Iedereen wil het lezen, omdat iedereen het leest

Uitgever Mai Spijkers loopt met een grijns over de Frankfurter Buchmesse. Begin dit jaar sloeg hij snel toe na een tip dat de erotische Vijftig tinten-trilogie van E. L. James weleens kon aanslaan. Zijn geschatte winst: 5- à 6 miljoen.

VAN ONZE VERSLAGGEVER JOHN SCHOORL

FRANKFURT - Mai Spijkers mag graag vertellen over de week dat hij de erotische Vijftig tinten-trilogievan E. L. James binnenhaalde, waarvan er wereldwijd 45 miljoen exemplaren zijn verkocht en hij er zelf 1 miljoen heeft weggezet. Het was ook geluk, zegt hij. Zoiets valt uit de lucht op je bord, je kunt het niet voorspellen. Maar zie die Prometheus-baas eens grijnzen, hier op de Frankfurter Buchmesse.

Hij loopt in hal 6, de afgeschermde plek waar agenten, scouts en uitgeverijen elkaar in stilte treffen om boekendeals te sluiten. Straks gaat hij een agent ontmoeten die nog meer vrouwenerotica voor hem in de aanbieding heeft. Dat is wat hier gebeurt: de damespornografie stroomt door alle hallen. Het me too-effect: kijk, ik heb ook een erotisch drieluik in de aanbieding. Een bekende navolger is de Crossfire-trilogie van Sylvia Day. Uitgeverijen en agenten zeggen dat de inbox overstroomt van vrouwenporno of belegen literaire pikanterieën worden afgestoft, zoals Histoire d'O, het boek van de Franse Anne Declos uit 1954.

Voor Spijkers begon het in maart dit jaar met een tip van zijn scout in New York, een kerel die alleen voor hem werkt. Er was een e-boek uit Australië komen overwaaien, waarvan een papieren versie zou verschijnen in Amerika. Vier regels schreef de scout aan Spijkers over de inhoud: vrouwenerotiek, lichte sm, vlot geschreven, zoiets. De uitgever had er een kruisje bijgezet, even in de gaten houden, uitzoeken wat dat was. Er was ruis over die boeken, er gingen een buzz dat er iets met E. L. James aan de hand was. Laten we het maar aanvragen - waarom niet?

Twee jonge stagiaires schoof hij het Engelstalig manuscript toe. Ze moesten het in het weekend lezen. Maandag lieten ze weten dat ze er niet vanaf konden blijven. Hij haalde er meer jongedames bij. Op dinsdag kwamen ze bij elkaar, eensgezind: ze konden het boek niet wegleggen. Het was misschien niets voor Prometheus, maar wel iets bijzonders.

Laten we het proberen, was de tekst waarmee Spijkers zijn uitgevershuis in paraatheid bracht. Vierduizend dollar was zijn bod bij de Engelse agent van James, Intercontinental Literary Agency in Londen. Hij kon achteraan aansluiten, op vrijdagochtend. Er lag een bod van zevenduizend en een van veertigduizend dollar. Veertigduizend dollar. Spijkers schoot overeind. Wacht eens even, wat gebeurt hier? Wie zijn de bieders? De Bezige Bij? Ambo Anthos? Bruna? Het werd niet bekend gemaakt, maar zeker was dat iemand serieus bezig was om die boeken de Nederlandse markt binnen te takelen.

Hij ging achter zijn bureau zitten met uitzicht op de binnentuin van zijn Amsterdamse grachtenpands en dacht na: het gaat dus om drie boeken van vierhonderd bladzijden. Voor de zomer had hij nog niet echt wat.

Doen, zei hij tegen zijn medewerkers, we bieden 150.000 dollar, maar dan moeten ze voor zeven uur reageren, op deze vrijdag, en anders niet. Mai, dat kun je niet maken, zeiden ze bij Prometheus in koor. Het is te veel geld, en je kunt die agent niet zo voor het blok zetten.

Maar daar dacht Mai anders over: ik ben zelfstandig uitgever, het is mijn geld. Bovendien was het vrijdagmiddag, heel Nederland had al uitgelogd, en hij zag niet iemand in de uitgeverijwereld zo snel schakelen. Om half zeven 's avonds belde de agent: we hebben een deal. Zondag vernam Spijkers dat de filmrechten waren verkocht voor miljoenen dollars. Ho, dacht hij, ik moet het nu nog harder bevestigd hebben, en dezelfde middag schreef hij de agent dat hij nog een schriftelijke bevestiging wilde hebben, per mail.

Twee dagen later, op dinsdagavond 13 maart 2012, stond Spijkers aan de bar in de Amsterdamse Stadsschouwburg, op het jaarlijkse Boekenbal. De directeur van Luitingh-uitgeverij kwam naar hem toe, met uitgestoken hand. 'Nou Mai, gefeliciteerd met het binnenhalen van E. L. James.'

Een luide lach, nu weer.

Binnen vijf weken was deel 1 vertaald en gedrukt, een week later deel 2 en weer een week later nummer 3. Inmiddels was het in Groot-Brittannië een gigantische hype en knalden de Verenigde Staten daar nog eens overheen, in de top 10 van the New York Times stond het boek 1, 2 en 3 - wat in veel landen navolging zou krijgen. Het boek is nu in vijftig talen verkrijgbaar en er zijn tientallen miljoenen exemplaren verkocht.

Deze week gaf Spijkers opdracht om nog een keer 175.000 exemplaren te drukken. Zijn geschatte winst tot nu toe: vijf à zes miljoen euro.

Mai Spijkers heeft de drie delen zelf niet gelezen. Het boek is een hit op de markt van niet-lezers, zegt hij, en de markt van niet-lezers is groter dan de markt van lezers. Ook ziet hij een ander tijdverschijnsel: als iets succesvol is, wordt het steeds succesvoller; iedereen wil het lezen, omdat iedereen het leest.

Dan ziet de uitgever midden in de zaal een dikke man zitten, die in een ruimzittend overhemd een gesprek voert. Het is Todd, de scout uit New York die hem op het Vijftig tinten grijs- spoor zette. Mai was gretig, zegt Todd, net als zijn contacten in Japan en Korea.

Vandaag komen alle mensen die geld hebben verdiend aan E. L. James samen met de schrijfster. Todd en Mai zullen er allebei bij zijn. Lachend slaan ze elkaar op de schouders.

undefined

Meer over