IFOR-militairen in Bosnië opereren soms roekeloos

Soldaten van het Nederlandse leger in Bosnië maken zich soms schuldig aan roekeloos gedrag. Het is voorgekomen dat er geen acht werd geslagen op het gevaar van mijnen....

HANS MOLEMAN

Van onze verslaggever

Hans Moleman

AMSTERDAM

Dit meldt kapitein J. Kuipers in Iformatie, het weekblad voor de Nederlandse militairen in voormalig Joegoslavië. Hij is als officier bedrijfsmaatschappelijk werker werkzaam bij het transportbataljon van IFOR, de multinationale troepenmacht die toeziet op de handhaving van de vrede in Bosnië.

Kuipers geeft in het blad voorbeelden van verkeerd gedrag. Zo hoorde hij van militairen hoe ondoordacht zij handelden toen hun voertuig van de weg af was geraakt. 'Alle inzittenden stapten willekeurig uit en bekeken uitgebreid de schade aan het voertuig zonder zich om de eventuele aanwezigheid van mijnen te bekommeren.'

De adviezen die medewerkers van de Explosieven Opruimingsdienst aan de Nederlandse eenheid hebben gegeven over wat te doen bij dergelijke incidenten werden 'volledig genegeerd'. Volgens deze voorschriften dient een voertuig dat van de weg af is geraakt te worden verlaten door zoveel mogelijk via het wielspoor naar de weg terug te lopen. Zo wordt het risico beperkt dat iemand op een mijn trapt.

Wat roekeloos rijgedrag betreft verhaalt de kapitein dat hij er getuige van was hoe een met drieduizend liter brandstof geladen tankwagen met een snelheid van zeker zeventig kilometer per uur door een dorp 'denderde'. Het traject, vier kilometer lang, was bochtig en verkeerde in slechte conditie.

Kuipers roept de Nederlandse militairen op 'kritisch te blijven' over hun gedrag. Zijn waarschuwing komt niet uit de lucht vallen. De meeste slachtoffers die de afgelopen paar jaar bij Dutchbat in Bosnië vielen, waren het gevolg van mijnen en verkeersongevallen. Bij de nieuwe Nederlandse IFOR-eenheid is het op dit front tot dusverre goed gegaan, maar volgens ingewijden is dit meer geluk dan wijsheid.

De vermanende opmerkingen van de Nederlandse IFOR-officier vallen samen met algemene kritiek op de nieuwe beroepsmilitair. Deze BBT'ers (Beroeps Bepaalde Tijd, die het leger vullen nu de dienstplichtigen verdwijnen) hebben meer controle en begeleiding nodig, schrijft luitenant-kolonel F. Matser, hoofd van de afdeling selectie beroepspersoneel van de landmacht, in het jongste nummer van Carré, een vakblad voor officieren.

Matser signaleert dat het nieuwe beroepsleger naar verhouding met meer problemen kampt, zoals onzedelijk gedrag, kleine criminaliteit, drugs- en drankgebruik en (gok-)

schulden, dan de oude dienstplichtige krijgsmacht. Het gaat weliswaar om een kleine minderheid, maar de teamgeest in de eenheden lijdt er wel onder, wat slechtere prestaties tot gevolg heeft.

Het hoofd selectie denkt dat het toegenomen wangedrag een verschijnsel van tijdelijke aard is, dat hoort bij de overgang naar een beroepsleger. Als oplossing beveelt hij de aanstelling van meer onderofficieren aan en meer toezicht op BBT'ers buiten werktijd.

De mentale instelling van de Nederlandse militair is een gevoelige kwestie geworden voor de krijgsmacht sinds de tragedie van Srebrenica. De kritiek was dat Dutchbat veel meer oog had voor het eigenbelang dan voor de veiligheid van de burgers die de eenheid geacht werd te beschermen.

Meer over