Iedereen wil Nederland altijd zo

Meer dan 50.000 schaatsers trokken vrijdag naar de Overijsselse toertochten. Papadag of niet, nu geschaatst kan worden, moet het ook.

VOLLENHOVE - Blokzijl is onbereikbaar, het verkeer op de N333 vanuit Marknesse is vastgelopen in een file van vijf kilometer, en daarom keren de auto's slippend in de berm en wijken ze uit naar een witbesneeuwd weiland bij Vollenhove. Ook het weiland raakt snel vol, maar daarachter is nog een weiland en anders parkeren ze maar in het wild; vandaag is het de toogdag van IJsclub De Vooruitgang, en ze zullen laten zien wat ze waard zijn.

Net nu ze een nieuwe, amfibische sneeuwschuiver hebben aangeschaft, die niet zinkt in een wak, mogen ze deze dag, één dag, hun Vollenhoofse toertocht houden. Vandaag ligt er ook nog dik ijs op het Vollenhovermeer, maar dan is er geen toestemming van de instanties. Ook voor een eenvoudige tocht als deze is een draaiboek nodig van zestig pagina's, zegt het jongste bestuurslid Richard Dierkes: 'Een beste verantwoordelijkheid die je draagt.'

Elders is een crisiscentrum ingericht, waar de drie officiële schaatstochten van vrijdag in de kop van Overijssel minutieus worden gemonitord. Daar worden ook de hulpdiensten centraal aangestuurd, mocht er iets gebeuren. Maar gelukkig gebeurt er niets.

Een doordeweekse ochtend in een van de leegste stukken Nederland. En ze komen er om te schaatsen vanuit Sittard, Middelburg, Eindhoven en Den Haag: twee stempels voor een medaille.

Het weiland is al bijna vol met auto's, als Bart Veldkamp met zijn ouders terugkeert van het ijs, prachtig gelakte houten toerschaatsen onder de arm. Twee rondjes van tien kilometer heeft hij gedaan, rustig aan, (persoonlijk record: 13.27,48, Salt Lake City, 2002) en tegen zijn vader zegt hij: 'Wat een gekkenhuis'.

Het liefst schaatst Bart Veldkamp in de leegte, 'zodra er een tocht is ga ik niet meer, dan is het spontane er wel een beetje vanaf', maar hij kon de verleiding niet weerstaan. Schaatskampioen of niet, ook hij belandde in de file en kwam hier terecht. Om op het ijs verbaasd te constateren 'dat iedereen kennelijk zomaar even vrij kan nemen van z'n werk'.

De vader van Bart Veldkamp merkt op dat iedereen rijdt 'op het allerbeste materiaal', en zo komen ze samen tot de conclusie dat het best goed gaat met dit land. Dan rijden ze naar huis.

Het rietland om het meer is wit en stijf van ijs en rijp. Aan de rand liggen eenzaam de tassen van de schaatsers, zoals het hoort. Ze dragen moderne schaatsen, vaak met hoge kunststof schoenen. De jakkeraars hebben jasjes aan, gesponsord door Interstyle Totaalwonen, of AB Midden-Holland, anderen dragen spijkerbroeken. Sommigen nemen hun kinderen mee; een meisje van tien heeft 'hele serieuze ijskoorts', zegt haar moeder, en daarom zijn ze uit Arnhem komen rijden. 'Vorig jaar vroeg ik keurig vrij bij de schooldirecteur, maar dat kreeg ze niet. Dan maar zo. Dit hoort ook bij de opvoeding.'

Duidelijk zichtbaar op de baan is Ronald Brouwer: voor zich uit duwt hij een fietskar met zijn dochter Lotta van drie maanden erin, en achter hem zwiept een slee met zijn andere dochter Ronja (2) erop, verpakt in drie donsjassen met verschillende kleuren. 'Ja', zegt hij, 'het is papadag.' Maar ook dat mag niemand ervan weerhouden van Haarlem naar Vollenhove te rijden en terug. Vier uur autorijden voor een rondje en twee stempels. 'Je wilt ze toch ook wat cultuur bijbrengen.'

Misschien is het zo druk, denkt Richard Dierkes, omdat we bang zijn dat het straks niet meer kan. Vijftien jaar lang had Nederland nauwelijks winters met natuurijs, een hele generatie is opgegroeid zonder medailles - hij ook, hij is pas 27, het jongste bestuurslid van De Vooruitgang - en elke dag kan zomaar weer de laatste zijn.

Hij kijkt naar het meer, dat grijzig oplost in de mist, en bedenkt nog een reden waarom Nederlanders soms alleen nog maar aan natuurijs kunnen denken. 'Dit is hoe iedereen wil dat Nederland altijd is.'

Nog één dag toertochten, zaterdag, en dan komt de dooi en is het weer gewoon werken op kantoor of waar ook.

Bij het weiland dat nu vol auto's staat, is op het Watergemaal A.F. Stroink een gigantisch spandoek gehangen: 'Dit gemaal is stilgezet voor uw ijspret'.

Bij de stempelpost zeggen ze: 'Bart Veldkamp was hier en hij vond het ijs heel goed!'

Een stempelaar zegt: 'Misschien kunnen we volgende week weer zwemmen hier.'

undefined

Meer over