Iedere particulier zijn eigen goede doel

Particulieren zetten steeds vaker zelf projecten op in de Derde Wereld. Zo houden ze contact en kunnen ze precies volgen waar hun geld blijft....

'Wij kwamen met netten in plaats van met praatjes', zo verklaart Henk Oost het succes van de Interkerkelijke Stichting Ethiopi Eritrea (ISEE) uit Urk. 'We blijven toch vissers.' Eerst maar eens zien wat er allemaal rondzwom, daar in de Baro rivier in zuidelijk Ethiopivoordat de Urker vissers konden besluiten hoe ze de lokale visserij op een hoger plan konden tillen. Heel wat, zo bleek: Tilapia's, barbelen en meervallen. En in hoeveelheden die de lokale, uitsluitend met speren bewapende vissers tot dan toe nooit voor mogelijk hadden gehouden. 'Tovenarij, dachten de massaal toegestroomde belangstellenden in eerste instantie', vertelt Oost, 'maar nu vist iedereen met netten.' Sindsdien hebben honderden Ethiopische vissers hun levensstandaard kunnen verbeteren, zijn er tal van visverwerkende bedrijfjes uit de grond gestampt, zijn er scholen gebouwd, uitwisselingsprogramma's getieerd en hebben twee door ISEE ondersteunde Ethiopi een studie biologie afgerond.

En dat allemaal omdat vrouw, Marij Oost - tante van Henk en tegenwoordig wethoudster te Urk - in 1973 een deerniswekkende tocht met een voedseltransport in Ethiopieemaakte. De ellende was zo groot en de hulp zo minimaal, dat ze besloot dan maar zelf iets te gaan doen. De eerste collecte in Urk leverde zesduizend gulden op, waarmee een schooltje werd gebouwd. Sindsdien is het ieder jaar meer: Op eerste Kerstdag wordt in alle dertien Urker kerken tussen precies twaalf en uur 's middags gecollecteerd. Vorig jaar leverde dat ene uurtje ruim een (euro)ton op. Zo is wat ooit begon als een eenmansactie uitgegroeid tot een heuse hulporganisatie met bestuur en commissies en afdelingen in onder meer Ede en Wolvega.

Zingeving of 'iets voor anderen willen doen' zijn voor de hand liggende motieven om je voor een betere wereld in te zetten. Maar daar waar de meesten het bij het invullen van een acceptgiro houden, steken anderen liever zelf de armen uit de mouwen. Zeker willen weten dat het geld goed terecht komt en een gebrek aan voeling met bestaande goede doelen, noemt Maurice Eijkman als belangrijkste drijfveren om haar Moments of Joy op te richten.

Moments of Joy stelt zich ten doel 'momenten van blijdschap te cre eren voor mensen die in moeilijke omstandigheden verkeren'. Een even breed, ja misschien zelfs vaag, als onontgonnen terrein, zo ontdekte Eijkman tot haar stomme verbazing.

'Goede doelen zijn altijd maar bezig met dieperliggende oorzaken en structurele oplossingen, terwijl een klein moment van geluk, van ontspanning, op sommige momenten veel waardevoller kan zijn.' Dankzij Moments of Joy gingen vijftien gehandicapte Albanese kinderen, die normaal gesproken het huis niet uitkomen, bijna een maand op een zomerkamp. Een groep jongens in een vluchtelingenkamp in Ingoestetireeg gitaren en de Zimbabwaanse straatkinderen in opvanghuis Thuthuka beschikken sinds kort over een pingpongtafel, dartboard en over voet-, rugby- en volleyballen. Dit zijn enkele van de projecten die op de website worden beschreven en financieel verantwoord.

'Ik merk dat mijn aanpak mensen aanspreekt', vertelt Eijkman. 'Als ik bijvoorbeeld zakenrelaties benader voor een project, doe ik dat ook zakelijk. Ik heb geen oordeel en leg geen morele claim bij ze neer, maar breng het positief.' Eijkman, in het dagelijkse leven eigenaresse van een communicatiebureau, vertelt potenti donateurs precies wat ze plan is en wat het kost. 'Die koppeling tussen de gift en een concreet project geeft mensen de bevrediging en zekerheid daadwerkelijk iets te hebben toegevoegd.'

De Interkerkelijke Stichting Ethiopiritrea en Moments of Joy zijn slechts twee van de naar schatting zestienduizend fondsenwervende goede doelen die Nederland rijk is. Hoeveel er daarvan ook daadwerkelijk actief zijn, weet niemand, ook het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF) niet. Maar het kleinschalige particuliere initiatief is onmiskenbaar in opkomst. De terugtrekkende overheid en toenemende zorgen over het beleid van bestaande goede doelen noopt steeds meer mensen tot eigen actie. Door de toegenomen reislust en de komst van vele 'nieuwe Nederlanders', is de wereld bovendien een stuk kleiner geworden.

Maar ja, zoals Marij Oost en Maurice Eijkman hebben gemerkt, kunnen ook kleine goede doelen heel snel groot worden. Hoe moet je dan verder? Moet er een bestuur komen? En hoe zit het met statuten, boekhoudregels of inschrijving bij de Kamer van Koophandel? Met de op voorhand geschatte dag per week komt Eijkman er in ieder geval al niet meer. ISEE hoopt binnenkort een CBF-keurmerk te bemachtigen, maar daarvoor moet je volgens Oost wel eerst voldoen aan allerlei boekhoudeisen.

Voor een eerste voorzichtige stap op het charitas-pad is nog niet veel nodig. Een notari akte om vereniging of stichting te worden en een inschrijving bij de Kamer van Koophandel gelden als absoluut minimum en kosten tezamen een paar honderd euro. Kleine goede doelen (minder dan 120 duizend euro omzet per jaar) kunnen bij het CBF bovendien voor een minder complexe 'verklaring van geen bezwaar' kiezen. Dan is er 'medefinancierings-loket' Linkis: voor zowel financi als inhoudelijke hulp kan tegenwoordig eenvoudig hulp worden ingeroepen van organisaties als ICCO, Novib of Cordaid. Zo financiert ICCO de helft van de kosten van ISEE's visserijproject en helpt zij met de bestuurlijke organisatie van de vissers. Oost: 'Dat gaat moeizaam, want het zijn vissers en die denken in eerste instantie aan zichzelf. Maar dat begrijpen wij als geen ander.'

Meer over