Ideale allemansplaats bekeken door lichte filosoof

Aan niemand was de uitnodiging om luchthaven Heathrow van binnenuit te bekijken beter besteed dan aan light-filosoof Alain de Botton....

Nell Westerlaken

Als de globalisering ergens zichtbaar gestalte heeft gekregen is het op grote, internationale luchthavens. Achter elke paspoortcontrole ligt een global village dat in zijn wezen weinig verschilt van Tokio tot Johannesburg. Goed geoutilleerde ministeden zijn het, die al nauwelijks meer horen bij het land waarvan ze deel uitmaken. Noem ze ideale allemansplaatsen, of, zoals Alain de Botton: tussengebieden van de moderne wereld.

Aan niemand was de uitnodiging om een week als writer-in-residence te verblijven op de luchthaven Heathrow meer besteed dan aan de Britse auteur en ‘filosoof van het dagelijks leven’. De Botton ging graag in op het verzoek van luchthavenbedrijf BAA, al was het een commerciële opdracht. Want, pareert hij de suggestie dat hij zich zou uitleveren aan het grote geld: werd de 17de eeuwse filosoof Thomas Hobbes ook niet betaald door de graven van Devonshire?! De Botton kreeg volledig de vrije hand van zijn opdrachtgever.

In Een week op de luchthaven – geschreven in een maand tijd – kijkt hij achter de voor alle luchtreizigers vertrouwde schermen. Hij ontdekt onder meer de poëzie van het roomservicemenu, houdt een lofzang op de schoonheid van vliegen en vliegtuigen, en voert gesprekken met uiteenlopende functionarissen als de BAA-directeur, de luchthavenpriester en de schoenpoetser.

Verwacht geen diepgravende milieu– of veiligheidsanalyses, daarvoor ontbrak de tijd, maar met zijn gedachtenstroom weet De Botton een originele kijk te geven op het functioneren van het luchthavenbedrijf. In zijn bespiegelingen verraadt zich wat toegepaste kennis uit eerder werk.

Dat goede service van grondpersoneel eerder voortkomt uit een liefdevolle opvoeding dan uit verplichte motivatietrainingen, ligt niet ver van zijn boek Ode aan de Arbeid. Zijn ontroerende observatie van een afscheid nemend stelletje is een verlengde van Proeven van Liefde. Uit De architectuur van het geluk herkennen we zijn constatering dat de architect van het vliegveld heeft geprobeerd ‘een identiteit te scheppen in plaats van er één te weerspiegelen’.

Ook in dit kleine werk komt zijn fascinatie voor het banale en bijzondere van reizen naar boven (De kunst van het reizen). Tegenover de belofte van een mooiere wereld die elke vertrekkende toerist koestert, staat de banaliteit van een echtelijke ruzie die hij waarneemt in een wachtrij. ‘We kunnen niet genieten van palmbomen en hemelsblauwe zwembaden als een relatie die belangrijk voor ons is plotseling doortrokken blijkt van wrevel en onbegrip.’

De Botton houdt zijn lezers zoals gewoonlijk een spiegel voor: ‘Terwijl David een koffer op de transportband tilde, kwam hij tot een onverwacht en ongemakkelijk inzicht: hij zou zichzélf meenemen op vakantie.’ Een week op de luchthaven is een perfect serum tegen ergernis bij vertragingen. Omdat de auteur bekende taferelen lichtvoetig naar een hoger niveau tilt, kun je niet anders dan met een frisse blik kijken naar de ‘non-wereld’ tussen paspoortcontrole en slurf. Om na verloop van tijd zowel de diepte- als de hoogtepunten van de reis weer te vergeten: ‘Binnenkort moeten we terug om de belangrijkste lessen van de luchthaven weer helemaal opnieuw te leren.’

Meer over