'Iémand moet ex-dwangarbeiders toch helpen'

Nederland gaat ex-dwangarbeiders van het nazi-regime bijstaan in de strijd om schadevergoeding. Al vijftien jaar komt de Duitse politicoloog Von Münchhausen op voor tewerkgestelden....

Baron Klaus von Münchhausen krijgt nog iedere dag brieven uit Nederland. 'Lieber Freund' luidt steevast de aanhef, waarna vaak paginalange gedetailleerde verhalen volgen over dwangarbeid tijdens het nazi-regime. Velen weten niet eens meer waar ze hebben gewerkt, sommigen sluiten een kopie bij van hun Ausweis. En iedere brief eindigt met de vraag of de baron kan uitzoeken of er alsnog een vergoeding in zit.

Von Münchhausen heeft alle post in een grote plastic tas gestopt en is uit Bremen naar Amsterdam gekomen. Hij zegt: 'Ik moet deze oude mensen toch helpen.' Er moet een petitie komen voor de Bondsdag, vindt hij, en daarvoor heeft hij de hulp nodig van Nederlandse organisaties.

Sinds het gerechtshof in Karlsruhe drie jaar geleden oordeelde dat ex-dwangarbeiders het recht hebben om claims in te dienen, komt Von Münchhausen (55) om in het werk. Hij is net terug uit Polen, Tsjechië en Denemarken, de rest van deze week verblijft hij in Israël, en volgende week rijdt hij in zijn oude Volvo diesel naar Parijs om daar met 21 joodse vrouwen een proces voor te bereiden. 'Mensen bellen me op en zeggen: Klaus, het hoeft niet hoor, maar als je tijd hebt. . .'

Klaus máákt tijd. En met succes. Hij krijgt dreigbrieven van 'oude nazi's', en Duitse firma's drijven de spot met zijn afstamming van de beruchte leugenbaron. Hij haalt zijn schouders erover op. Het gaat niet om geld, zegt hij, maar om rehabilitatie van een groep oorlogsslachtoffers die zich nog steeds gediscrimineerd voelt. Hij wordt bijgestaan door studenten aan de universiteit van Bremen, waar hij politicologie doceert. Een anonieme geldschieter betaalt de hoge proceskosten.

Vijftien jaar geleden kwam Von Münchhausen bij toeval met het onderwerp in aanraking tijdens een vakantie in Israël. Ex-dwangarbeidsters vertelden hem dat ze nooit geld hadden gekregen en hij dacht: dat moet een vergissing zijn. Hij merkte al snel dat Duitse bedrijven liefst niet herinnerd worden aan de Arbeitseinsatz.

De afgelopen tijd is er, na vele procedures en dreiging met nieuwe processen, een kentering in die houding ontstaan. Over het nationale fonds dat Duitsland in september wil oprichten, spreekt Von Münchhausen echter in cynische termen. 'Waarom wachten? Je moet nu uitbetalen, nu! De regering wil geen geld uitgeven. Het gaat om hoogbejaarden. Hoe langer je wacht, hoe goedkoper het wordt. Das kann nicht sein!'

Dat zal hij tijdens zijn bezoek aan Nederland een paar keer herhalen; zijn missie verloopt aanvankelijk niet erg voorspoedig. Bij de stichting Icodo in Utrecht waar hij zich rond het middaguur meldt met zijn plastic tas vol brieven, vindt hij geen gehoor. De juriste vertelt hem dat de stichting zich alleen bezighoudt met informatievoorziening aan oorlogsgetroffenen en zijn petitie dus niet kan ondertekenen. Zij verwijst hem naar de Stichting Burger Oorlogsgetroffenen (SBO) in Apeldoorn.

Briesend van woede zit hij na tien minuten weer in de auto: 'Hoe kun je die mensen nou zo in de kou laten staan?' In Apeldoorn heeft hij meer succes. De SBO heeft net een projectgroep opgericht die zich bezighoudt met schadeloosstelling voor ex-dwangarbeiders. De overheidssubsidie is nog maar net toegezegd, het kantoor moet nog worden ingericht, maar de projectgroep ontvangt de baron met open armen.

Von Münchhausen stort de stapel brieven op een tafel, vertelt over de processen die hij wil voeren en over de politieke druk die nodig is om zo lang na de oorlog iets voor elkaar te krijgen. Hij belooft binnenkort terug te komen. 'Het is net als in de oorlog bij de cavalerie. We moeten aanvallen.'

Terug in de auto, weer op weg naar Bremen, vertelt hij over de gekmakende belangstelling die sinds kort voor de dwangarbeid bestaat. 'Toen ik begon, wilde niemand luisteren. Nu bellen Amerikaanse advocaten me op met de vraag of ze volmachten van ex-dwangarbeiders kunnen kopen omdat ze denken er veel geld mee te verdienen. En nu word ik door journalisten omschreven als een held die de slaven van Hitler naar hun overwinning begeleidt.'

Hij blikt opzij en vraagt: 'Wil je me alsjeblieft niet als een held neerzetten? Het is al erg genoeg dat deze groep jarenlang aan zijn lot is overgelaten. En dat ik dit allemaal in mijn eentje heb moeten doen.'

Meer over