IDEALISTEN ZONDER ILLUSIES

VOOR redacteuren met historisch besef lijkt de Volkskrant me niet de meest voor de hand liggende werkplek. Het moet toch vervreemdend werken om, terugblikkend in de geschiedenis, te constateren dat je eigen blad zulke tegenstrijdige posities heeft ingenomen....

Het ene moment was de krant immers spreekbuis van de katholieke kerk, het andere moment toevluchtsoord voor alles wat zich in Nederland progressief noemde. Het aangename gevoel deel uit te maken van een onafgebroken traditie wordt door zulke gedaanteverwisselingen aangetast.

Maar misschien valt het allemaal wel mee. Vernieuwing staat in Nederland hoger aangeschreven dan respect voor traditie, en kennis van de eigen historie wordt doorgaans niet zo belangrijk gevonden.

Neem de Nederlandse liberalen. Na de Tweede Wereldoorlog schaamden zij zich zo voor hun eigen verleden dat zij de term 'liberaal' angstvallig vermeden. Dit was immers een begrip dat ongewenste associaties met hardvochtige laisser faire politiek zou kunnen oproepen.

Nu is het anders. Het liberalisme heeft weer wereldwijd aanzien verworven, en de VVD noemt zich trots de enige liberale partij van Nederland. Desondanks krijg je niet de indruk dat VVD'ers zich en masse in de vaderlandse wortels van hun wereldbeschouwing verdiepen.

Politici van VVD-huize citeren praktisch nooit Tak van Poortvliet, Cort van der Linden of Telders; ze weten waarschijnlijk nauwelijks wie dat waren. En de ideologen van de partij verwijzen ter onderbouwing van hun denkbeelden het liefst naar buitenlandse denkers.

Dat de Nederlandse liberale traditie toch heus de moeite van het bestuderen waard is, is de laatste jaren aangetoond door een handjevol interessante wetenschappelijke studies. Wacht op onze Daden van Siep Stuurman is een voorbeeld, net zoals Henk te Veldes Gemeenschapszin en Plichtsbesef en het dit jaar verschenen Deugdzaam Liberalisme van Stefan Dudink.

De meest recente aanwinst heet De Letterheren. In deze - erg dikke - studie over het tijdschrift De Gids beschrijft Remieg Aerts hoe het Nederlandse liberalisme zich in de vorige eeuw als ideologie ontwikkelde en welke, soms verrassend modern klinkende, antwoorden de liberale intellectuelen toentertijd bedachten voor de maatschappelijke vragen des tijds.

Aerts laat weinig heel van het cliché-beeld van de negentiende- eeuwse liberalen. Zij waren geen 'zelfgenoegzame couponknippers, die het arme volk slechts wisten voor te houden dat zij maar hard moesten werken, omdat de invisible hand van de markt en de vooruitgang dan wel vanzelf zou zorgen dat het goed zou komen', zoals Piet de Rooy het uitdrukte in een zeer lovende recensie in Vrij Nederland.

Het waren schappelijke kerels, deze zindelijke burgerheren, idealisten zonder illusies die zich inzetten voor de vrije ontwikkeling van de mens binnen de normen van een burgerlijke beschaving.

Toch blijft er zeker één onaantrekkelijke kant aan dat negentiende-eeuwse liberalisme, namelijk de kolonisatiedrang. In het begin, constateert Aerts, berustte het enthousiasme waarmee de liberalen westerse principes en praktijken wilden uitdragen, op een naïef en geborneerd superioriteitsbesef. Het was de sympathieke geborneerdheid van de Verlichtingstraditie, die ervan uitging dat meer ontwikkelde mensen anderen konden helpen zich te verheffen.

Later verschoof het accent echter duidelijk naar het behoud en het economisch rendement van de koloniale bezittingen. In sommige beschouwingen in De Gids aan het eind van de vorige eeuw signaleert Aerts zelfs een 'onvervalst imperialisme'. Een dergelijk nationalistisch egoïsme laat zich moeilijk rijmen met de fraaie pleidooien voor vrijhandel en niet-inmenging.

Onwil om aan dekolonisatie mee te werken, zien we overigens ook bij de Nederlandse liberalen van deze eeuw. De meeste VVD'ers van het eerste uur keerden zich aanvankelijk bijvoorbeeld in ferme taal tegen de onafhankelijkheid van 'ons Indië', en accepteerden in december 1949 slechts de soevereiniteitsoverdracht omdat de gevolgen van een verwerping nog erger werden geacht dan een erkenning ervan.

Ook met betrekking tot Nieuw-Guinea verzette de VVD-fractie in de Tweede Kamer zich hevig tegen overdracht van soevereiniteit. Deze behoudzucht had overigens zeker iets te maken met oprechte bezorgdheid om het lot van de bevolking van de kolonie.

Minstens zo belangrijk echter waren de angst grote economische schade te lijden, de wens internationaal mee te tellen door het bezit van gebieden overzee en bepaalde emoties, zoals een intense afkeer van Soekarno.

Een terugblik op hun koloniale opvattingen kan liberalen moeilijk tot tevredenheid stemmen. Toch gaat het hier maar om een enkele grijze bladzijde. Over het geheel genomen werkt het lezen van boeken als De Letterheren inspirerend, en vergroot het de waardering voor de eigen, onderschatte, onbeminde traditie. Veel reden om zich voor het verleden te schamen hebben liberalen niet.

Meer over