Idealisten verzeild in de misdaad

Het Corsicaans bevrijdingsfront legt de wapens neer. Toen de beweging gewelddadiger en crimineler werd, verloor ze haar draagvlak. De 'vreedzame' nationalisten zijn nu aan zet.

PETER GIESEN

Op een foto uit 2003 zien ze er luguber, maar ook een beetje potsierlijk uit. Het Front Nationale de Libération de la Corse geeft een persconferentie. Tijdstip en locatie zijn ongebruikelijk: midden in de nacht in een bos. De leiders zitten met bivakmutsen achter een tafel waarop ze achteloos hun pistool hebben neergelegd. Achter hun staan gemaskerde mannen met machinegeweren. Voor de zekerheid hebben ze ook maar een mitrailleur op een bijzettafeltje geplaatst.

Woensdag maakte het FNLC bekend dat het de wapens zal neerleggen. Op de wereldschaal van terrorisme heeft het Front nooit veel voorgesteld. Het FNLC werd nooit een IRA of ETA, laat staan een ISIS of Boko Haram. Toch waren de Corsicanen geen kwajongens: ze pleegden meer dan 10 duizend bomaanslagen en vermoordden naar schatting meer dan 40 personen. In 1998 werd de hoogste vertegenwoordiger van de Franse staat op het eiland, prefect Claude Érignac, vermoord door een nationalist die zich had afgescheiden van het FNLC. De 'revolutionaire belasting' - het afpersen van zakenlieden in ruil voor 'bescherming' - droeg bij aan het verziekte klimaat op een eiland dat toch al zwaar lijdt onder de georganiseerde misdaad.

Het hete, bergachtige Corsica viel pas in 1768 in Franse handen, onder Lodewijk XV. Helemaal Frans is het eiland nooit geworden. Nog altijd ligt het gemiddeld inkomen 20 procent lager dan op het Franse vasteland. Het moordcijfer is daarentegen 9 keer hoger. Identiteit en een gevoel van economische achterstelling zijn de belangrijkste drijfveren achter het Corsicaanse nationalisme. In 1976 wordt het FNLC opgericht. In de jaren daarna volgen talloze aanslagen, vaak met beperkte materiële schade, op politiebureaus, kazernes en overheidsgebouwen, maar ook op tweede huizen van niet-Corsicanen.

Aanvankelijk kan het Front op een zekere sympathie onder de bevolking rekenen. Maar al snel raakt het FNLC zijn imago van idealistische verzetsbeweging kwijt. In de jaren negentig valt het Front uiteen in talloze splinters die elkaar op leven en dood bevechten. Bij deze broederstrijd vallen meer dan twintig doden. Bovendien wordt de grens tussen nationalisme en georganiseerde misdaad steeds poreuzer. De leiders van het FNLC ontpoppen zich tot clanleiders die steeds dieper betrokken raken in duistere zaken. Zo wordt Charles Pieri veroordeeld wegens financiële malversaties. In 1996 is hij een oog kwijt geraakt bij een mislukte moordaanslag. Vijf jaar later wordt zijn rivaal François Santoni omgelegd op een bruiloft, in de beste tradities van de maffia.

Zo verspeelt het FNLC gaandeweg elke geloofwaardigheid. Anderzijds groeit de invloed van de niet-gewelddadige nationalisten. In de Corsicaanse Assemblée vormen ze inmiddels een invloedrijke minderheid. Bij de laatste verkiezingen werd de nationalist Gilles Simeoni burgemeester van Bastia. Sommige vreedzame nationalisten hebben connecties met de gewelddadige strijd.

Het neerleggen van de wapens door het FNLC is een teken van 'rijpheid', zoals een parlementaire nationalist in Le Monde zegt. Het geweld heeft de nationalistische eisen op de kaart gezet, nu valt er meer te bereiken langs politieke weg. De Corsicaanse Assemblée heeft een aantal oude nationalistische wensen gehonoreerd, zoals de erkenning van de Corsicaanse taal, een verfranste versie van het Toscaans dialect en de bescherming van de kust.

'Voorzichtigheid is geboden', schreef de krant Corse Matin. In de ondoorzichtige wereld van het Corsicaanse nationalisme kunnen nieuwe terreursplinters opstaan, zeker als het politieke proces niet oplevert wat ervan wordt verwacht. Maar de ontwapening van het FNLC vergemakkelijkt een proces naar een grotere autonomie, aldus Corse Matin.

undefined

Meer over