Ideale musculatuur en een groot mes

Het was de Tour van 1992, de rit naar l'Alpe d'Huez, toen Gert-Jan Theunisse de schrik om het hart sloeg....

Van onze verslaggever

Wybren de Boer

CAUTERETS

Na een paar kilometer kwam Indurain uit het zadel, gaf wat klappen op zijn pedalen en liet zijn volgers verwonderd achter zich. 'Hij reed weg alsof we stilstonden. Hampsten won, maar neem van mij aan dat Indurain een bergrit wint als hij dat per se wil. Het verzet dat hij ronddraait, dat is beestachtig.'

Dinsdag trok de Tourkaravaan over zes cols, waarvan vier van de eerste en één van de buiten categorie, naar Cauterets en Miguel Indurain geselde andermaal het peloton. Zegevieren deed de man in het geel niet, maar zolang de aankomstplaats niet Parijs heet, maakt hem dat weinig uit.

De verklaring heet de combinatie van een groot mes en een ideale musculatuur te zijn. Theunisse: 'Er zijn genoeg renners die 42 x 15 kunnen trappen bergop, alleen gaat het dan wel met een hele lage frequentie. Indurain is lang, daardoor vormen zijn benen een grotere hefboom. Hij kan die versnelling rondmalen in een ritme dat anderen alleen volhouden bij 42 x 17 of 42 x 18. En een paar tandjes scheelt zo een meter per omwenteling.

Klimmers, de nazaten van legendarische namen als Gaul en Bahamontes, ze bestaan niet meer. Begin jaren tachtig meldden de laatsten der mohikanen zich in het Tour-peloton en ze kwamen uit Colombia. De vederlichte Herrera en zijn vrienden die op de flanken van het hooggebergte hun Europese collega's tot zwoegers degradeerden.

Theunisse: 'Die jongens reden nog een versnelling zoals Van Impe en Zoetemelk, 42 x 23. Herrera gaf een paar van die venijnige tikkies en daar ging-ie. Herrera zou nu aan alle kanten voorbij gereden worden door de mannen die op de macht fietsen.'

Hinault zette de trend, LeMond en Fignon volgden. Om mee te kunnen in het hooggebergte was wilskracht in de late jaren zeventig belangrijker dan talent. Wie lang en in een redelijk tempo een zware versnelling kon trappen en zich niet bekommerde om een paar vernielde knieën op latere leeftijd, was in staat de geboren berggeiten te weerstaan. Theunisse trok elk voorjaar naar de Alpen en bekwaamde zich in het nieuwe specialisme.

'Er zijn perioden geweest dat ik als training vier keer op een dag l'Alpe d'Huez beklom. Meestal puur op kracht, af en toe op souplesse. Ik was eigenlijk een combinatie van souplesse en macht.'

En niemand bleek in staat 'zo zwaar' tegen de hellingen op te klauteren als Theunisse. 'In topvorm reed ik 42 x 17, dat was toen voor de meesten niet weggelegd.' Het leverde hem in 1989 de bolletjestrui op en de meest prestigieuze etappezege die het cyclisme rijk is, die naar l'Alpe d'Huez. Een mooie regelmatige klim met een gelijkmatig stijgingspercentage.

Zoals bijna alle Alpen. Theunisse: 'Iemand die aanleg heeft om te klimmen, rijdt vaak beter in de Alpen. Daar krijg je geen moment rust, nooit een stukkie vals plat. Een echte klimmer vindt dat prettig. Vals plat verstoort het ritme.

'De Pyreneeën zijn ruiger, woester. Het wegdek is er slechter en de cols zijn heel onregelmatig. Soms heb je eerst kilometers vals plat voordat de echte klim begint. Dan kan het ineens overgaan in een stuk van 12 procent en na een paar kilometer is er weer een stuk van 4 procent. Iemand die op de macht rijdt vindt dat prettig, want in de Pyreneeën heb je vaak even een stukje waar de druk van je bovenbenen verdwijnt.'

Ten bewijze van die stelling soleerde Virenque gisteren ruim 120 kilometer door het grensgebied met Spanje. De Fransman martelt zijn fiets met woeste halen en ontvangt als beloning daarvoor over vier dagen de bolletjestrui.

'Mijn Tour zit erop', zei Virenque. 'Ik kom tekort voor het geel, daarom richt ik me op de bergtrui. Die kan me na vandaag niet meer ontgaan. Nu rustig naar Parijs fietsen.'

Voormalige bergkoningen uit de Ronde van Frankrijk vinden de huidige heerser van het hooggebergte een zwart schaap in de rijke historie van de bolletjestrui. De Belg Lucien van Impe schamperde voor de Tour dat hij Virenque met twee vingers in de neus en één been nog zou verslaan. Theunisse ziet evenmin nog adelaars door het peloton fladderen. 'Eén nog, Pantani is de laatste.'

Van het Italiaanse duiveltje, al goed voor twee bergzeges deze Ronde, werd gisteren niets vernomen. Op ruim dertien minuten achterstand gleed hij over de streep. In de klimpartijen naar l'Alpe d'Huez en Guzet-Neige gunden Indurain, Zülle en Riis hem nog de zege. Gisteren echter werd Pantani vermalen in het geweld van de krachtpatsers.

Pantani zei gisteren dat hij een versnelling van 39 x 18 had staan en dat hij wel nooit de Tour zal winnen. En dat hij niets begrijpt van het parkoers dat de Tour-directie elk jaar uitzet. 'Het is frustrerend. Ik win tijd in de bergen, ik zorg voor show, maar het brengt me geen stap verder in het klassement.'

Meer over