Ieder zijn eigen waarheid

Er zijn genoeg goede renners, nieuwe sponsors dienen zich aan en toch kampt de wielersport in Italiwaar vandaag de wereldbeker start met Milaan-San Remo, met een imagoprobleem....

Door Marije Randewijk

Men is hem nog niet vergeten. In sector G van de begraafplaats van Cesenatico staan bij nummer 262 verse bloemen en branden de kaarsjes nog altijd. Vanaf zo'n drie meter hoogte monstert Marco Pantani zijn bezoekers. Hij lacht ze toe. Ook op de afbeeldingen in de dorpswinkels siert een glimlach zijn mond. 'Cesenatico zal altijd met zijn kampioen zijn', staat naast het portret van de renner geschreven.

Niet veel mensen aan de Adriatische kust willen er nog over praten. Ze zijn moe. Allemaal hebben ze hun gedachten over het drama dat zich twee maanden geleden voltrok op een hotelkamer in het nabij gelegen Rimini. Slechts een enkeling kent de waarheid. Kunnen we hem daarom niet in vrede laten rusten?

Maar dat gaat niet. Pantani verkoopt, nog altijd. Gisteren verspreidde de Gazzetta dello Sport een boek, een video en een dvd met de hoogtepunten uit de carri van Il Pirata. Om de indruk weg te nemen dat de sportkrant een slaatje probeert te slaan uit zijn tragische dood wordt een deel van de opbrengst geschonken aan een goed doel.

Het afscheid van Marco Pantani valt de Italianen zwaar. Zijn dood heeft wederom tweespalt gezaaid in een land dat al vijf jaar in verwarring is over de wielersport. Tot die tijd hadden de renners altijd de waarheid gesproken, ineens gingen de dopingcontroleurs en de rechters zich daarmee bemoeien. En zelfs die bleken niet eens altijd gelijk te hebben. Dus heeft iedereen nu zijn eigen waarheid.

'De zaak-Pantani, er is geen zaak-Pantani!', antwoordt Carmine Castellano, directeur van RCS, de organisatie die verantwoordelijk is voor de belangrijkste Italiaanse wielerkoersen, fel op de vraag wat hij van 'il caso Pantani' vindt. 'Het is een menselijk drama, dat niets met wielrennen te maken heeft. Hij kon de confrontatie met het leven niet aan.'

Het was een logische reactie van Castellano. Wie in Italiet de wielersport is begaan, probeert de dood van Pantani ver van zich af te schuiven. Het is een drama als zovele, maar op de fiets weegt het zwaarder door. Omdat er altijd aan doping wordt gerefereerd.

Sinds de invoering van de nieuwe wet in december 2000, die het gebruik van verboden middelen tot sportieve fraude rekent, rijgen de dopingzaken die aan de rechter worden voorgelegd zich aaneen. Bijna alle grote kampioenen van de laatste tien jaar hebben zich moeten verantwoorden voor sportieve fraude. Altijd is er wel weer een renner die het gelijk van de critici bewijst.

Vorige week nog gaf rechter Franca Oliva zijn 44 pagina's tellende motivatie van zijn vonnis in de zaak tegen professor Francesco Conconi vrij. Hij sprak de wonderdokter uit Ferrara november vorig jaar vrij omdat diens vergrijpen waren verjaard. Volgens de rechter in Ferrara stond het onomstotelijk vast dat er sprake was van het systematisch toedienen van Epo, dat er dus sprake was van Italiaanse staatsdoping (Conconi werd gesubsidieerd door het nationaal olympisch comiten dat de 33 betrokken atleten ervan op de hoogte waren.

Op de door Oliva vrijgegeven lijst met sporters die Epo hebben gebruikt, prijkten 25 wielrenners, onder wie Pantani, Stephen Roche, Claudio Chiappucci, MaurizioFondriest en ook Guido Bontempi. Gefronteerd met de naam Conconi doet de huidige ploegleider van Saeco haastig een stap achteruit. 'Hdie zaak was toch afgesloten? Daar zeg ik niets meer over', zegt Bontempi met een lach.

Na aandringen zegt hij beschuldigend: 'De media hebben invloed, ze zouden kunnen helpen ons imago te verbeteren. Maar ze doen het niet. Ze schrijven alleen negatief over wielrennen. Doping, doping, doping.'

Het is een veelgehoorde klacht, er wordt ter verdediging graag naar een ander gewezen. Ook Hein Verbruggen, voorzitter van de internationale wielerunie zegt: 'De waarheid doet er vaak niet toe. Journalisten volgen wat de redactie vraagt. Ik ben er zeker van dat het bij kranten als Le Monde, La Libtion en La Repubblica een hoofdredactionele beslissing is geweest om tn de wielersport te schrijven.'

Eugenio Capodacqua, wielerjournalist en dopingexpert van La Repubblica, reageert stoi¿cijns op de beschuldigingen van Verbruggen. Uit zijn zak haalt hij een uitnodiging voor een Italiaans congres over de kracht van de wielersport, een bijeenkomst waar gisteren Verbruggen het slotbetoog mocht houden.

'Ik lees de deelnemerslijst voor: Gianni Bugno, Francesco Moser, Claudio Chiappucci. Het zegt alles. Allemaal mannen met een dopingverleden', vertelt Capodacqua. 'Dis het grootste probleem. De mensen die het voor het zeggen hebben, blijven dezelfde, ook bij de UCI. Op deze manier verandert er niets. Het is de maffia die zichzelf in stand houdt.'

Het gaat volgens hem niet goed met het Italiaanse wielrennen. Er is geen jeugd, de televisie maakt weinig zendtijd vrij en de man in de straat wordt de frauduleuze praktijken zat. Verbruggen beweert het tegendeel. 'Iedereen zegt dat de rechtszaken de sport geen goed doen, maar op welke manier uit zich dat? In Italiebben ze sponsors teveel en zijn er ook altijd goede renners geweest. Ik durf te zeggen dat voetbal misschien de grootste sport is, maar dat wielrennen het diepst in de cultuur verweven zit.'

Toch heeft ook Verbruggen Italieer dan een jaar gemeden omdat hij wist dat hij onmiddellijk door justitie zou worden aangehouden. Hij had geen zin in die publicitaire heisa. Toen Verbruggen uiteindelijk toch een bezoek bracht aan Italileek zijn vrees gegrond. Tijdens een congres werd hij uit de zaal gehaald om te worden ondervraagd.

Hij erkent dat het niet goed is als een voorzitter van een internationale bond weigert een bezoek te brengen aan een van zijn leden. Zoals hij zich ook realiseert dat de rechtszaken het Italiaanse wielrennen geen goed doen. Ze leiden tot weinig veroordelingen, maar daar heeft het publiek zelden weet van.

'De dopingrazzia in de Giro van 2001 was groots opgezet. Uiteindelijk worden waarschijnlijk acht renners vervolgd, maar dat weet niemand meer. Het beeld dat die tweehonderd carabinieri hebben opgeroepen, werkt stigmatiserend voor het hele peloton.'

Het leidde vorig jaar voor Milaan-San Remo tot een protest van de Italiaanse Vereniging van Wielerprofs. De organisatie plaatste een paginagrote advertentie in de Gazzetta dello Sport. De renners riepen de media tot de orde. Hun woede ontstond nadat aan de vooravond van het seizoen door een populair Italiaanse tv-kanaal beelden waren uitgezonden van de dopingpraktijken in het peloton. Het schokkende materiaal was in het geheim geregistreerd tijdens de Giro van 2001.

'Wij zijn de eersten om te zeggen dat de zondaars moeten worden gestraft. Maar hoe graag zouden we hebben dat ook zij boeten die de waarheid 'drogeren', enkel vanuit een drang naar een primeur of naar enige roem', reageerde het peloton in de Gazzetta. Tegelijkertijd werd het publiek opgeroepen van de wielersport te blijven houden.

Carmine Castellano juichte de actie van de renners toe. Maar er is naar zijn mening meer nodig. 'We hebben goede renners. Paolo Bettini, Alessandro Petacchi en Gilberto Simoni winnen veel, maar dat is hier niet genoeg. Ze hebben niet de uitstraling van Pantani en Mario Cipollini. We hebben nieuwe helden nodig.'

Want Pantani is dood en Cipollini is ziek en somber. Vorige week stapte de 37-jarige sprinter af in de Tirreno-Adriatico. Hij vertelde mentaal gebroken te zijn door de dood van Pantani. 'Ik werd heel emotioneel toen ik de fans langs de kant Forza Pantani hoorde roepen, alsof hij nog steeds onder ons was. Marco's dood is een nachtmerrie die me zal blijven achtervolgen. En niet alleen mij.'

Meer over