‘Iedere vrouw wil zich tooien’

Sommige kunst wekt nieuwsgierigheid op naar de kopers ervan. Vandaag: de blauwe jurk van Dirk van Saene, aangeschaft door kunstenaar Fransje Killaars.Beeld Marieke Wijntjes Tekst Marlies Dinjens..

Marieke Wijntjes en Marlies Dinjens

‘Ik zag Dirk van Saenes jurk hangen in de etalage terwijl ik langs fietste. Ik had er meteen een click mee. De blauwe kleur en de gepofte mouwen maken het tot een heel interessant object.’

Beeldend kunstenaar Fransje Killaars (49) gaat er, midden in haar slaapkamer, nog eens goed voor staan om de jurk te showen. Ze laat de mouwen zien, waarin aan weerskanten op Afrikaanse maskers geïnspireerde hoofden zijn te zien. Naast haar staan drie levensgrote poppen uit Nieuw-Guinea, met rieten rokken en duistere maskers, meegenomen door haar man, de kunstenaar Roy Villevoye. Op bed ligt een typische Killaars-sprei, met een motief in felle, contrasterende kleuren, op de vloer tapijten van haar hand.

Ze is niet eens een ‘blauw-mens’ en het was ook geen uitverkoop, maar toch moest ze hem hebben. Normaal koopt ze vaak tweedehands of afgeprijsde kleding. Een extravagante kledingsmaak heeft een groot voordeel; die ontwerpen blijven vaak sterk afgeprijsd over. Toch moet Killaars voor haar hobby veel andere dingen laten, zegt ze. ‘Verder leef ik heel sober. Ik ga weinig uit, rook niet en heb een huurwoning in een achterstandswijk. Dit is mijn manier om van het leven te genieten.’

Het ‘sculpturale’ spreekt Killaars aan in de jurk, die laat zien hoe kunst, mode en architectuur elkaar inspireren. Kunst en cultuur spelen voor de dochter van twee kunstenaars een grote rol. Aanvankelijk begonnen als schilder, ontwikkelde ze zichzelf, tijdens een reis door India, steeds meer in de richting van de textielkunst. Een kunstvorm die dicht bij het dagelijks leven staat, zegt Killaars.

‘Iedereen is verbonden met textiel. Je raakt het aan als je opstaat, wanneer je de gordijnen opentrekt, een handdoek gebruikt of jezelf aankleedt.’

Killaars maakt onder meer installaties, bekleedt wanden met stoffen en maakt bedspreien en tapijten. Ze koopt de kleding van ontwerpers niet alleen om te dragen, maar ook om op te hangen in huis, als schilderijen. Beneden in de werkkamer hangen op een knaapje aan de kast een beige jurk van Dirk van Saene en een bonte trui van Walter van Beirendonck. Ze vergelijkt het met het werk van Alighiero Boetti dat aan de muur hangt in de woonkamer: geborduurde letters in verschillende kleuren. ‘Het zijn totaal verschillende disciplines die gebruik maken van textiel.’

Killaars had modeontwerpster willen worden, maar haar vader, kunstenaar Piet Killaars, raadde haar dat af. Ze geeft nu wel les op de textiel- en modeafdeling van de Koninklijke Academie in Den Haag. Ze heeft veel ontzag voor het modevak. ‘Het is een echt ambacht. Het is ongelooflijk moeilijk om kleding te maken, die mooi om het menselijk lichaam heen valt.’

Op de overloop heeft ze aan de deurpost haar garderobe uitgestald, met creaties van onder anderen Issey Miyake en Bernard Wilhelm. Het zijn opvallende ontwerpen, bijvoorbeeld een neonroze sjerp en een oranje jurk. ‘Veilig in het verkeer’, grapt Killaars over de felle kleuren, ‘maar niet echt iets om dagelijks aan te trekken.’

Issey Miyake gaf haar een aantal jurken na een samenwerking in Tokio. Killaars maakte voor hem een variant op haar installatie Non Stop in Miyake’s winkel in Tokio. Ook voor de MDS Gallery in Tokio maakte ze een installatie. Van de Issey Miyake-items in haar kast bestaan er maar enkele op de hele wereld.

De blauwe jurk droeg ze een aantal weken geleden nog, naar de supermarkt. Killaars vindt het niet erg om met haar kleding op te vallen, hoewel ze het er niet om doet. Laatst kreeg ze op straat nog een compliment. ‘Iedere vrouw wil zich toch tooien, dat gebeurt in alle culturen. Dat mag toch?’

Meer over