Ideale netindeling bestaat niet

Het plan van de kroonleden in het NOS-bestuur om de publieke omroepen nauw te laten samenwerken met behoud van eigen identiteit, is volgens Kees van Twist een stap in de goede richting....

TERWIJL de kroonleden van de NOS, onder aanvoering van PvdA-senator Annemarie Grewel, in hun denken over de publieke omroep al weer vele mijlen verder zijn, staren Felix Rottenberg en VARA-voorzitter Marcel van Dam zich blind op een zogenaamd weeffoutje in de netindeling: de AVRO hoort bij de TROS op Nederland 2 en de EO bij de KRO en NCRV op Nederland 1 om zo een reli-net te vormen. Alsof met deze ene verandering de publieke omroep een onbezorgde toekomst zou zijn gegarandeerd.

De benadering van Rottenberg en Van Dam is zeer traditioneel en houdt weinig rekening met het feit dat de wereld, Nederland en ook de media veranderd zijn en zich maatschappelijk en politiek niet meer eenvoudig laten indelen naar de patronen van vroeger. Tien jaar geleden zou ook niemand hebben geloofd in een VVD-PvdA-coalitie en om deze regering nu een weeffout te noemen, lijkt me wat overdreven.

De huidige zenderindeling is in 1990 tamelijk willekeurig en grillig tot stand gekomen: de uitkomst van omroepvergaderingen is niet altijd even voorspelbaar.

Er zijn vele indelingsvarianten voor Nederland 1, 2 en 3 te verzinnen die met tal van argumenten zijn te verdedigen. Met dezelfde kracht van argumenten waarmee een reli-net wordt verdedigd, kan worden beweerd dat - gezien de samenstelling van de achterban van KRO, NCRV en AVRO - juist deze drie omroepen bij elkaar horen. KRO, NCRV en AVRO bestaan uit keurige burgers, middenklassers, iets boven modaal, maatschappelijk geïnteresseerd, wat ouder; kortom, omroepverenigingen die de gemiddelde Nederlandse burger representeren.

Maar zo kan met dezelfde stelligheid verdedigd worden dat de zogenaamde algemene omroepen, met veel cultuur en informatie: AVRO-NPS-VPRO op één net horen en TROS en VARA met hun sterke amusementspakketten een prachtig net zouden vormen en dan hebben we de paarse variant nog niet eens genoemd: VARA en AVRO op één net.

Aan de programma's zie je het verschil niet. Henk van Os kan met z'n programma Museumschatten zowel bij de VARA als bij de AVRO; Karin Bloemen ziet men bij beide omroepen op het scherm en de eindredacteur van AVRO-Televizier stapt deze zomer moeiteloos over naar de VARA. Kortom, vele combinaties zijn mogelijk, maar zijn voor het debat over de toekomst van de publieke omroep niet werkelijk van betekenis meer.

Waar het echt om gaat, is de herkenbaarheid van de netten voor de kijker. Wat kan men verwachten wanneer het tv-toestel op Nederland 1, 2 of 3 wordt afgestemd. Er zal een karakteristiek voor elk net moeten komen door de aard van de programmering, zonder in publieke omroepnetten te vervallen voor louter kleine doelgroepen, zoals bijvoorbeeld een apart net voor de cultuur of de educatie. De focus van omroepen op samenwerking op alleen het eigen net is te beperkt geworden.

De publieke omroep zal als één samenwerkend geheel tot een benoeming van de karakteristieken van de drie netten moeten komen, waarbij de omroepen programma's aanleveren ten behoeve van alle netten. Ook op andere fronten zal de samenwerking moeten worden geïntensiveerd.

In hun aanbiedingsbrief schrijven de kroonleden dat ook; zij zien hun voorstellen als de eerste stap naar een verdergaande vorm van samenwerking van alle publieke omroepen. Op Nederland 1 zijn AVRO, KRO en NCRV daarin heel ver met de complete fusie van de ondersteunende diensten en het zoeken naar één gebouw.

Deze vorm van samenwerking zal zich in de verdere toekomst niet moeten beperken tot de bespelers van Nederland 1, maar moeten worden uitgebreid tot alle publieke omroepen: één ondersteunende dienst en één gebouw.

DAARMEE ontstaat nog geen BBC-model en dat moeten we ook niet nastreven, want de Nederlandse samenleving is niet de Engelse. De grote mate van diversiteit in de programma's van VPRO tot EO en van NCRV tot VARA zijn verworvenheden, die voortkomen uit de eigenheid van de Nederlandse cultuur. Een cultuur die vele kerken kent, even zoveel politieke partijen, kranten en dus ook omroepen. Het is een eigenschap van de Nederlandse samenleving die we niet lichtvaardig moeten willen opgeven.

Wel kunnen al die mooie publieke omroepprogramma's beter worden geprogrammeerd. Daarvoor is samenhang nodig tussen de drie publieke omroepnetten. Daarin kunnen we wel weer de BBC volgen en per net een channelmanager - met gezag van handelen - benoemen, zoals Gerard Hulshof dat nu al voor Nederland 1 is.

Dit college van net-managers moet in de toekomst bepalen welk programma op welk net en op welk uur het best tot z'n recht komt zonder afbreuk te doen aan de inhoud en veelzijdigheid van het programma-aanbod van de publieke omroepen. Een overgrote meerderheid van de omroepen lijkt bereid deze stappen nu te gaan zetten.

De kroonleden hebben met hun brief aan staatssecretaris Nuis van Cultuur een eerste voorzet gegeven. Het is nu aan de omroepen om de volgende stap te zetten. Daarom niet meer zeuren over weeffoutjes, maar één stevige publieke omroep maken met drie prachtnetten.

De positie van de omroepen blijft daarin sterk, omdat ze een eigen budget houden en uitzendgarantie van hun programma's hebben: zij leveren aan het totaal van de publieke omroep. Daaraan hoort de overheid inhoudelijke voorwaarden te koppelen. De publieke omroepen hebben per slot van rekening een maatschappelijke verantwoordelijkheid en werken met publieke middelen.

Met deze inzet voor het behoud van de Nederlandse publieke omroep mag de politiek ook wel eens wat meer liefde tonen voor dit instituut, want onze samenleving wordt cultureel armer als de publieke omroep verder in de marge verdwijnt.

Kees van Twist maakt deel uit van de programmadirectie van de AVRO als manager cultuur en is lid van de PvdA.

Meer over