IJksoep en eigenwijze

De beste soep is niet de best verkochte soep. Soepfabrikanten maken soep die zoveel mogelijk mensen niet vies vinden. Het gevolg: soep uit een pakje, soep uit blik, het is nooit echt dat je zegt, tsjonge wat kan Unilever lekker koken....

Soepfabrikanten kunnen niet anders. Maakten ze bijzonder lekkere soep, dan vonden vanzelf veel mensen die soep niet te eten. Omdat niet iedereen goede smaak lust. Daarom komen uit industriële kokerijen alleen producten met een gemiddelde smaak die ook nog eens erg op elkaar lijken. Je proeft het verschil niet tussen blikken en pakken. IJksoep wordt het wel genoemd. Fabrikanten bedenken een ijkmens.

Een niet bestaande consument, maar wel de ideale. Zo'n ijkmens staat voor de gedroomde doelgroep, niet lastig, wel lui, doorsnee smaak. En ze geloven er zo ernstig in dat ze zich door deze zelfbedachte ijkpersoon laten leiden bij het zoeken naar nieuwe soepen. Vindt mevrouw IJk de soep flauw, dan wordt meer zout in de ketel geschept. Wil meneer IJk stevigheid, dan krijgt hij nog wat bindmiddel er bij.

Het moet een malle vertoning zijn, het gesprek tussen niet bestaande ijkmensen en een industriële soepkok. Maar het gebeurt en zonder schateren. Zo komt het dat soep uit blik en pak niet naar spanning, sensatie, geluk, brutale meiden, tamme kastanjes en mooi weer smaakt, maar naar soep.

Eigenwijze soep, zoals in de Volkskeuken gekookt wordt, ontstaat uit twee soorten armoe. Er is te weinig goed voedsel voor een stevige maaltijd. Maar met weinig ingrediënten is dan nog altijd een smakelijke soep te maken. Aardappelsoep bijvoorbeeld, die kan zo heerlijk zijn dat men de armen zou benijden die het elke dag eten. De andere soep komt van ingrediënten waar verder niets meer mee te beginnen is - verpieterde groente - en van afval van vogels of koe.

Het is nu de tijd dat poeliers meer te koop aanbieden dan alleen maar kip. Duifjes zien we veel; wilde en tamme. Aan een duif zitten twee forse borstfilets. Behendige poeliers snijden de borstfilets los. Ook in de groothandel voor de horeca worden veel duiven van hun borsten verlost voor de restaurantkok die geen hele duiven braden wil. Let goed op. Als de klant de karkasjes zelf niet wil, vraag er dan om. De poelier is ze liever kwijt dan rijk.

Kook ze urenlang op heel laag vuur in een pan water met laurierblad. Zeef de bouillon en laat die inkoken op laag vuur. Voeg een half uur voor opdienen kleine rauwe aardappelblokjes toe of iets van deeg. En zout en peper en smaakmakers naar eigen dunk. Ook aanbevolen: een oude kip stoven in deze duivenbouillon.

Meer over