Iedereen kan opvoeden

Blijkens de hausse aan tv-programma's over opvoeding zijn de media onmisbaar in de strijd tegen lastige kinderen. De KRO houdt vandaag een themadag....

Door Maud Effting en Jean-Pierre Geelen

'Help, onze zoon heeft spreekbeurt-angst. Hoe helpen we hem daar vanaf?' Een alledaagse vraag op de website van Ouders Online, waar een kinder- en jeugdpsychiater de ouders erop wijst dat hier wel eens sprake zou kunnen zijn van een 'angststoornis of een specifieke fobie'.

Eeuwenlang konden ouders het helemaal alleen, het opvoeden van hun kinderen. Decennialang was de opvoedbijbel van Dr. Spock de enige leidraad in het huishouden, maar tegenwoordig moeten media hulpeloze ouders de weg wijzen door het woud van onzekerheden rondom de opvoeding.

Vooral televisie lijkt zich over het thema te ontfermen. Zo hebben de commerciële omroepen de kinderjuf ontdekt. Supernanny werd enkele jaren geleden op de Britse zender Channel 4 meteen een kijkcijferhit. De formule: Jo Frost, een Britse nanny met vijftien jaar ervaring, komt op bezoek bij gezinnen die geterroriseerd worden door hun kinderen. Schreeuwen, schoppen, slaan en 's n a ch t s elke tien minuten gillen tot ze bij hun ouders in bed mogen kruipen – het zijn de dagelijkse strubbelingen waar Frost (met strenge bril) wel raad mee weet. Ze observeert het huishouden een dag lang. Haar commentaar aan het eind van die dag doet de uitgewoonde moeders bijna steevast in tranen uitbarsten. De volgende dag komt ze met oplossingen aanzetten: een schema dat het gezin enige regelmaat moet bieden, en andere opvoedtrucs. Het happy end is gegarandeerd: een gelukkige familie is altijd de afsluiting van het programma.

Edutainment heet dat bij RTL 4, waar het programma wordt uitgezonden onder de titel Eerste hulp bij opvoeden (EHB O ). Entertainment met een licht educatief laagje, analoog aan gebleken successen als Jouw vrouw, mijn vrouw en Hoe schoon is jouw huis? Het resultaat mag er zijn: gemiddeld 1,7 miljoen kijkers voor EHB O, met uitschieters naar twee miljoen. De opvoedpolitie op SBS 6, in werkelijkheid de Amerikaanse serie Na n ny 911, trekt zo'n 750 duizend kijkers. Ook de publieke omroep heeft het thema omarmd: vandaag wijdt de KRO de hele dag op radio, tv en internet aan het onderwerp onder de BNN-achtige titel Opvoeden doe je zo!

's Middags komen opvoeders en pedagogen aan het woord en kunnen kijkers reageren. Netwerk en R eporter besteden 's avonds aandacht aan de stand van zaken rondom opvoeding. Deskundigen discussiëren, en er is De Nationale Opvoedtest, waarmee ouders thuis hun eigen rapportcijfer kunnen behalen. De omroep blijft het thema minstens drie jaar volgen, onder meer met een tv-serie over pubers (Puberruil), en de website opvoedendoejezo.kro.nl.

Een tikje wrang voor Teleac, dat het thema al veel langer in portefeuille heeft, onder meer met de serie Bij ons thuis. De omroep moet het, om vijf uur 's middags, doen met ruim 200 duizend kijkers. Projectmanager Jeanny Duyf: 'De prime time op de publieke omroep wordt opgeëist door de A-omroepen. Dus is er geen plek voor Teleac. Nu gaat de KRO het thema doen. Maar wij zijn ervan overtuigd dat onze serie voor alle opvoeders in Nederland te zien zou moeten zijn, graag midden op de avond .'

Wat is er aan de hand dat opvoeden weer zo centraal staat? Doen ouders iets verkeerd? 'Wij zien niet direct een toename van hulpvragen voor complexe problemen', zegt sociaal-pedagoog Marieke van den Hurk, oprichter van het Opvoedkundig Hulp-en Adviesbureau in Tilburg. 'Maar de vragen bij ouders nemen wel toe. De tendens is: het hebben van kinderen moet leuk en gemakkelijk zijn. Op het moment dat dat niet zo is en het kind even moeilijk doet, willen ouders dat liefst vandaag nog opgelost zien.' Niet dat de deskundigheid bij ouders afneemt, zegt Van den Hurk. 'Maar het zelfvertrouwen daalt wel. Vroeger was opvoeding minder geïsoleerd. De familie en buren speelden een rol. Nu hebben ouders iemand van buiten nodig om te bevestigen dat ze het goed doen.'

Ook Kees de Hoog, hoogleraar gezinssociologie en gezinsbeleid in Wageningen, ziet meer opvoedingsproblemen en onzekerheid bij ouders. 'Die twijfels uiten ze door te veel bescherming, te grote materiële beloningen en door te vaak kinderen hun zin te geven in vrijetijdsbesteding.' Hij denkt dat de aandacht voor opvoeding ook wordt versterkt door angst. 'In de samenleving heerst een algeheel gevoel van onbehagen. Dat is overgewaaid uit de VS, waar in de jaren tachtig al voortdurend aandacht was voor gevaar. Die maatschappij legt op elke slak zout. Nu zien we ook zoiets ontstaan in Nederland .'

Maar ondanks de beeldvorming ('Rellen! Agressie! Drugs!') gaat het de meeste kinderen heel goed. Volgens een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau heeft of veroorzaakt slechts 5 procent van de jeugd problemen. De druk op kinderen en hun ouders is wel toegenomen. Van den Hurk: 'Een kind dat minder goed presteert, wordt door professionals en ouders eerder als probleem ervaren. Kinderen mogen steeds minder afwijken. We denken steeds meer in stoornissen. Mijn kinderen komen thuis met teksten als: ja, dat kun je die en die niet kwalijk nemen, want hij heeft ADHD. Zo wordt over kinderen gesproken. Ze krijgen steeds vaker etiketten opgeplakt: dyslexie, of ADHD.'

Vandaar misschien ook die grote aandacht van de media voor opvoeden, aldus Van den Hurk. Helemaal nieuw is die aandacht niet, denkt hoogleraar pedagogiek Micha de Winter. Ook laten volgens hem de statistieken geen groeiende problemen rond psychosociaal gedrag van kinderen zien, al is de perceptie van de burger misschien anders. De jeugdcriminaliteit is volgens hem al sinds de jaren zeventig ongeveer stabiel.

Binnen het gezin zijn er volgens hoogleraar De Hoog nogal wat misstanden. 'Kijk eens naar de enorme hoeveelheid ouders die ruzie blijven maken na de echtscheiding. Daardoor wordt 25 procent van de kinderen beschadigd. Laatst hoorde ik twee gescheiden ouders aan hun kind van 6 vragen: wie heeft het mooiste sinterklaascadeau gegeven, papasinterklaas of mamasinterklaas?'

Hij pleit voor verplichte opvoedcursussen. 'Heel praktische cursussen, met vragen als: moet je een 12-jarige alleen naar Texel laten gaan? En: wanneer moet je iets verbieden? Zo'n cursus moet je massaal geven. Al moet je niet verwachten dat je daarmee de gek stopt die met een pistool zijn gezin uitmoordt.'

Kan televisie een functie vervullen in de opvoeding? Waarom niet, vragen alle geraadpleegden zich hardop af. Series als De opvoedpolitie en Eerste hulp bij opvoeden worden echter door de meesten afgedaan als 'exhibitionistisch' en 'voyeuristisch'. Jeanny Duyf van Teleac: 'Wij zullen nooit tips geven op de manier van Supernanny. Daar gaat het niet om, volgens ons. Het gaat om de relatie die ouders met hun kind hebben. Die programma's zijn vooral amusement. Ik denk dat veel van die ouders therapie nodig zouden hebben om te veranderen. Het gekke is: heel veel mensen denken wel dat ze iets aan die programma's hebben. Maar het zijn schijnoplossingen, waarbij misschien alleen de mooiste of spannendste momenten achter elkaar zijn gezet.'

Hoogleraar De Winter heeft bezwaar tegen het individuele karakter van deze series, zonder dat de relatie met de maatschappij wordt belicht: 'Als ouders zich daaraan kunnen spiegelen, is dat prima. Je moet alleen niet de indruk wekken dat alle problemen bij de opvoeding van een kind met een paar trucs te regelen zijn.'

Het zal niet makkelijk zijn een Nederlandse versie van Supernanny te maken, verwacht Duyf. 'In Nederland gaat al snel de voordeur dicht. Mensen denken allemaal: wíj voeden onze kinderen goed op, het zijn anderen die het laten liggen. Bij Teleac hebben we een keer een moeder gehad die heel open over de schulden van haar dochter sprak, maar daar hebben we heel erg ons best voor moeten doen.'

De golf van aandacht voor opvoeden blijft opmerkelijk. Trudi Willenborg, projectleider bij de KRO, stelde het thema vijf jaar geleden al voor bij haar omroep. 'Iedereen zei: daar zit niemand op te wachten', aldus Willenborg. 'De tijd was er kennelijk niet rijp voor, maar anderhalf jaar geleden ineens wel. Zo snel is die verandering gegaan.' De ironie wil dat haar omroep de knoop anderhalf jaar geleden doorhakte, en in de tussenliggende tijd 'gepasseerd' werd door de commerciële omroepen, waardoor de hausse nu compleet is.

Ook Jantien Anderiesen, hoofdredacteur van het acht jaar oude J /M, 'vakblad voor ouders', denkt dat haar blad pakweg vijftien, twintig jaar eerder niet had kunnen ontstaan. 'Bij onze oprichting verklaarde iedereen ons voor gek. Opvoeden kan iedereen, was de gedachte. Maar er bleek enorme behoefte aan informatie en houvast.' De oplage van J /M bedraagt nu zo'n 50 duizend per maand; sinds kort bestaat de variant J/M Pubers (oplage elfduizend). De KRO heeft het blad benaderd om een samenwerking van de grond te krijgen: J /M op televisie?

De oplevende belangstelling voor opvoeding is deels het verhaal van media die een gat in de markt ontdekken, beaamt Anderiesen. 'Maar de behoefte aan enige sturing en duidelijkheid is er ook wel degelijk bij de ouders. Die worden door de maatschappij ook steeds meer aangesproken op het gedrag van hun kind. Neem het voorstel boetes te geven aan ouders wier kinderen spijbelen. Typisch Nederlands ook: straffen in plaats van het probleem oplossen. Maar die ouders zitten ermee.'

Negen jaar geleden ontstond op internet Ouders Online, een community van ouders die elkaar (desgewenst anoniem) met raad en daad bijstaan. Resultaat: 230 duizend bezoekers per maand op www.ouders.nl, en dat groeit nog steeds. Hoofdredacteur Justine Pardoen beziet de media-aandacht voor het thema opvoeden met argwaan: 'Het thema is al lang geannexeerd door de commercie. Tijdschriften als Ouders van Nu en Groter Groeien houden het in de sfeer van damesbladen met breipatronen en verhalen over het ontzwangeren van je haar. Het ouderschap als roze wolk, omwille van de adverteerders.'

Pardoen stoort zich aan de themadag die vandaag op tv wordt gehouden: 'Die hele aandacht voor problemen rond opvoeding komt neer op ouder-bashing. Alsof elk maatschappelijk probleem is terug te voeren op de opvoeding, en alsof er niet horden keurige ouders bestaan die het allemaal zelf doen, en keurige kinderen afleveren aan de maatschappij.'

Is aan het complexe thema van opvoeden dan niets veranderd? Jawel, beaamt Pardoen: 'Vragen over zindelijkheid, ongehoorzaamheid of slecht slapen zullen er altijd blijven. De laatste jaren zien we toenemende bezorgdheid over kinderen en internet en rondom de puberteit. Maar dat kunnen ouders heel goed zelf oplossen. Daar hebben ze geen opvoedkundige programma's op televisie voor nodig .'

Meer over