Iedereen in de VS kent de zwarte dominee uit New York

Al Sharpton schaart zichzelf in het rijtje Martin Luther King en Jesse Jackson. Voor de camera's is hij de activist; zijn politieke kaarten houdt hij nog geheim terwijl blanke politici vechten om zijn gratie....

'WAAR IS DE Rev? Is de Rev er al?' Maar Reverend Al Sharpton, de gevierde zwarte leider en predikant, laat zich niet zien op het hoofdkwartier van zijn National Action Network in Harlem, de zwarte wijk in New York. 'De Rev komt wel', meldt een medewerker geruststellend. Dit heeft hij wel vaker meegemaakt: Sharpton is weer eens te laat.

Hij maakt van het diplomatieke uitstel gebruik om de bezoeker uit Nederland te demonstreren hoe belangrijk de voorman van de zwarte gemeenschap van New York is. Aan de muur hangen foto's van Sharpton met de zwarte leider Jesse Jackson, een foto van Martin Luther King en eentje van de Rev waarop president Nelson Mandela hem hartelijk de hand schudt.

'De Rev is in heel de Verenigde Staten bekend', zegt Moses Stewart vol ontzag. 'Iedereen kent hem, van de Oostkust tot de Westkust, omdat hij het voor alle onderdrukten opneemt, of het nu zwarten zijn, arme blanken of homo's'. Hij schuifelt eerbiedig rond onder de foto's waarop de zwarte voorman met de groten der aarde poseert.

'Mo', zoals hij hier te boek staat, draagt een smetteloos pak. Vandaag is het tien jaar geleden dat zijn zoon, Yusuf Hawkins, werd vermoord in Bensonhurst, toen nog een puur Italiaanse wijk. Yusuf was naar Bensonhurst gekomen om een tweedehands auto te bekijken, maar hij viel in handen van Italiaanse bendeleden die hem doodsloegen.

Voorzichtig schikt Moses de bloemen van de kransen die Sharpton zo meteen ter herinnering van zijn zoon zal plaatsen. 'Ik was kapot na de dood van Yusuf, maar Sharpton heeft nieuwe zin aan mijn leven gegeven', zegt hij.

Sindsdien heeft hij zich aangemeld bij het National Action Network en is hij een van de trouwste medewerkers van de dominee.

Na anderhalf uur pikken we Sharpton op bij een restaurant, waar hij met zijn naaste medewerkers blijkt te hebben geluncht. Het interview moet maar worden gehouden in de auto, op weg naar Bensonhurst, de plaats waar Yusuf Hawkins werd doodgeschoten.

Maar de dominee heeft nauwelijks tijd om vragen te beantwoorden. Hij goochelt de hele tijd met de autotelefoon en zijn mobiele telefoon die hij uit de zakken van zijn glimmende pak moet vissen. 'Bel me op mijn autotelefoon', luidt het advies.

Uit de antwoorden blijkt dat de pers wil weten wat hij vindt van de poging van burgemeester Giuliani van New York de Million Youth March, een protesttocht van radicale zwarte betogers te verbieden. Langzamerhand krijgt zijn antwoord ritme en aan het einde van de rit klinkt Sharptons zangerige repliek als een ware gospel. De boodschap is dat Giuliani het grootste goed van Amerika schendt: de vrijheid van meningsuiting.

De dominee neemt lachend nog een paar telefoontjes aan en geeft tussendoor een journalist een reprimande, omdat hij het waagt een van de zeldzame stiltes te gebruiken om een vraag te stel- len.

Zijn medewerkers gniffelen. Misschien is het niet waar, maar ongewild bekruipt je het gevoel dat ze denken: daar heeft de Rev toch maar weer even laten zien dat hij niet te benauwd is zo'n blanke wijsneus op zijn nummer te zetten.

Op de plaats waar Yusuf Hawkins tien jaar geleden werd doodgeslagen, stopt het busje. Er staan al televisieploegen te wachten en zodra de Rev uit het busje stapt, gaat zijn gezicht op droevig. Hij slaat zijn arm om Moses heen en spreekt van het verdriet van een vader die zijn kind heeft verloren en van het racisme dat nog steeds springlevend is.

Het is een plechtig en waardig moment dat even wordt verstoord door een buurtbewoner die schreeuwt dat het tijd is om een einde te maken aan de haat tegen de blanke mannen.

Het is precies zoals Sharpton zichzelf wil laten zien: in de gedaante van de rijpe activist die klaar is om de nieuwe Martin Luther King te worden, zijn grote voorbeeld. Sharpton geeft toe dat hij vroeger wat al te radicaal was en vaak op het publiek speelde in plaats van op de zaak zelf in te gaan. Maar Bensonhurst heeft hem de ogen geopend, zegt hij. Tijdens een van de protestmarsen door de buurt - waarom hebben de bewoners niet ingegrepen en waarom zei iedereen dat ze niets hadden gezien, was de klacht van de zwarte betogers - werd hij neergestoken. 'Sindsdien ben ik veel serieuzer geworden', zegt hij.

De zwarte dominee heeft altijd in de schaduw heeft gestaan van leiders als dominee Jesse Jackson. 'Mijn leermeester', zegt hij. Maar de afgelopen maanden heeft hij aan gewicht gewonnen door de protestacties tegen het optreden van de New-Yorkse politie. Dit voorjaar organiseerde hij een reeks betogingen voor het hoofdbureau van de politie tegen het doodschieten van de zwarte immigrant Amadou Diallo. Die werd door 41 politiekogels doorzeefd, hoewel hij niets had misdaan en zelf geen wapen droeg.

Sharpton glorieerde ook bij de zaak tegen vier politieagenten die ervan werden beschuldigd dat ze een andere zwarte, Abner Louima, hadden mishandeld op het politie-bureau. Een van de agenten gaf toe dat hij Louima had vernederd door hem een stok in zijn anus te steken.

De bekentenis van de agent was voor de zwarte dominee een soort genoegdoening voor zijn grootste misser: de Tawana Brawley-zaak. Het 15-jarige zwarte meisje verklaarde in 1987 dat ze door vier blanken was ontvoerd, verkracht en met racistische leuzen beklad. Volgens Sharpton was Brawley verkracht door Steven Pagones, de hulpofficier van justitie.

De beschuldigingen veroorzaakten flinke spanningen tussen de zwarten en blanken in New York, maar uiteindelijk concludeerde een onderzoekscommissie dat Brawley de zaak uit haar duim had gezogen. Sharpton weigerde zijn ongelijk toe te geven. 'Ze willen zien dat een zwarte op z'n knieën komt aangekropen om zijn schuld te bekennen', klaagde hij. Maar een rechtbank veroordeelde hem vorig jaar tot 65 duizend dollar smartegeld, te betalen aan Pagones.

Sharpton schaarde zich afgelopen week ook achter de kritiek op het doodschieten van een geestelijk gestoorde orthodoxe jood door de politie. Maar toen hij in de joodse wijk Borough Park kwam opdagen om zich bij de betogers aan te sluiten, werd hij uitgejouwd. 'Wegwezen, anti-semiet!', werd er geroepen.

De zwarte voorman heeft die reputatie te wijten aan de moordpartij op een joodse winkelier in Harlem in 1995. Die haalde zich de protesten van Sharptons organisatie op de hals toen hij een zwarte onderhuurder eruit wilde zetten. Sharpton distantieerde zich meteen van de moordenaar die een aantal mensen doodschoot en vervolgens het pand in brand stak, maar in joodse kringen herinnerde men zich maar al te goed hoe Sharpton over de 'blanke indringer' had gesproken .

Als er iemand is aan wie Sharpton een hekel heeft, is het burgemeester Giuliani van New York. Zijn kritiek wordt niet altijd gedeeld door alle minderheden, die de burgemeester dankbaar zijn dat hij orde op zaken heeft gesteld in de stad en hun buurt weer leefbaar heeft gemaakt. Maar volgens Sharpton is de daling van de misdaadcijfers vooral te danken aan Giuliani's zwarte voorganger, burgemeester Dinkins.

Hij is ook sceptisch over de opgewekte berichten dat het beter gaat met de zwarten in Amerika. 'Ik zal niet ontkennen dat de zwarte middenklasse is gegroeid', zegt hij, 'maar feitelijk is er niets veranderd. De zwarten hebben misschien meer kansen gekregen - louter en alleen omdat wij daarvoor hebben gevochten - maar de kloof tussen zwart en blank is nog steeds even groot. In feite is er nog steeds sprake van rassenscheiding: de meeste zwarten zitten opgesloten in de arme wijken, terwijl de blanken in de rijke wijken wonen.'

De Diallo-demonstraties hebben Sharptons invloed aanzienlijk vergroot. De zwarte leider kreeg zelfs steun van Ed Koch, de vroegere burgemeester van New York, die altijd een hartgrondige hekel aan hem had.

Nu het verkiezingstijd begint te worden, ruikt de zwarte leider extra kansen. Hij wijst er bijna blasé op dat de Democraat Bill Bradley, de rivaal van vice-president Al Gore voor de Democratische nominatie, onlangs zijn hoofdkwartier in Harlem heeft aangedaan om zijn denkbeelden over integratie uiteen te zetten. 'Heel interessant', is zijn oordeel.

Hij is slim genoeg om het daarbij te laten: waarom zou hij Gore tegen zich in het harnas jagen?

De zwarte dominee hoopt ook munt te slaan uit de strijd tussen Giuliani en Hillary Clinton om een van de Senaatszetels voor New York. Volgens hem hebben stafleden van de First Lady al contact met hem gezocht voor een mogelijk onderhoud. 'Zij is op een luistertournee, maar wij ook. We willen eerst zien wat voor programma Hillary Clinton heeft', zegt hij.

Maar wat heeft hij te bieden? Hij zal Giuliani toch nooit steunen. 'Dat klopt', zegt Sharpton grijnzend. 'Ik zal blij zijn als hij vertrokken is. Maar ik kan nog altijd mezelf kandidaat stellen. Ik ben degene die voor de zwarte stemmen kan zorgen. Om mij kunnen ze niet heen.'

Meer over