogelijk nog vervelender zijn de activiteiten van Russische kunsthandelaren, die sinds enige maanden in de Verenigde Staten opduiken met schilderijen die afkomstig zijn uit de KGB-voorraden. De in Bremen gevestigde kunstcommissie die het terugbrengen van de gestolen kunst voor alle zestien Duitse deelstaten coördineert, heeft twee experts ingeschakeld die niets anders doen dan het aflopen van alle belangrijke kunstveilingen in de Vernigde Staten.

Het duo, zo meldde onlangs de Washington Post, is een tekening van Albrecht Dürer op het spoor, evenals twee schilderijen van Rembrandt. De tekening van Dürer is geïdentificeerd als Das Frauenbad, een werk van onschatbare waarde, dat tot aan het einde van de oorlog in bezit was van de stad Bremen.

Meer over