Iedereen wil zijn deel in het nieuwe Libië

Met de dood van Kadhafi stierf donderdag ook het oude Libië. Onder een nieuwe vlag en met een nieuw politiek systeem moeten de groepen die samenwerkten om het regime ten val te brengen straks de macht herverdelen. Daarbij moeten zij ook rekening houden met Libiërs die minder enthousiast waren over de revolutie.

Islamisten

De afgelopen maanden hebben Libische rebellen en westerse diplomaten herhaaldelijk berzorgdheid geuit over toenemende invloed van islamisten in Libië, ten koste van de Nationale Overgangsraad (NTC). Zo gingen tientallen wapenleveranties van Qatar aan rebellen niet via de NTC maar rechtstreeks naar Abdel Hakim Belhaj.

De 45-jarige Abdel Hakim Belhaj is een van Libië's prominentste islamisten en leider van de Militaire Raad in Tripoli, met de beschikking over een sterke krijgsmacht. Belhaj was een van de oprichters van Libische Islamitische Strijdgroep, die in de jaren negentig tegen het regime-Kadhafi vocht en door de VS tot een terroristische organisatie werd bestempeld, waarvan onderdelen banden met Al Qaeda hadden. Belhaj werd in 2004 door de CIA en MI6 uitgeleverd aan Libië, waar hij zeven jaar werd vastgehouden en naar eigen zeggen is gemarteld.

Belhaj zegt nooit iets met Al Qaeda van doen te hebben gehad en profileert zich nu als gematigd islamist die gelooft in democratie.

Inwoners Benghazi en Misrata

Tussen Tripoli en Benghazi bestaat historische rivaliteit. Benghazi werd na de Tweede Wereldoorlog herbouwd als een toonbeeld van Libische rijkdom, en onder koning Idris in de jaren vijftig was het een een van de twee Libische hoofdsteden. Na zijn coup in 1969 liet Kadhafi de oostelijke stad grotendeels links liggen.

Vrij snel na het begin van de opstand was Benghazi bevrijd gebied, er zitten veel interim-ministeries en de nieuwe centrale bank. Uit het gebied rond Benghazi komt ook veel olie. Een nieuwe regering zal politieke en financiële macht in Tripoli willen concentreren, terwijl de inwoners van Benghazi hun invloed zullen willen behouden.

De inwoners van Misrata hebben het hardst gevochten en het meest geleden in de Libische burgeroorlog. De stad was zes maanden lang omringd door Kadhafi-gebied en werd constant bestookt. Rebellen uit Misrata speelden een belangrijke rol bij de inname van Tripoli en Sirte en zullen hun opoffering en inzet beloond willen zien.

Berbers

Berbers zijn de belangrijkste niet-Arabische minderheid in Libië, naast de Tebu en Toeareg. Zij maken drie tot vijf procent van de bevolking uit en leven voornamelijk in het noordwesten van het land.

Kadhafi's 'Libische Arabische Republiek' erkende geen niet-Arabische minderheden zoals de Berbers. Als gevolg werden de Berbers als groep zwaar onderdrukt. Zij mochten hun taal niet spreken of onderwijzen, culturele uitingen waren uit den boze en het regime probeerde zelfs Berbers te dwingen om te trouwen met Arabieren, en zo hun identiteit uit te dunnen. De Berbers sloten zich vrijwel direct aan bij de revolutionairen.

Voormalige leden van het regime

Er zijn tal van (voormalige) Kadhafi-aanhangers die in het nieuwe Libië ook een plek moeten krijgen. Het ligt voor de hand dat veel van hen zijn geconcentreerd in het gebied rond Sirte, de thuishaven van Kadhafi en zijn stam de Kadhadfa, maar recente nieuwe schermutselingen in Tripoli bewijzen dat onvrede over Libische revolutie ook in andere delen van het land bestaat.

undefined

Meer over