IERSE WANEN Mannen met oranje sjerpen

MANNEN MET bolhoeden, witte handschoenen, oranje sjerpen (en een enkeling met een geheven zwaard) staan in Noord-Ierland al drie dagen voor een geblokkeerde straat....

Je zou kunnen zeggen dat de mannen met de bolhoeden, de witte handschoenen en de oranje sjerpen stapelgek zijn, maar dat mag niet. De mannen vechten namelijk voor hun cultuur en hun historie. En dat is een eerbare zaak.

De mannen met de bolhoeden noemen de straat geen straat, maar op z'n achttiende-eeuws the Queen's Highway. Hun chef heet Robert Saulters. Als Robert Saulters spreekt, straalt de haat uit zijn ogen, worden zijn lippen twee dunne streepjes en lijkt Iers-Engels opeens het gemeenste dialect ter wereld. Een andere chef van de mannen heet Ian Paisley. Hij kan brallen als Hitler in zijn beste dagen.

Je zou kunnen zeggen dat Ian Paisley een krankzinnige is, maar dat mag niet, want hij is een gekozen politicus.

Het kan de mannen met de bolhoeden niets schelen dat ze hun provincie weer aan de rand van een burgeroorlog brengen. Het zal ze een zalige zorg zijn dat ze drie premiers en de president van Amerika schele hoofdpijn bezorgen. Dat er straks weer onschuldige doden gaan vallen, de economie van hun provincie honderden miljoenen guldens schade lijdt en dat dertigduizend agenten en soldaten Noord-Ierland weer in een vesting hebben veranderd: het zij zo.

De mannen met de bolhoeden laat het koud dat de meeste van hun provinciegenoten eindelijk rust willen, dat ze een moeizaam bereikt vredesakkoord op het spel zetten. Principes hebben een prijs, vinden de mannen.

Ze willen door de straat lopen, met hun bolhoeden, hun witte handschoenen, hun oranje sjerpen en hun geheven zwaard, op de tonen van It Was Old But It Was Beautiful en zich verkneukelend om de Slag aan de Boyne, toen hun koning Willem III koning James van de straatbewoners in de pan hakte (308 jaar geleden).

Aan de andere kant van de blokkade wonen ook mannen (en vrouwen en kinderen). Die mannen zouden natuurlijk kunnen zeggen dat de mannen met de bolhoeden, witte handschoenen en oranje sjerpen maar lekker door hun straat moeten wandelen (het duurt maar een paar minuten en het is per slot van rekening een openbare weg), zolang ze zich maar netjes gedragen en uit de tuintjes wegblijven. Maar dat doen die mannen niet.

Je zou kunnen zeggen dat de mannen in de straat stapelgek zijn, maar dat mag ook niet. Ze verzetten zich namelijk tegen intimidatie en triomfalisme. En dat is ook een eerbare zaak.

Vroeger liepen de bolhoeden door de straat en was er niets aan de hand. Vervolgens kwamen er mannen naar de straat die tegen de bewoners zeiden dat ze geïntimideerd werden door de bolhoeden. Zo hadden de bewoners het nog niet bekeken, maar na enig aandringen vonden ze dat er wat in zat. En met een beetje oefenen kregen ze opeens ook het woord triomfalisme zonder stotteren uit hun mond.

De chef van de straat heet Breandan MacCionnaith. Breandan MacCionnaith is lid van Sinn Fein en vroeger was hij lid van de IRA. Je zou kunnen opperen dat Sinn Fein Breandan MacCionnaith met opzet tot chef van de straat heeft benoemd, om een gesprek onmogelijk te maken en zo de zwarte piet in de schoenen van de bolhoeden te kunnen schuiven. Maar dat is geen populaire opvatting, want in de ogen van de wereld zijn de straatbewoners de onschuldige slachtoffers van de dekselse bolhoeden.

Breandan MacCionnaith kan heel redelijk praten, veel redelijker dan Robert Saulters en onnoemelijk veel redelijker dan Ian Paisley. Als je Breandan MacCionnaith zo hoort, vraag je je af wat er nu eigenlijk helemaal loos is in Noord-Ierland. Tot hij over de straat begint.

De mannen met de bolhoeden, de witte handschoenen en de oranje sjerpen mogen niet door de straat, vindt Breandan MacCionnaith. Dan lijkt het er plotseling toch op dat hij een wedstrijd in onverzoenlijkheid uitvecht met Robert Saulters en Ian Paisley.

De bolhoeden en de straatbewoners vinden dat de hele wereld hen heel erg serieus moet nemen. En niet alleen de wereld, God ook. Daarom zongen ze afgelopen zondag in de protestantse kerk van Drumcree en in de katholieke kerk van Drumcree het zelfde lied: Nearer My God To Thee. En de bolhoeden heffen regelmatig 'Welk Een Vriend Is Onze Jezus' aan, uit volle borst, vóór de blokkade, om de Heer aan hun kant te krijgen. De straatbewoners zijn wat minder zangerig.

Zondag, toen ze nog marcheerden, stopte een van de bolhoed-vrienden van Jezus even bij het kerkhof van de katholieke kerk, en nam rustig de tijd om een paar flinke fluimen richting graven te zenden, onder het uiten van enkele welgemeende verwensingen.

Mannen met bolhoeden, witte handschoenen en oranje sjerpen (en een enkeling met een geheven zwaard) willen door een straat lopen en zeggen dat ze daarvoor desnoods willen sterven. Andere mannen, zonder bolhoeden, zeggen dat de sjerpdragers alleen over hun lijk door hun straat mogen lopen. In heel Noord-Ierland zetten ze daarom deze week de boel weer in lichterlaaie.

Je zou kunnen zeggen dat je er doodziek van wordt en dat Noord-Ierland soms veel weg heeft van een open inrichting. En misschien mag dat voor de verandering wel een keer.

Bert Wagendorp

Meer over