IJskap op Zuidpool is ooit in zee weggezakt

Het is zo goed als zeker dat de grote ijskap op West-Antarctica bij de Ross Zee in een vrij recent verleden geheel verdwenen is geweest....

Van onze verslaggever

AMSTERDAM

Deze conclusie trekt een groep onderzoekers onder leiding van R. Scherer van de universiteit van Uppsala in een artikel in het Amerikaanse wetenschappelijke weekblad Science van deze week. Ze baseren deze conclusie op de vondst van fossiele kiezelwieren in het modderige bed onder het ijs. Zulke kiezelwieren komen namelijk alleen voor op de bodem van open zee.

Onderzoekers hebben al geruime tijd belangstelling voor de ijskap in het westen van Antarctica. Want het vasteland onder deze kap ligt onder zeeniveau, terwijl de nog veel grotere ijskap in het oosten veel hoger ligt. Als er door klimaatverandering landijs in het water terecht komt, gebeurt dat waarschijnlijk het eerste met de ijskap in het westen.

Dat zou voor de mensheid aanzienlijke gevolgen hebben.

Al jaren geleden is uitgerekend dat de zeespiegel mondiaal met vijf tot zes meter stijgt als het westelijke zuidpoolijs door smelten of afbrokkelen van ijsbergen in zee terecht komt. Dan worden alle laaggelegen kustgebieden bedreigd.

De onderzoekers vonden behalve fossiele kiezelwieren in het sediment onder het ijs ook het radioactieve isotoop van beryllium-10. Dit element ontstaat in de atmosfeer uit zonlicht en bindt zich aan deeltjes in zeewater die naar de bodem zinken.

De onderzoekers schrijven dat ze zich zeker voelen van hun zaak. Ze achten het uitgesloten dat het beryllium en de kiezielwieren op een andere manier, bijvoorbeeld door wind en gletsjers, onder de ijskap terecht zijn gekomen. Science-redacteur Kerr schrijft dat er gezien de vondst gissingen mogelijk blijven over de vraag wanneer de westelijke ijskap verdween, maar dat aan het verdwijnen zelf niet meer getwijfeld hoeft te worden.

Opvallend is dat de grote Engelse concurrent van Science, Nature, deze week ook twee stukken heeft over dezelfde ijskap. Die gaan over de geologische ondergrond en vooral over de relatief snel bewegende ijsstromen aan de buitenkanten van de ijskap.

De ijskap zelf beweegt zich onder invloed van de zwaartekracht richting zee, maar de snelheid is maar een paar meter per jaar. De snelheid waarmee de gletsjers aan de buitenkant zich naar de zee bewegen ligt veel hoger: een paar honderd meter per jaar.

Dat komt volgens twee onderzoekteams uit de VS door de ondergrond van de gletsjers. Die liggen op van water verzadigd keileem dat als een smeermiddel fungeert voor de ijsmassa's. Maar er is nog geen duidelijkheid over de snelheid van het proces, en evenmin over de vraag door welke geologische factoren de gletsjers ontstaan.

Meer over