Iemanden en niemanden

Zie haar zitten in de zon van Formentor. Het is 1959, ze draagt een zwierige rok met rozenmotief, een hesje met blote schouders....

Arno Haijtema

In 1968 bezoekt zij een dolmen - de plek van de prehistorische attractie is onbekend. Op de foto draagt zij het haar korter, maar ze is nog net zo ravenzwart als negen jaar eerder. Ze is zichtbaar molliger geworden, hoewel haar donkerblauwe jurk met kruismotiefje slank afkleedt. Haar gezicht is dat van een oudere vrouw, lichtjes getekend door rimpels. Haar ogen lijken onveranderd - de levenslust is ongebroken, maar de stralende uitbundigheid is verdwenen.

Liefdevol, overstromend van genegenheid, heeft haar man haar tijdens hun gezamenlijke vakanties gefotografeerd. De eerste opname dateert van juni 1956: een zeemeermin met stevige dijen flirt naar de camera, op een rotspunt in de zee bij Tamarin. De laatste opname is van december 1969. Dan poseert ze, vergeleken met de andere beelden op tamelijk grote afstand van de camera, op een kerkpleintje in Alcala Henares. Het haar is kort en lichter. Geverfd? De bomen zijn kaal, de schaduwen lang.

Wie zij is, niemand die het weet. Wie haar man is, de fotograaf, is eveneens onbekend. Honderden foto's waarop zij poseert, altijd bevallig én altijd op vakantie, zijn aangetroffen op een Spaanse vlooienmarkt. Achter op de foto's is wel geschreven op welke plek de foto is gemaakt - vrijwel allemaal ergens in Spanje, aan een costa, in Barcelona, in de Pyreneeën - en ook in welk jaar.

Met die summiere feitenkennis en een stapel soms verkleurde en lichtelijk beschadigde foto's heeft Erik Kessels het wonderbaarlijke boekje In almost every picture (Artimo euro 24,95) samengesteld, dat ruim twaalf jaar in beeld beslaat van het anoniem Spaanse echtpaar. Kessels, reclameman van bureau KesselsKramer, fotoverzamelaar en de samensteller van de eerste expositie in het nieuwe Amsterdamse fotomuseum FOAM, heeft de anonieme collectie aangekocht en zelf de selectie én de vormgeving van In almost every picture verzorgd.

Bevlogen idee om met amateurfotografie een boek te maken. Het sluit aan op de artistieke waardering die meer anonieme en niet-professionele beelden tegenwoordig ten deel valt. En het boek toont aan dat amateurfoto's met het juiste onderwerp en in een schitterend ritme gemonteerd, kunnen uitgroeien tot even vrolijkmakende als aangrijpende beeldpoëzie.

De Spaanse vrouw, zij poseert wel, maar doet dat ongekunsteld. Hij denkt na, je ziet het aan elk beeld, over compositie, lichtval, achtergrond, kleurencombinaties en perspectief. Steeds zoekt hij naar de gulden snede en al vindt hij hem niet altijd, het resultaat is altijd beter dan het gemiddelde snapshot. Een enkele keer overtreft hij zichzelf en citeert, als zij in het strijklicht van de ondergaande zon in een tuin staat, de renaissancistische meesters.

Het boek vertelt over het veranderende modebeeld, over de veranderende aanblik van de straten en steden, over de paradijselijke costa's (Peniscola, Rosas) van vóór het massatoerisme. Maar bovenal vertelt het boekje het verhaal van die vrouw en die man, die tezamen minstens twaalf ogenschijnlijk gelukkige jaren moeten hebben beleefd.

Een bewijs voor enigerlei tegenslag is er niet, maar tegelijk gloort er achter deze zichtbare geschiedenis een klein of een groot, onbenoemd gebleven drama. Is het omdat op geen van de foto's een kind figureert? Of is het de wetenschap dat deze foto's zijn afgedankt, en op een vlooienmarkt terecht zijn gekomen? Wat is er met haar gebeurt, en met hem, na dat laatste winterbeeld uit 1969? En hoe is het mogelijk dat al die persoonlijke herinneringen klakkeloos zijn afgedankt?

Meer over